Wiggo en Cav – the boys are back in town. En hoe

De Britten Bradley Wiggins en Mark Cavendish wonnen de koppelkoers. Een fraai slotakkoord van een WK voor eigen publiek.

Mark Cavendish (links) en Bradley Wiggins op weg naar goud.Foto Andrew Winning/Reuters

The boys are back in town zong de Ierse rockband Thin Lizzy zondagavond. En of ze terug waren. Je kon de tekst maar net verstaan, want zesduizend wielerfans beleefden de perfecte apotheose van een WK baanwielrennen en lieten dat horen ook. Toegangskaartjes voor deze slotavond waren binnen vijftien minuten over de toonbank gevlogen alsof de Britten voornemens waren naar een legendarisch popconcert te gaan. Hier, op olympische grond, hadden ze behoefte aan een reprise van de Spelen van 2012. Weer even ruiken aan de herinnering van zeven gouden medailles in het met dat doel aangelegde Lee Valley Velodrome. En wat vooraf in de kranten al het hoogtepunt van het toernooi werd genoemd, voltrok zich precies zoals ze het zich hadden voorgesteld.

Sir Bradley Wiggins en Mark Cavendish, popsterren op een fiets, fenomenen op de weg én de baan, wonnen de koppelkoers, het oudste en langste onderdeel van het baanwielrennen, en lieten de atmosfeer, al zwanger van opwinding sinds het moment dat ze zich op de baan vertoonden, vibreren van extase.

Acht jaar geleden hadden ze in Manchester hetzelfde gedaan. Toen al waren ze het perfecte duo: Wiggins met het duurvermogen van een potentiële Tourwinnaar (hetgeen gebeurde in 2012) en Cavendish met zoveel explosiviteit in de benen dat hij in de jaren daarna etappeoverwinningen in de Tour de France aaneen zou rijgen – de teller staat op 26, daarmee derde ooit. En het is precies die combinatie waar het om draait in de koppelkoers, een wedstrijd over 200 ronden (50 kilometer) in een warm gestookte sporthal. Aan de renner met de lange adem de taak een ronde voorsprong op het peloton te pakken – dat is de hoogst mogelijke score. De explosieve renner van het koppel moet punten zien te verzamelen bij tussensprints in geval het met die ronde niet wil vlotten. Het duo mag elkaar al naar gelang aflossen door de armen op volle snelheid in te haken, waarbij de voorste renner de achterste renner katapulteert.

Juist daarin schuilt de crux van de koppelkoers: renners die niet op elkaar zijn ingespeeld, lopen het risico veel tijd te verliezen bij de technisch moeilijke aflossingen. En hoewel Wiggins en Cavendish alleen in augustus een kleinere koppelkoers reden en daarvoor dus acht jaar niet, had Sir Bradley vooraf veel vertrouwen: „We zijn natuurlijke partners”, zei hij tegen Cycling Weekly.

Niet altijd partners

Zo was het niet altijd. De regenboogtrui van ‘Cav’ en ‘Wiggo’ – hun bijnamen in Groot-Brittannië – in 2008 had de opmaat moeten zijn voor een olympische titel in Beijing op de koppelkoers. De laatste kans, want het onderdeel werd voor ‘Londen 2012’ van het programma gehaald. Moeilijk te volgen, niet aantrekkelijk genoeg; de gebruikelijke argumenten voor een olympische sport die aldoor in beweging is. Maar in Beijing viel het illustere duo uiteen. In de dagen voorafgaand aan de koppelkoers prolongeerde Wiggins zijn olympische titel op de ploegenachtervolging en won hij nog eens goud op de individuele achtervolging. Naar verluidt vierde hij die zeges uitgebreid, in de kroeg, zoals hij ook had gedaan na zijn gouden medaille in Athene – toen liet hij zich maandenlang vollopen in de pub. Wiggins had de buit kortom al binnen. Tegen de Britse krant The Telegraph gaf hij na ‘Beijing’ toe bij de koppelkoers niet scherp meer te zijn geweest. Cavendish nam het zijn partner zeer kwalijk. De twee praatten maandenlang niet met elkaar.

Voor Cavendish werden de Spelen van 2008 helemaal vernederend toen team UK terugvloog met British Airways. De maatschappij had voor alle medaillewinnaars een plekje in de businessclass gereserveerd. Cavendish was zo’n beetje de enige baanwielrenner die met lege handen in de economyclass terugvloog.

Afgerekend met oud zeer

Zondag loste Wiggins zijn schuld bij Cavendish in. Vooraf hadden de twee aangegeven dat ze „just for fun„ en voor het Britse publiek nog één keer samen wilden rijden. Maar de innige knuffel die ze elkaar eerst op de fiets gaven en later nog eens op het middenterrein van de wielerbaan, vertelde een ander verhaal. Hier was succesvol afgerekend met oud zeer.

Cavendish die op het podium zijn arm om Wiggins legde terwijl hij zijn blik zocht, als broers die elkaar jarenlang niet hadden weten te vinden. En Wiggins die dat gebaar beantwoordde terwijl hij zijn tranen wegslikte. Het publiek smulde ervan.

Zoals ook van de race. Cavendish pakte zoveel punten in de tussensprints dat een enkele ontsnapping dodelijk zou zijn. Zo geschiedde, op initiatief van Wiggins. Bijna viel het feest nog in duigen toen Cavendish omver werd gereden. Maar Wiggins, houder van het werelduurrecord sinds juni vorig jaar, ving die klap moeiteloos op. The boys hadden samen wel voor hetere vuren gestaan.