Column

3Doc Kenny B: een oud-soldaat met leiderstalent

Kenny B, (rechts) met zijn neef Ronnie Brunswijk (3DOC/VPRO).

Als in RTL Late Night een gast van Surinaamse afkomst aan tafel zit, merk je meestal niets speciaals aan gastheer Humberto Tan. Zo niet afgelopen vrijdag, toen hij zanger Kenny B met opvallend veel egards tegemoet trad.

Nu is het verhaal van Kenneth Bron, zoals hij werkelijk heet, in vele opzichten opmerkelijk. Vorig jaar bereikte hij op 53-jarige leeftijd onverwachts de sterstatus, toen zijn liedje Parijs (Praat Nederlands Met Me) zeven weken op nummer 1 stond. Het is een charmant liedje, en de zanger heeft een aangenaam soort charisma zonder een greintje machismo, dat lijkt op een natuurlijke vorm van wijsheid.

In de ook dit weekeinde uitgezonden documentaire Het Wonderbaarlijke Leven van Kenny B. (3DOC/VPRO) wordt enigszins duidelijk waarom Bron een bruggenbouwer mag worden genoemd. Hij behoort tot de minderheid van de Marrons, al eeuwen geleden van de plantages ontsnapte slaven, die in het oerwoud tot op de dag van vandaag een relatief Afrikaanse levenswijze in stand houden. Maar als jongen verhuisde hij met zijn ouders naar Paramaribo, waar ze zijn taal, het Aucaans, niet verstonden. In het binnenland werd hij sindsdien versleten voor stadscreool.

Het is zoiets als wat Barack Obama overkwam: te zwart voor de een, te bruin voor de ander. Pas in het volksleger kon Bron zich geaccepteerd voelen. Hij bracht het tot politiek commissaris van legerleider Bouterse en nam onder meer deel aan een anti-imperialismeconferentie in Moskou.

Maar toen zijn mensen in de omgeving van Moengo door het leger werden vermoord, liep Bron over naar het Junglecommando van zijn neef Ronnie Brunswijk. Ook daar werd hij woordvoerder en uiteindelijk vredesonderhandelaar die hielp een einde te maken aan zes jaar Binnenlandse Oorlog.

Regisseur Walter Stokman volgde Kenny B bij zijn terugkeer naar Suriname, onthaald als een internationale wereldster. Hij ontmoet Brunswijk, zingt op straat en brengt een bezoek aan de granman, de koning van de Aucaanse Marrons. Die schenkt hem een van de twee sets traditionele kleding die de granman had gekregen bij zijn inauguratie.

Tan dacht dat die onderscheiding dat ene liedje gold, maar Bron zegt dat er veel meer achter zat. Wat precies, dat blijft in het midden, maar het is duidelijk dat Kenneth Bron over leiderscapaciteiten beschikt, waar nog maar een fractie van is benut.

Hij vluchtte in 1992 naar Nederland en kwam terecht in een asielzoekerscentrum te Zeewolde, tussen de Joegoslaviërs. Later werkte hij als machinebankwerker en bakker, die in zijn vrije tijd reggae zong. De film laat hem ook zien in de school in Tilburg, waar hij lang woonde.

De echte adel van Bron blijkt uit de beslissing om de schouderdoek van de granman niet mee te nemen naar de studio van RTL. Dat voelde niet goed. Tan begrijpt dat wel, en wij ook. Niet alles laat zich uitverkopen op tv, ook al is de verleiding nog zo groot. Een topgozer, met politiek talent.