Erdogan doet wat hij wil. Wat doet Europa?

Aan de vooravond van de vluchtelingentop grijpt de Turkse president Erdogan hard in bij kritische krant. Hoe reageert de EU?

De persvrijheid in Turkije: laat dit nou net het onderwerp zijn waarover EU-leiders het níet wilden hebben met de Turkse premier Ahmet Davutoglu, met wie ze deze maandag in Brussel spreken over de vluchtelingencrisis. Maar door de Turkse stap, afgelopen vrijdag, om de grootste oppositiekrant Zaman onder curatele te plaatsen, is er geen ontkomen meer aan.

De timing kan niet slechter. Sinds vorige week gloort er eindelijk wat hoop op een doorbraak in de vluchtelingencrisis, nu Turkije is begonnen met het terugnemen van economische migranten die geen kans maken op asiel in de EU. „Voor het eerst sinds het begin van de migratiecrisis zie ik een Europese consensus ontstaan”, zei Europees ‘president’ Donald Tusk vrijdag nog tijdens een bezoek aan Turkije, ter voorbereiding van de top vandaag.

Maar Tusk had zijn hielen nog niet gelicht of Zaman ging op slot. Politieagenten vielen de redactie binnen en gebruikten in de daaropvolgende dagen traangas en rubberen kogels tijdens demonstraties tegen de door een Turkse rechter goedgekeurde overname. Volgens Davutoglu is het „een juridische kwestie, geen politieke”, maar zondag verschenen de eerste artikelen al ten gunste van zijn regering.

Voor een deal, tegen wegkijken

Het brengt EU-leiders in een lastig parket. Om de kansen op een vluchtelingendeal niet te torpederen, gaan zij kritiek op Turkije al maanden uit de weg. De Europese Commissie stelde vorig jaar de publicatie van een kritisch rapport over Turkije uit.

EU-leiders liepen de deur plat van president Recep Tayyip Erdogan, om de sterke man gunstig te stemmen. Over de spanningen in het zuidoosten van Turkije, waar het Turkse leger en de Koerdische PKK in een bloedige strijd zijn verwikkeld, zwijgt Europa. „Oost-Turkije ontploft en vanuit de Commissie is zelfs niet één persbericht gekomen”, zegt Europarlementariër Kati Piri (PvdA).

Piri, Turkije-rapporteur namens het Europees Parlement, is vóór een deal met Turkije over de vluchtelingencrisis, maar tégen wegkijken. Daarmee geeft de EU Erdogan carte blanche. „We gebruiken onze eigen macht onvoldoende”, zegt Piri.

„Turkije heeft ons óók nodig: het heeft behalve de EU geen vrienden meer en de toeristische sector is door de interne spanningen aan het inklappen.”

Kritiek leveren is niet eenvoudig, zo ondervond Piri zelf medio februari. Tijdens een bezoek aan Diyarbakir, een stad in het zuidoosten van Turkije waar duizenden burgers in de vuurlinie zitten, regelde ze dat zes zwaargewonden tijdens een korte pauze in de beschietingen het gebied uit mochten. Na afloop noemde ze het optreden van de Turkse troepen op Facebook „hard en meedogenloos”. Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken reageerde woest: Piri was haar „neutraliteit verloren” en had nagelaten om de PKK „een terroristische organisatie” te noemen, aldus een ronkend persbericht.

Piri vindt dat Europa zich blindstaart op de vluchtelingencrisis en het herstellen van de rust en orde in Europa zelf. Die crisis is ernstig, maar volgens haar is het veel zorgelijker dat Turkije, na Syrië, zélf een bron van instabiliteit dreigt te worden.

„Zo’n 350.000 Turken hebben hun huis door het geweld al moeten verlaten en vorige week zijn ook de eerste Turkse Koerden uit de Egeïsche Zee gehaald. Met Syrië hebben we ook vier jaar weggekeken en dat is als een boemerang teruggekomen.”

Piri vindt dat de EU moet aandringen op een nieuwe dialoog met de PKK.

EU willen omslag vluchtelingencrisis

In december vorig jaar bezocht Piri de redactie van Zaman, een krant die banden heeft met de islamitische geestelijke Fethullah Gülen, ooit Erdogans bondgenoot. Uit angst om te worden opgepakt, zaten journalisten 24 uur per dag op de redactie. De krant ging toen al gebukt onder rechtszaken en slinkende inkomsten, omdat adverteerders zich, onder druk, terugtrokken. Ook andere kranten zijn doelwit: in november werden twee journalisten van de seculiere krant Cumhuriyet vastgezet op beschuldiging van spionage en terrorisme. Ten onrechte, oordeelde het Turkse Constitutioneel Hof vorige week. Ook over dat voorval hielden EU-leiders zich stil.

Davutoglu zal maandag op de top niet het vuur aan de schenen worden gelegd. Na bijna een jaar stilstand zitten leiders zwaar verlegen om een omslag in de vluchtelingencrisis, die Europa en vrijreizenzone Schengen dreigt te ondergraven. Maar zo stil als in de afgelopen maanden zal het niet zijn. Martin Schulz, de ook aanwezige voorzitter van het Europarlement, heeft al aangekondigd de persvrijheid maandag ter sprake te zullen brengen. Eurocommissaris Johannes Hahn (Nabuurschapsbeleid) zei zaterdag „zeer bezorgd” te zijn. Als Turkije ooit EU-lid wil worden, en dat wil het naar eigen zeggen, „moet het de persvrijheid respecteren”.