Die computer, dat leer ik nog wel

De overheid wordt steeds digitaler. Zo wil de fiscus dat iedereen straks online aangifte doet. Wie er moeite mee heeft, kan naar gratis cursussen.

Computercursus voor digibeten, in de bibliotheek van Arnhem. Foto Flip Franssen

Dertig jaar werkte Albert-Jan Trompetter als truckchauffeur. Reed heel Europa door. Altijd met de kaart, want „van de tomtom begreep ik niks”. Trok een lijn van hier naar daar en begon te rijden. Computers gebruikte hij zelden, mailtjes van de zaak miste hij. Thuis deed zijn vrouw voor hem de administratie. Belasting, verzekering, alles. Tot hij recentelijk werkloos werd. Toen moest hij van zichzelf toch een keer leren hoe het allemaal werkt.

Deze middag zit hij met zeven andere deelnemers in de bibliotheek van Arnhem voor de cursus Leer digitale overheidsdiensten gebruiken. De Belastingdienst maakte afgelopen maand bekend 1,9 miljoen euro te stoppen in samenwerking met bibliotheken voor dit soort gratis cursussen. De fiscus wil meer hulp bieden aan mensen die moeite hebben met de oprukkende digitalisering van de overheid. Naast cursussen worden de komende jaren ook belastingspreekuren georganiseerd in bibliotheken, en komen er computers waarmee je overheidszaken kunt regelen.

Dat is geen overbodige luxe. De Belastingdienst schaft de komende jaren in fases de befaamde blauwe envelop af, en er zijn nog altijd mensen die hun aangifte niet online doen. Vorig jaar ging dat om 4 procent, dit jaar verwacht de Belastingdienst nog 2 procent van de aangiften per post te ontvangen. Dat betekent niet dat de overige 98 procent alles zelf digitaal kan; volgens de Belastingdienst bevat deze groep ook mensen die worden geholpen. En niet alleen senioren: uit onderzoek voor de overheid blijkt dat ook werkende mannen van middelbare leeftijd een kwetsbare groep zijn.

In de bibliotheek in Arnhem zijn de redenen om aan de cursus mee te doen divers. Mia Bastiaanse werkt zelf ook in de bieb, maar voelt zich nog niet voldoende digitaal vaardig. Bep Oost betaalt online („Zo ver ben ik al wel”), maar gebruikt nog geen digitale overheidsdiensten. Mery Velasco komt uit Colombia en moet nog wegwijs worden in het Nederlandse systeem. Areke Vosselman deed jarenlang veel met pc’s in de zorg, maar kan de ontwikkelingen niet bijhouden. Frederik Vree gebruikte op de zaak ook jarenlang een computer, „maar dat was één programma”. Moeite heeft hij ook met online bankieren, waardoor hij nog maar slecht bij zijn geld kan.

De cursisten hekelen de afhankelijkheid die ze ervaren door de digitalisering. „Mijn kinderen zijn zo snel en ongeduldig, die zeggen: ‘Mam, doe gewoon dit.’ Ze raken geïrriteerd bij het helpen.” Nu wil Aukje Wispelweij het eens zelf doen. „Maar ik durf gewoon niet. Daarom ben ik hier.”

Cursusbegeleider Theky Goossen kent dit soort verhalen. „We horen dit heel vaak. En het gaat echt niet alleen om afhankelijkheid, maar ook om privacy. Je wilt niet altijd dat de buurman je helpt en alles ziet.”

Na de introductie vertelt docente Gabrielle Megens over het aanmaken van wachtwoorden bij DigiD. Dat vereist behoorlijk wat creativiteit. „Er moet een leesteken in zitten, een hoofdletter, een cijfer en een kleine letter.” Als voorbeeld geeft ze een ezelsbruggetje: Ik ben 35 jaar. Dat wordt, inclusief leesteken: Ib35j! Even is er verwarring. Is ‘Ik ben 35 jaar’ het wachtwoord? Of de afkorting? Gabrielle helpt iedereen uit de brand: „In een wachtwoord mogen geen spaties zitten!” Cursusbegeleider Theky voegt toe: „Dat is zo’n lege ruimte.”

Na oefenen met een hulpwebsite en persoonlijke hulp van de docenten is het iedereen gelukt een DigiD aan te vragen. „Volgende keer gaan we activeren”, vertelt Gabriëlle. „Neem de brief mee die je krijgt, en vergeet niet je inloggegevens op te schrijven. Anders vergeet je die weer.”

Twee uur en een aanvraag later is de les voorbij. De deelnemers van vandaag verlaten het lokaal positief. Frederik: „Ik leer dit nog wel.”

Komt de cursus nooit te laat? Theky: „Het gebeurt dat we mensen krijgen bij wie het echt niet aan te leren is. Die kunnen dan bijvoorbeeld de muis niet gebruiken.” Toch is er ook voor hen nog hoop. „Die sturen we naar de Klik & Tik-cursus, ook in de bibliotheek. Dat is eigenlijk nog een niveautje lager.”