Wie lijmt V en J?

Even dacht ik dat de spreker een woord voor ‘teven’ bedoelde, maar het ging om Teeven, Fred Teeven, VVD-prominent, crimefighter en oud-staatsecretaris voor Veiligheid en Justitie. „Veiligheid”, meende de spreker, was „een typisch Teeven-woord”.

Na afloop van een congres dronk ik bier met een paar mensen uit de wereld van het recht. De problemen op het ministerie van Veiligheid en Justitie waren het gesprek van de dag. Advocaten, rechtsgeleerden, officieren van justitie, rechters; de meesten waren het erover eens dat de formering van dit superministerie een slecht idee was. En dat het de volgende formatie niet zou overleven.

Na een uittocht aan de top is er nu een nieuwe secretaris-generaal, Siebe Riedstra, die mag proberen het tij te keren. Dinsdag 1 maart gaf hij een interview aan NRC. De directeuren en afdelingshoofden gaan een leiderschapsprogramma volgen, zo vertelde hij.

Als dat helpt, hadden ze die leidinggevenden misschien éérst zo’n training moeten geven alvorens ze te benoemen. En als het de zoveelste training is, kun je je afvragen of het veel zal helpen.

„Ik kan het DNA van deze organisatie niet per decreet veranderen”, zei Riedstra. Is het probleem niet eerder dat een ministerie dat als een kwartet van zes aan de kaarttafel bijeengespeeld werd, geen ‘DNA’ heeft? Dat het een hybride van aan elkaar genaaide organen is, met alle afstotingsreacties van dien?

Dit viel me op tijdens die nazit van dat congres: het simpele feit dat er een ministerie werd gecreëerd dat in één adem de begrippen Justitie en Veiligheid omvat, is menig jurist een grondwettelijke gruwel. En in omgekeerde volgorde nog wel! „Maar hoezo”, vroeg ik, „Veiligheid en Justitie horen toch bij elkaar?”

„Nee!” „Waarom niet?” vroeg ik. En toen kwam die opmerking: „Veiligheid is een typisch Teeven-woord!”

Het was die dag onder meer gegaan over de strafmaat. Veel mensen denken dat Nederlandse rechters te licht straffen. De statistieken spreken het tegen, maar van statistieken trekt de publieke opinie zich meestal weinig aan, ook in dit geval. Het is meer een gevoel, een indruk, geworteld in beeldvorming.

„Een winkeldiefstal, wat heeft dat met veiligheid te maken?”, zei iemand. „Winkeldiefstal is toch een aantasting van de veiligheid van de winkelier?”, antwoordde ik. Dat moest men toegeven, maar de tegenzin was tastbaar.

De handboeken zijn duidelijk: de rechter bepaalt zijn straf op grond van drie dingen: afschrikking, vergelding en beveiliging. Andere mogelijke daders moeten worden afgeschrikt, de gedane schade moet worden vergolden en de samenleving moet tegen de dader worden beschermd.

‘Veiligheid’ is dus misschien een ‘Teeven-woord’, het is – om een bewindsman te noemen die bij rechters vermoedelijk in hoger aanzien staat – ook een ‘Hirsch Ballin-woord’.

Maar de politiek, met name rechts, heeft ‘veiligheid’ zo belangrijk gemaakt, dat rechters, die onafhankelijk willen en moeten zijn, het liever vermijden. Ook ‘grimmige’ termen als ‘vergelding’ en ‘afschrikking’ gebruiken zij niet graag. Liever spreken ze van ‘generale en speciale preventie’ en ‘normhandhaving’. Deels is die reactie terecht, deels koudwatervrees.

Bij berichten over de spanningen op het nieuwe superministerie moet ik altijd aan dat gesprek in de foyer van het congres denken: voor veel mensen bij Justitie is de gedwongen bijslaap met Veiligheid nog altijd een pijnlijk affront. Het is de vraag of het superministerie die fundamentele fout in zijn DNA kan overleven. Of de genetische manipulatie om er één diersoort van te maken, kans van slagen heeft. In elk geval lopen er in Riedstra’s organisatie genoeg mensen rond die bij het mislukken van dit gedwongen huwelijk een mooie fles zullen ontkurken. Hij zal een grote pot sterke lijm nodig hebben om de V en de J bij elkaar te houden.