Ze delen weinig, behalve een diepe afkeer van Europa

De een wil de democratie redden, de ander is tegen kinderarbeid en ‘kolossaal dierenleed’. En allemaal zijn ze tegenstander van het associatieverdrag tussen Europese Unie en Oekraïne. Hoe zorgt het nee-kamp ervoor dat het op 6 april het referendum wint?

Foto ANP

Ze zijn tussen de dertig en vijftig jaar oud, hoog- én laagopgeleid en vrijwel allemaal blank en man, de pakweg honderd vrijwilligers op de voorlichtingsavond van GeenPeil in Amsterdam. Ze noemen zich het Leger des Peils, de meesten gaan de komende weken de deuren langs voor een ‘nee’ bij het Oekraïnereferendum.

Daar komt Jan Roos. De GeenPeil-voorman is verlaat vanwege een tv-optreden. In een peptalk voor de aanwezigen legt hij uit waarom het referendum zo belangrijk is: om macht terug te halen uit Brussel. „Dit kan het eerste dominosteentje zijn in Europa.”

De meest aanwezigen zijn het roerend eens met Roos. Ze vinden dat burgers veel te weinig te zeggen hebben in Nederland – zeker als het over Europa gaat. Ze willen „niet eens in de vier jaar wat roepen, maar direct meeregeren”. En ze staan wantrouwend tegenover „de mainstream media” en „de politieke elite”. Een Rotterdamse onderneemster die niet met haar naam in de krant wil, zegt: „Je mag tegenwoordig nergens meer een mening over hebben.”

Over een maand vindt het referendum plaats. Volgens de laatste peilingen gaat het nee-kamp comfortabel aan kop. Hoe denken de tegenstanders van het associatieakkoord die voorsprong te verzilveren op 6 april?

Het nee-kamp is een bont gezelschap, qua temperament en politieke kleur, dat amper samenwerkt en heel verschillende ideeën heeft over campagnevoeren. Je kunt het indelen in twee groepen: een die vooral strijdt voor een ‘nee’ en het referendum daarbij als middel ziet, en een andere die in de eerste plaats directe democratie nastreeft en een hoge opkomst daarom belangrijker vindt dan een ‘nee’.

Klik op de gezichten om meer informatie te zien. De tekst gaat door onder de foto's.

Tot die laatste groep behoort GeenPeil. De organisatie, voortgekomen uit weblog GeenStijl, streeft naar niets minder dan het „redden van de democratie”. Dus is de opkomst het belangrijkst. Ook voor Jan Roos – al is hij „als persoon” fel tegenstander van het akkoord.

Drie standpunten

De soldaten van het Leger des Peils kunnen de deuren langs voor een ja, een nee of met een neutrale boodschap. Voor alle drie de standpunten zijn flyers gemaakt. Als het resultaat maar is dat de mensen gaan stemmen. „Ik wil dat de democratie wint”, zegt ondernemer Niels de Swart. „En wat de uitslag dan wordt, frankly I don’t care.”

De belangrijkste vertegenwoordigers van de andere groep – bovenal een ‘nee’ – zijn het Burgercomité EU en Forum voor Democratie van opiniemaker Thierry Baudet. Zij namen samen met GeenPeil het initiatief voor het referendum. Maar nadat het met ruim 400.000 handtekeningen was binnengehaald, gingen ze hun eigen weg.

Het Burgercomité is het geesteskind van Pepijn van Houwelingen, die werkt voor een adviesorgaan van de overheid. In zijn verzet tegen het verdrag hanteert hij een anti-neoliberaal, soms bijna marxistisch aandoend discours. Het verdrag is „gedicteerd door multinationals en geopolitieke belangen” en Oekraïne zou „een de facto EU-modelkolonie” worden. Van Houwelingen is een inhoudelijk gedreven activist. Binnenkort komt hij met een pamflet en hij gaat critici van het verdrag online interviewen. Hij treedt liever niet zelf op de voorgrond.

Bij Thierry Baudet ligt dat anders. De gepromoveerde jurist en conservatieve opiniemaker is een graag geziene gast op opiniepagina’s, in televisieprogramma’s en bij discussieavonden. Hij noemt zichzelf zonder terughoudendheid „de belangrijkste intellectueel van Nederland”.

Baudets methode vormt een mix van activisme en intellectueel debat. Zo diende afgelopen vrijdag een kort geding van Forum voor Democratie tegen minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) over het aantal stemhokjes op 6 april. Maar hij organiseert ook een reeks discussieavonden met deskundigen, culminerend in een evenement in de Rode Hoed met de Britse Oekraïnekenner Richard Sakwa.

Politiek kabaal

Ook vier politieke partijen gaan de komende weken de straat op voor een ‘nee’. Samen hebben ze slechts eenentwintig van de 150 Kamerzetels, maar ze zijn van plan een hoop kabaal te maken. De Partij voor de Dieren pleit voor een ‘nee’ omdat het verdrag de handel bevordert met een land „dat produceert met kinderarbeid en barbaars dierenleed van kolossale proporties”. Het rechtse Voor Nederland (VNL) is vooral anti-EU en organiseert vlak voor het referendum een bijeenkomst („ergens in Noord-Holland”) met Nigel Farage, leider van de UK Independence Party.

De SP – in 2005 de belangrijkste kracht achter het ‘nee’ tegen de Europese Grondwet – organiseert in de laatste twee weken voor het referendum een bustoer door het land en heeft een half miljoen flyers laten drukken met de slogan „6 april: NEE is 3x beter” (voor Nederland, voor Europa en voor Oekraïne).

En dan is er Geert Wilders. Wat de PVV-leider precies gaat doen voor een ‘nee’ is onbekend. Zijn Kamerleden en voorlichters geven geen antwoord op vragen over de PVV-campagne. Wel twitterde Wilders onlangs trots zijn slogan voor 6 april: „EU-krai-NEE”.

Verkapte EU-toetreding

Wat al deze clubs en partijen bindt, is een diepe afkeer van Europa. Hun belangrijkste punt: het associatieverdrag vormt een verkapte EU-toetreding van Oekraïne, ook al staat dat nergens in de tekst. Andere argumenten die ze gebruiken: we verplichten ons tot militaire samenwerking met een land in oorlog, er vloeien straks miljarden Nederlandse euro’s naar een failliet en uiterst corrupt land, en dankzij visumvrij reizen gaan onze grenzen open voor Oekraïense criminelen en steuntrekkers.

Van samenwerking is nauwelijks sprake. Er is wel een beetje contact tussen Baudet, Van Houwelingen en de GeenPeilers: via e-mail wisselen ze tips and tricks uit. Maar verder trekken ze volledig hun eigen plan. Met de politieke partijen is helemaal geen lijntje – en tussen die partijen zelf ook niet. „Wij gaan altijd uit van onze eigen organisatie en middelen”, zegt Van Bommel (SP).

„Ik zag op Twitter dat foldertje van Wilders”, zegt GeenPeiler Nijman. „Daar hebben wij niets mee te maken.”

Over sommige kwesties lopen de meningen uiteen. Poetin bijvoorbeeld. Allemaal worstelen ze in meer of mindere mate met het beeld dat een stem tegen het verdrag een stem is vóór de Russische autocraat. Ze gaan daar verschillend mee om. GeenPeil probeert het met relativering. „Dat het referendum toevallig raakt aan de EU en Rusland”, zegt GeenPeiler Bart Nijman, „is een bijkomstigheid die niets te malen heeft met onze overtuiging over democratie.”

Baudet kiest juist voor de tegenaanval. Europa dwingt de Oekraïners met dit verdrag om te kiezen tussen Oost en West, zei hij vorige week in een debat, en is daarom zelf medeschuldig aan de burgeroorlog daar.

Ook over hoe je de beste campagne voert, verschillen de meningen. De SP doet deze keer „veel meer op sociale media”, zegt Tweede Kamerlid Harry van Bommel. „Daarmee bereik je in een half uur meer mensen dan in een hele middag op straat”.

GeenPeil heeft precies de omgekeerde conclusie getrokken: tweets en stukjes op GeenStijl zijn onvoldoende om mensen naar de stembus te krijgen, dus voert het Leger des Peils een geavanceerde, op Amerikaanse leest geschoeide get out the vote-campagne. De deuren langs, één voor één.

Bij GeenPeil maken ze zich serieus zorgen over de opkomstdrempel, zo blijkt tijdens de bijeenkomst in Amsterdam. De uitslag van dit raadgevend referendum is alleen geldig als 30 procent of meer van de kiezers komt stemmen. Vandaar dat ze bij GeenPeil vermoedelijk een opkomstcampagne gaan voeren: als er maar genoeg ja-stemmers komen opdagen, helpen die het nee-kamp bij het halen van de kiesdrempel.

Geen duidelijk gezicht

Het nee-kamp heeft nog een probleem: het ontbeert een duidelijk gezicht. SP’er Van Bommel voerde succesvol campagne bij het vorige referendum in 2005, maar moet het podium nu delen met zijn politiek leider Emile Roemer. Die doet bijvoorbeeld alle televisiedebatten. Wilders is populair onder zijn eigen kiezers, maar zal linkse nee-sympathisanten juist weer afstoten. En Baudet en Van Houwelingen zijn niet bekend genoeg bij het grote publiek.

Jan Roos komt nog het meest in de buurt als boegbeeld voor de nee-campagne. Maar hij voert officieel een neutrale campagne. En hoewel hij veel fans heeft, roept zijn persoonlijkheid ook nogal wat weerstand op. „Je zou eens moeten weten”, zegt Van Bommel, „,hoeveel discussie we hebben gehad in SP-afdelingen of we steun moeten geven aan zo’n mafketel als Jan Roos.”

Zelfs onder sommige soldaten van het Leger des Peils in de Tolhuistuin, waar hij bij binnenkomst een daverend applaus krijgt, heerst scepsis over de rol van Roos. „Als hij de campagne echt had willen helpen”, zegt een aanwezige, „had hij opzij moeten stappen.”

Roos zelf heeft wel door dat hij niet alom geliefd is. „Als we een referendum zouden houden over of ik een klootzak ben of niet, dan stemde alleen mijn moeder nee”, grapt hij tijdens zijn peptalk. „Al weet ik het zelfs van haar niet zeker.”