We zijn al heel lang vrouw. Maar het helpt niet (1)

Waar mannen en macht samenkomen, wordt het voor anderen onveilig, schrijft minister Lilianne Ploumen op Internationale Vrouwendag.

Internationale Vrouwendag leende zich vaak om vooruitgang in de positie van de vrouw te inventariseren – maar op 8 maart 2016 kijken we met schrik om ons heen.

IS heeft seksslavernij weer geïnstitutionaliseerd. Van grensovergang tot vluchtelingenkamp belanden vrouwen en meisjes in afhankelijkheidsrelaties waarvan grof misbruik wordt gemaakt.

De verkrachtingen en aanrandingen in Keulen deden in ons deel van de wereld de discussie over geweld tegen vrouwen opnieuw oplaaien. Er sprak volstrekte minachting voor vrouwen uit. Waar komt dit gedrag vandaan?

De daders komen uit Arabische landen, waar de ongelijkheid tussen man en vrouw bij wet is vastgelegd en waar religie en cultuur samenlevingen vormden met een sterk patriarchale inslag. Vrouwen zijn ondergeschikt, nog altijd. Ik heb politieke, culturele en religieuze leiders in de Arabische wereld opgeroepen hierin hun verantwoordelijkheid te nemen. Dat blijf ik doen, zoals ik ook iedereen blijf steunen die in die samenlevingen iedere dag vecht voor de rechten van vrouwen.

Toch verklaart die achtergrond het misdadige gedrag in Keulen niet afdoende. Er is meer aan de hand. Neem het rapport over Jimmy Savile en kompanen. De machocultuur in de Britse televisiewereld van glitter en glamour maakte dat ze zich decennia lang konden vergrijpen aan kinderen, stellen de onderzoekers. Dat staat al ongeveer haaks op de achtergronden van Keulen en ook dan zijn we er nog niet. De misbruikschandalen in de katholieke kerk bijvoorbeeld hadden met glitter en glamour weer niets te maken.

De constanten zijn: mannen en macht. Waar die twee samenkomen wordt het voor anderen al te vaak onveilig, of het nu in de kerk, de wereld van de televisie, bij een grensovergang of tijdens een chaotische nieuwjaarsviering is.

Ongelijkheid in macht is de grote aanstichter tot seksueel geweld. En die ongelijkheid tekent nog altijd de verhouding tussen man en vrouw. Dat zien we ieder weekend weer in de politierapporten in onze eigen grote steden, op andere plekken in de wereld is geweld tegen vrouwen endemisch.

In zuidelijk Afrika worden honderdduizenden verkrachtingen en aanrandingen per jaar geregistreerd. Achter de gruwelijke cijfers schuilt een nog gruwelijker realiteit, omdat veel slachtoffers ook nog hiv-infecties oplopen en daaraan zelfs overlijden. In India stellen daders van brute (groeps)verkrachtingen hun slachtoffers verantwoordelijk voor de gevoelens van lust die ze bij henzelf, de mannen dus, opwekken. Door in een bus te staan, bijvoorbeeld. Alle rechtvaardigingen zijn inmiddels wel voorbij gekomen.

Maar vrouwen zijn niet de oorzaak van seksueel geweld tegen vrouwen. Het is een symptoom van een probleem met de mannelijkheid. Te veel mannen hebben verknipte beelden van wat het betekent man te zijn.

Wie de kans op herhaling van ‘Keulen’ wil verkleinen, moet daarom óók kijken naar bijvoorbeeld masculiene ideaalbeelden in de opvoeding. Daar liggen kansen. Want ik denk dat veel jongens van twaalf ook niet blij zijn met een sociale context die hen verantwoordelijk maakt voor het wel en wee van (soms oudere) zussen en die autoriteit en fysieke moed van ze vraagt waar ze liever kind zouden willen zijn. En om eventuele schuldvragen nog verder te compliceren: de morele druk op kinderen om aan zulke eisen te voldoen kan heel goed óók van de moeder komen.

Veel jonge mannen komen misvormd uit hun opvoeding, in de Arabische wereld en daarbuiten. Landen waar man en vrouw werkelijk gelijk zijn, bestaan niet. In Nederland registreren we rond de honderdduizend gevallen van relationeel geweld per jaar. Vrijwel altijd is de dader man. Tientallen keren per jaar is de afloop fataal.

Voor en na ‘Keulen’ protesteerden autochtone Nederlandse mannen dat asielzoekers de deugdzaamheid van ‘hun’ vrouwen en dochters bedreigden. Alsof dat bezittelijk voornaamwoord al niet genoeg zei, kregen vrouwen die er anders over dachten, te horen: ‘Daar moet een piemel in’.

Gelukkig groeit ook onder mannen het besef dat het anders moet. Neem de Australiër van het jaar 2016: legerbevelhebber David Morrison. Hij werd gekozen omdat hij met harde hand een einde maakte aan seksuele intimidatie van vrouwen in het Australische leger.

Zomaar een voorbeeld waar we er veel meer van nodig hebben, al was het maar om te voorkomen dat woede over het lot van vrouwen omslaat in haat tegen mannen. Want dat helpt zeker niet. De vrijheid van vrouwen is onlosmakelijk verbonden met de vrijheid van mannen. We moeten elkaar bevrijden uit het keurslijf waarin onze geschiedenis ons gevangen houdt.