Opinie

    • Marjoleine de Vos

Niet zeuren, gewoon gelukkig zijn

Ze herhaalt de zin steeds weer, de zin die haar vader tegen haar zei toen ze gedeporteerd werden naar Polen: „Jij zult terugkeren Marceline, want je bent jong.” Marceline Loridan-Ivens, geboren als Marceline Rozenberg, kwam inderdaad terug. Haar vader niet – zo heet het boekje ook dat ze, als was het een brief, aan hem richtte en waarin ze hem over haar leven vertelt: En je kwam niet terug.

Ergens tegen het eind schrijft ze een andere zin: „Ik heb geleefd omdat jij wilde dat ik leefde.”

Alsof zoiets kan.

Loridan-Ivens is nu een flink eind in de tachtig. Ze heeft lief gehad, ze heeft geloofd in denkbeelden als vrijheid, rechtvaardigheid, solidariteit, ze heeft daarvoor gestreden als actrice en filmmaakster, voor een deel samen met haar man Joris Ivens. Was dat allemaal leven in opdracht?

Er is iets schokkends aan dat zinnetje: „Ik heb geleefd omdat jij wilde dat ik leefde.” Alsof er een zó eenvoudige keus is. Alsof anders als vanzelf niet-leven te verkiezen zou zijn.

De Griekse dichter Jorgos Seferis schrijft iets vergelijkbaars in een gedicht: „Het leven dat ze ons te leven gaven, hebben we geleefd.” Die ongespecificeerde ‘ze’ zal wel zoiets zijn als het lot en zijn talloze helpers die een mens vaak weinig keuze laten. Alleen achteraf lijkt het alsof je ook anders had kunnen beslissen en doen.

Loridan vraagt aan haar schoonzuster: „Vind jij, nu het leven ten einde loopt, dat we er goed aan hebben gedaan terug te komen uit de kampen?” Haar schoonzus denkt van niet. Loridan zelf weet het ook nog niet zo net. Ze hoopt alleen maar dat ze, mocht iemand haar vlak voor haar einde die vraag stellen, toch zal antwoorden: „Ja, het was het waard.”

Dat is nogal mager. Gelukkig is het leven geen keuze. Of is dat nu juist ongelukkig? Het zou te zwaar zijn denk ik, om er echt voor te moeten kiezen, te veel gevraagd. De dichter Jorge Luis Borges schreef in een gedicht: „Ik heb de vreselijkste zonde begaan/ die een mens maar begaan kan. Ik ben niet/ gelukkig geweest.” Robert Anker citeert het als motto van zijn kleine roman De vergever, waarin iemand, oud geworden, terug kijkt op zijn leven.

Die regel van Borges heb ik altijd nogal mooi gevonden. Dat is pas een opdracht! Niet zeuren, gelukkig zijn. Maar misschien is het ook wel iets overvraagd. We hebben zo’n obsessie met geluk.

Niet-gelukkig zijn beschouwen als een zonde, is een manier om het leven te leven, gewoon tegen jezelf zeggen dat je de plicht hebt om gelukkig te zijn. Wat dat dan ook precies voor plicht is. Wat zou Loridan-Ivens daarvan vinden? Misschien is die regel van Borges wel het antwoord op de vraag die ze aan haar schoonzuster stelt.

Menen dat een mens gelukkig behoort te zijn is een vorm van geloof, net zoals die grote begrippen waar Loridan-Ivens in geloofde. Zonder geloof gaat het nu eenmaal niet, het geloof in keuzes, redenen, plichten, morele categorieën. Zo’n geloof tilt het leven uit boven het alleen maar leven, als een koe of een boom. Al lijkt er soms weinig benijdenswaardiger dan leven als een koe of een boom, een wezen dat zich helemaal niet af hoeft te vragen of het wel gelukkig is en of het leven de moeite waard was. Het is er. Het leven dat men ons te leven gaf. We leven het.

    • Marjoleine de Vos