Naar de wc? Nee, ze pikten een tas

Wie: Mohamed en Samir

Kwestie: diefstal, mishandeling

Waar: rechtbank Lelystad

Beelden, deze héle zaak berust op camerabeelden. En helaas was daar geen geluid bij. Zowel de twee advocaten als de officier bouwen hun verhaal op wat er te zien was op de beveiligingscamera.

De verdachten ontkennen, ze zijn verbaasd, zelfs zéér verbaasd over wat hun wordt verweten. Wat hen betreft zijn ze alleen maar even gestopt bij dat hotel, omdat één van hen niet lekker was en naar het toilet moest. Dat ze met z’n tweeën uitstapten, was „voor de vertaling”. Hun kennis, die ze alleen een lift gaven, was namelijk een Algerijn die geen Nederlands sprak. Samir wel, en die ging dus mee. Mohamed bleef achter het stuur zitten. Dat die Algerijn een tas ging stelen, was hun, echt waar, volledig onbekend.

Niemand heeft vastgesteld wat de mannen tegen elkaar hebben gezegd toen ze nog in de auto zaten. Of toen ze in de hal van het hotel rondhingen, noch toen ze op het parkeerterrein rondslenterden en toekeken hoe Aziatische toeristen uit een touringcar stapten en hun bagage werd uitgeladen. Werkten ze samen? Hadden ze een gezamenlijk doel? Kenden ze elkaar wel?

Op de beelden is te zien hoe een van hen een praatje maakt met een hotelgast, die met een armgebaar de wc’s wijst. Dat meteen daarna de ander een tas pakt en ermee uit beeld loopt. Dat vervolgens Samir naar de auto loopt, Mohamed overeind schiet, Samir instapt en de auto wegrijdt („scheurt” zegt de officier) met de deur nog half open. Waarna bij de hotel-ingang de Algerijn met de tas wordt opgepikt.

De officier ziet hier een nauwe en bewuste samenwerking tussen een chauffeur van de vluchtauto en het tweetal dat samen het terrein verkende en een brutale diefstal organiseerde. Samir en Mohamed zeggen echter dat ze totaal verrast waren door de actie van de Algerijn en van niks wisten.

Samir moet zich ook nog verantwoorden voor een ander akkefietje. Hij kreeg twee maanden na de diefstal ruzie op straat, met een buurtbewoner die volgens Samir hem en zijn vrienden uitschold voor „inbrekers”. Terwijl ze in die wijk alleen maar wat liepen te dollen met een voetbal, op weg naar een veldje. Hij was fout geweest, door haar een „platte hand te geven”. In haar gezicht dus. Maar hij voelde zich bedreigd. „Die vrouw was twee meter!”

Leugenaar

Samir is gestresst. Hij vraagt of de luxaflex naar beneden kan; hij kijkt tegen de lage winterzon in. Samir kapt tijdens de behandeling de rechter af: „Ik probeer hier uitleg te geven! Echt waar!” Waarna z’n advocaat geschrokken sst, sst zegt en de rechter hem op de vingers tikt. „U mag mij niet vertellen hoe ik me moet gedragen.”

Samir is bitter. Het doet er allemaal toch niet toe, wat hij zegt. „Ze doen toch waar ze zin in hebben.” En: „Je bent hier altijd een leugenaar.” Als de rechter aanstalten maakt meteen uitspraak te doen, snauwt hij: „Geef mij maar levenslang.”

De rechter veroordeelt Samir tot een lagere straf dan de officier eiste (3 maanden cel). De rechter vindt 180 uur taakstraf voldoende, vooral omdat de diefstal al lang geleden was, in mei 2014. Wel legt ze de geëiste geldboete van 1.000 euro op.

Mohamed wordt vrijgesproken. Het bewijs dat hij medeplichtig zou zijn geweest, is te dun. Was hij, als chauffeur, inderdaad met opzet bezig geweest de diefstal mogelijk te maken en bood hij daarbij met opzet hulp? De rechter is er niet van overtuigd, de beelden zijn niet doorslaggevend. Hij komt met de schrik vrij.