Column

De kattenmeppers

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

In de nachttrein van Amsterdam naar Utrecht praten vijf jonge vrouwen op hoge toon over katten. Ze castreren hun eigen kat op de keukentafel, hoor ik. Een van hen slaat haar roodgelakte nagels uit naar een jongeman die aan de andere kant van het gangpad zit. Ze heeft haar bruine haar opgestoken en ze wordt Suus genoemd. Met zoveel kattenvezels in de buurt voel ik mijn ogen jeuken. Ik ben allergisch.

De meisjes blijken dierenarts te zijn of dierenarts in opleiding.

De jongeman vertelt dat zijn overbuurvrouw haar katten uitlaat alsof het honden zijn. De meisjes loeien dat dat helemaal niet zo gek is.

„Ik heb een Siberische fluffy kitten”, zegt Suus. „Weleens gekrabd door een Siberische kat?” Ze kromt haar nagels, die ze sneeuwschuivertjes noemt. Ze zijn gewend door de sneeuw te waden. En ze hebben big hair. Ze buigt haar armen gracieus boven haar hoofd.

De jongeman kijkt haar geamuseerd aan.

„Punt is”, zegt Suus „dat de mijne niet naar buiten mag. Ze worden zo van straat geplukt. Honderden euro’s kun je ervoor krijgen.” Daarom, zegt ze, zit meneer Aart de hele dag binnen.

„Kun je hem niet uitlaten?”, vraagt de jongeman.

„Ik heb een tuigje gekregen”, antwoordt Suus. „Roze tijgerprint.” Iedereen lacht.

Ik bel de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren. Die stichting registreert wekelijks enkele honderden vermiste katten en een of twee aangiftes van gestolen raskatten. Perzische en Siberische katten zijn populair. Omdat veel huisdieren een identificatiechip dragen, worden gestolen katten vaak teruggevonden. Bijvoorbeeld als ze bij de dierenarts komen.

Gisteren zocht ik gewapend met een pak zakdoekjes Susan Westerterp en haar Siberische kater op. Een kat weet even goed als een mens of-ie mooi is. Hij loopt in zijn bontjas met al zijn lome elegantie over tafel – daar moet het woord catwalk vandaan komen. Zo ver van de sneeuwvlakte. Hij gaat midden op mijn schrift liggen. Ik voel me onbeholpen.

„Hij is gesocialiseerd”, zegt Susan Westerterp. Ze laat de wasbak zien waar hij zich elke ochtend in poedelt als zij onder de douche gaat. Hij blijkt hypoallergeen te zijn, dus de zakdoekjes blijven in mijn tas.

„Daarom is hij zo gewild”, zegt ze. Ze laat zien hoe wijdverbreid de handel is in katten. Op de tweedehands verkoopwebsite Marktplaats worden ze ‘Siberische boskatten’ genoemd en er wordt 750 euro voor gevraagd. „Die bestaan helemaal niet”, zegt ze. „Ze worden vaak in Oost-Europa doorverkocht. Daar kunnen ze onze chips niet lezen.”

Susan Westerterp denkt erover de muur om de tuin te verhogen. Tot die tijd blijft meneer Aart binnen.