‘Als dokter hoor je geen nare dingen te zeggen’

krijgt voor de tweede keer de Vrouw in de Media Award. De anti-rookactiviste betaalt journalisten om voor haar site te schrijven. Hoe gebruikt zij de media?

Wanda de Kanter: „Brinkman heeft kanker gehad. Hij heeft er zelf over geschreven. Dan mogen wij het ook gebruiken.” Foto Roger Cremers

Longarts Wanda de Kanter kiest de aanval. Het interview is nog geen vijf minuten oud of ze heeft de sigaret als product, de volledige tabaksindustrie en de lobby eromheen met de grond gelijk gemaakt. Ze schiet. „Dertig procent van alle kankersterfte komt door roken.” „De marketing van de tabaksindustrie is erop gericht om kinderen verslaafd te maken.” „Ieder jaar overlijden in Nederland ongeveer 19.000 mensen aan de gevolgen van roken.”

Even ademhalen.

Wanda de Kanter (1959) is een kind van ouders die voor Shell de wereld over reisden. Ze is drie dagen in de week arts; twee dagen activist tegen de tabaksindustrie. Een van de succesfactoren: ze pakt medewerkers van de tabaksindustrie hard en persoonlijk aan op haar website tabaknee.nl. Dinsdag krijgt De Kanter voor de tweede opeenvolgende keer de Vrouw in de Media Award van mediaplatform VIDM.nl en sprekersbureau ZijSpreekt.

Haar handen bewegen, ook als ze niet aan het woord is, in een klein kantoortje van het ziekenhuis. „Het begon met dat ik zelf rookte, en niet zag hoe verslaafd ik was. Ik was twaalf toen ik verslaafd raakte.”

Hoe relevant is dat? U geeft het voorbeeld in ieder interview.

„Mensen vragen het altijd, daarom zeg ik het.”

U bracht het zelf naar voren.

„Ja, je hebt gelijk. Inderdaad: ik vind het zelf belangrijk. Dat heeft twee redenen. Ik ben geld gaan stelen toen ik nog heel jong was om mijn verslaving te kunnen voeden. Mijn hersenen waren nog lang niet volgroeid, maar ik was al wel verslaafd gemaakt. Daardoor weet ik: roken is écht geen vrije keuze.

„Daarnaast zag ik als longarts mensen doodgaan aan roken, maar zelfs dat hielp niet om te stoppen. Ik benadruk het ook om te laten zien dat ik niet de rokers, maar de tabaksindustrie aanval. Nu helpt het dat ik longarts ben. Als ik niet elke dag het lijden zou zien, de dood en het verdriet, dan zou ik niet goed kunnen actievoeren.”

Heeft u de media zelf opgezocht?

„Mijn collega-longarts Pauline Dekker en ik hebben het zeker opgezocht. In 2008 publiceerden we ons boek Nederland stopt met Roken. Toen hebben we alles en iedereen die we kenden gebombardeerd met e-mails. Ken je mensen die bij de pers werken? Elke keer denk je: hoe verspreid ik het? Ik ben journalisten gaan volgen op sociale media, mensen gaan retweeten. We handelden als echte dokters. Aardig, lief, vriendelijk. Maar daarmee behaalden we geen resultaat.”

Dus stapten De Kanter en Dekker over op een andere methode. Naming and shaming, zegt De Kanter. Op hun website tabaknee.nl publiceerden journalisten Stella Braam en Bas van Lier portretjes van belangrijke mensen die voor de tabaksindustrie werken. Ze onthulden dat Irene, de moeder van vicepremier Lodewijk Asscher, commissaris was voor tabaksproducent Philip Morris: „Ligt u ’s nachts nooit wakker van de tabaksdoden?” Elco Brinkman, voormalig minister van Volksgezondheid én ex-commissaris bij Philip Morris, werd geconfronteerd met het feit dat hij zelf kanker heeft gehad: „Is er een steekje los bij deze beroepsbestuurder? Nota bene heeft hij zelf kanker gehad. Is kaal geworden door de chemotherapie en heeft pijn geleden.”

Dat is dus de manier om aandacht te krijgen. Anderen beschuldigen.

„Het gaf een enorme boost aan ons werk. Op de dag dat we online gingen, werd ik wakker en had ik tweehonderd gemiste oproepen. Ineens belde De Wereld Draait Door, kwam Nieuwsuur voorbij. We moesten een grens over, want als dokter ben je het niet gewend om nare dingen over mensen te zeggen. Wat we altijd doen: we publiceren alleen harde feiten, en geven mensen altijd kans op een weerwoord.”

U zei eerder: ik vond het eng om dit te gaan doen. Als u terugkijkt, was die angst terecht?

„Het was ook eng, heel eng. Er kwam haatmail. Ik werd ‘farmahoer’ genoemd op social media. Was ik echt bang? Nou, niet om doodgeschoten te worden of zoiets. Wel voor negatieve beeldvorming rond mij als arts. Ik wilde niet dat mensen mij gingen mijden vanwege mijn activisme. Het is belangrijk dat je empathisch bent als arts. Ik zou mijn geloofwaardigheid kunnen verliezen.”

Betalen jullie journalisten om onderzoek voor jullie te doen?

„KWF Kankerbestrijding financiert tabaknee.nl. De journalisten worden betaald, maar ze kunnen onafhankelijke onderzoeksjournalistiek bedrijven. We hebben onze eigen journalisten nodig om belangrijke feiten boven tafel te krijgen. Hun scoops worden opgepikt door de mainstream media. Wij hebben als doel om de industrie te criminaliseren.”

Gaan jullie weleens te ver?

„Nee, ik vind niet dat we te ver zijn gegaan. Het helpt dat we mensen beschuldigen. Mevrouw Asscher zal wellicht niet snel meer een nieuw commissariaat in de tabaksindustrie aannemen.”

Het helpt, dus het maakt niet uit hoe agressief het is?

„Het moet kloppen en de mensen moeten dus een weerwoord kunnen hebben. Zo’n Brinkman weet hoe bang je als patiënt kan zijn. Dat je dan gewoon commissaris bent bij een tabaksbedrijf, dat vind ik crimineel. Dan vind ik het echt prima om hem op die website te zetten. En weet je hoe agressief longkanker vaak is?”

Waarom is het nodig te benadrukken dat hij kanker heeft gehad?

„Nou ja, sommige mensen zijn nooit in een kankerziekenhuis geweest… die snappen misschien niet wat dat betekent. Hij wel. Die man hééft ook kanker gehad. Hij heeft er zelf een hoofdstuk over geschreven in een boek met kankerpatiënten. Dan mogen wij het ook gebruiken.”

U maakte bekend dat de vader en broer van Tweede Kamerlid Arno Rutte zijn overleden aan kanker.

„Dat hebben we van de site gehaald. Het stond erop, omdat Arno Rutte er in de Tweede Kamer zelf een keer aan refereerde. Hij stond op tabaknee.nl omdat hij praatte met tabakslobbyisten. Maar het overlijden van zijn familieleden was niet relevant voor onze zaak.”

Waarom heeft is dat niet relevant, en dat Brinkman kanker had wel?

„Nou ja, Brinkman is minister van Volksgezondheid geweest. Dat is anders dan een volksvertegenwoordiger zoals Arno Rutte. Dat is van een ander niveau.”

Hoe harder je een hoge boom aanpakt, hoe meer aandacht je krijgt.

„Natuurlijk is dat een overweging. Hoe hoger je bent, hoe ernstiger het is.”

Wanneer komt u op iemands privéterrein?

„Ik vind privéterrein… als iemand het zelf noemt, dan kunnen wij dat ook doen. Mevrouw Asscher gaf een interview waarin ze zélf vertelde dat ze aan haar kinderen had gevraagd of ze het commissariaat bij Philip Morris moest aannemen. Daarom hebben wij het ook genoemd. En natuurlijk omdat Lodewijk Asscher een belangrijke man is. Als hij een onbelangrijk mannetje was, hadden we het niet op onze website gezet.”

U heeft weleens gezegd dat u vroeger, toen u op de kostschool zat, hard bent geworden.

„Nou, hard. Ik ben niet hard, maar kan wel tegen een stootje. Ik ben zeer zelfstandig geworden. Iedereen wil wel aardig gevonden worden. Maar door dat verleden vaar ik meer mijn eigen koers.”