Brodsky’s spelen het haar van de strijkstok

Het Britse Brodsky Quartet voerde in het Muziekgebouw aan ‘t IJ alle strijkkwartetten van Dmitri Sjostakovitsj achter elkaar op

Het Brodsky Quartet tijdens een repetitie in het Muziekgebouw aan ‘t IJFoto Andreas Terlaak

Zalen mogen dan vollopen voor Dmitri Sjostakovitsj’ muziek, de ruim veertig jaar geleden overleden Rus heeft nog altijd vele critici. Sommige muziekjournalisten kunnen nog giftig worden als ‘Sjos’ op het programma staat. In Het Parool werd Sjostakovitsj’ bij het grote publiek geliefde Zevende symfonie vorig jaar nog als ‘een gruwel’ omschreven, De Groene Amsterdammer sprak in 2007 van ‘die verschrikkelijke Sjostakovitsj’.

Hoe komt dat toch? Natuurlijk is niet alles even goed en schreef hij ook propagandamuziek, waarin Sjostakovitsj-devoten juist weer naar sporen van verzet speuren. De belangrijkste reden is dat zijn muziek zich niet makkelijk laat rijmen met de naoorlogse modernistische en eurocentrische denkkaders, waarin nieuwigheid en complexiteit vereisten waren.

Waar modernisten zich voor de Tweede Wereldoorlog afzetten tegen Jean Sibelius, werd dat na de oorlog Dmitri Sjostakovitsj. Doordat Sjostakovitsj op cruciale momenten in zijn loopbaan concessies moest doen aan zijn muziek om de partij te behagen, diskwalificeerde hij zich als kunstenaar. En wie schreef er nou nog symfonieën? Pierre Boulez zag hem als ‘de derde persing van Mahler’. Dat Bartók het marsthemaatje uit de Zevende ridiculiseerde (terwijl Sjostakovitsj daarmee zelf nota bene operettecomponist en Hitler-lieveling Franz Léhar voor schut zette), hielp ook niet mee.

Opvallend genoeg heeft alle kritiek zelden betrekking op zijn vijftien strijkkwartetten, zijn meest persoonlijke stukken. Al zal je ook in strijkkwartetland horen dat de zes kwartetten van Bartók eigenlijk veel beter zijn.

Wie twijfelde aan Sjostakovitsj strijkkwartetkunst, moest dit weekend in het Muziekgebouw aan ’t IJ zijn. Het Britse Brodsky Quartet speelde ze allemaal. Ja, ook op de kwartetten kun je wel wat aanmerken, merk je als je ze achter elkaar hoort: het gebeurt wel erg vaak dat één instrument (meestal de eerste viool, daarna de cello) de interessantste partij heeft en de overige leden ondersteunend werk verrichten. Maar bij het Brodsky Quartet, dat vol overgave en met zichtbaar plezier speelde, deed iedere noot ertoe. Het bracht een koortsachtige concentratie teweeg in het Achtste strijkkwartet, een klinkend zelfportret, bijna een medley vol citaten waarin Sjostakovitsj-puzzelaars hun hart op kunnen halen. Aangevoerd door de fabelachtig goed spelende primarius Daniel Rowland, wiens strijkstok door zijn vlammende spel vele haren verloor, klonk het kwartet indringend en intens. Andere hoogtepunten uit de eerste twee dagen: nummers 2, 5 en 6. Dan weet u dat alvast als de registratie binnenkort op het label Chandos verschijnt.