Column

‘Kat van roker heeft dubbele kans op kanker’

Dat was te zien in een kattenfilmpje van het campagnebureau Truth.

Foto AP

De aanleiding

Het Amerikaanse campagnebureau Truth, dat zich inspant om roken tegen te gaan, heeft een nieuw communicatiewapen ingezet om het publiek te overtuigen dat roken slecht voor je is: een kattenfilmpje. Een slimme zet, want grappige filmpjes van katten trekken miljoenen kijkers op YouTube. In de afgelopen jaren werden via sociale media diverse kattenberoemdheden geboren, zoals de immer chagrijnige kat Tard, de Japanse kat Maru en de sullige Lil Bub. In de antirookcampagne wordt beweerd dat een kat twee keer zoveel kans loopt om kanker te krijgen als er in het huis van zijn baasje gerookt wordt. Boodschap aan de kijker: als je rookt, ben je een gevaar voor je kat en bedreig je uiteindelijk het voortbestaan van kattenfilmpjes als geheel. En wie zou dat de wereld willen aandoen? Maar: klopt het?

Waar is het op gebaseerd?

De claim, een van de beweringen uit het filmpje, wordt toegeschreven aan Amerikaans onderzoek uit 2002, waarover is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift American Journal of Epidemiology.

In dat onderzoek werd gekeken of bij katten, net als bij mensen, de leefomgeving een rol speelt bij het ontwikkelen van een bepaald type lymfeklierkanker. De baasjes van tachtig katten die al lymfeklierkanker hadden, kregen een brief thuis met vragen over hoe ze hun kat verzorgden. Honderd baasjes van katten met andere ziekten beantwoordden die ook.

In huishoudens waar gerookt werd, bleek de kans dat katten lymfeklierkanker kregen ruim twee keer zo groot. Katten die in een huis wonen waar gerookt wordt, zouden de giftige stoffen uit sigarettenrook inademen en op hun vacht krijgen. Doordat katten zichzelf wassen, krijgen ze die stoffen binnen en lopen ze grotere kans op lymfeklierkanker.

En, klopt het?

De onderzoeksresultaten lijken aannemelijk, maar toch is er kritiek. Volgens een ingezonden brief, die in hetzelfde wetenschappelijke tijdschrift is gepubliceerd, rammelt het onderzoek qua opzet. De voornaamste kritiek is dat er niet bij de katten thuis is getest. We weten dus niets over of de kat veel binnen of buiten leeft en of het baasje bijvoorbeeld bij een open raam rookte, of veel of weinig rookte. Kortom: hoezeer de kat wordt blootgesteld aan sigarettenrook is niet duidelijk.

We leggen het onderzoek en de kritiek voor aan epidemioloog Hans Heesterbeek, verbonden aan de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Heesterbeek is het ten dele met de kritiek eens. Als we echt harde conclusies willen trekken uit het onderzoek, denkt hij, had het onderzoek anders uitgevoerd moeten worden. Katten uit soortgelijke nesten zouden vergeleken moeten worden van rokende en niet-rokende eigenaren, zegt Heesterbeek. Daarbij moet de blootstelling in de directe omgeving van de kat worden gemeten en moeten zoveel mogelijk andere factoren die van invloed kunnen zijn op de uitslag gelijk zijn voor beide groepen. „Dan moet je de tijd nemen om te kijken welke fractie in beide groepen het type kanker ontwikkelt.” Dat kan lang duren. En dat maakt het onderzoek moeilijk uitvoerbaar „doordat allerlei problemen en vertroebelende zaken kunnen optreden”.

Een alternatief zijn dierproeven met sigarettenrook. Heesterbeek: „Alleen als er heel duidelijke aanwijzingen zijn voor een verband tussen rokende baasjes en kanker bij katten, lijkt dat gerechtvaardigd. Die aanwijzingen zijn nog niet overtuigend.”

Conclusie

De onderzoekers concluderen in een reactie op de briefschrijver al dat hun onderzoek vaker herhaald moet worden, willen we er harde uitspraken over doen. Die zin heeft het campagnebureau blijkbaar over het hoofd gezien. Vooralsnog is het onderzoek nog niet representatief. We beoordelen de bewering als ongefundeerd.