‘Strafrechters zijn niet onfeilbaar’

De nieuwe procureur-generaal bij de Hoge Raad, Jos Silvis, moet gerechtelijke dwalingen gaan herzien. Hij veroordeelde zelf ooit de verkeerde.

Jos Silvis: „Ik zit er niet in als een kruisvaarder die iets goed te maken heeft.” foto harrald peters

Benoemingen in de top van de rechtspraak worden meestal alleen opgemerkt door liefhebbers van het genre. Dat ligt met de benoeming vrijdag van rechter Jos Silvis (62) tot procureur-generaal (PG) bij de Hoge Raad (HR) anders.

Silvis volgt Jan Watse Fokkens op, die met pensioen gaat, als hoogste autoriteit in het strafrecht. Disciplinaire maatregelen tegen rechters, ambtsmisdrijven door bestuurders, cassatie in het belang der wet, maar vooral herziening van strafzaken – de PG bij de HR bedient alle rode knoppen in de strafrechtspraak.

Silvis is nog maar net, in 2012, door de Raad van Europa gekozen als rechter in het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Als hij in september in Den Haag terugkeert maakt hij net geen vier jaar vol. Deze benoeming is vooral pikant omdat er destijds tegen zijn overstap naar Straatsburg is geprotesteerd. In 2001 was Silvis namelijk voorzitter van de Rotterdamse strafkamer die Cees B. veroordeelde in de Schiedammer Parkmoord tot 18 jaar en tbs. Vier jaar later bleek B. onschuldig, toen een zekere Wik H. de moord bekende. De rechtspsychologen Peter van Koppen en Hans Crombag vonden dat Silvis als rechter nooit echt de verantwoordelijkheid voor de fouten nam. Dat een rechter met een ‘problematisch verleden’ in Straatsburg benoemd werd, vonden zij ‘raadselachtig’. Die discussie herleeft, zeker nu Silvis als PG straks soortgelijke zaken zal moeten onderzoeken en beoordelen.

Had u destijds de fouten in het Parkmoord dossier niet moeten opmerken? Maakt u zich verwijten?

„Ik heb in 2012 gezegd dat er onvolkomenheden in het dossier zaten. Maar daar moet je je als rechter niet achter verschuilen. Als ik destijds tot een ander oordeel was gekomen, ja, dan had ik het beter gedaan. Het was een onterechte veroordeling, zo bleek later. Dat gaf een enorme schok, ook bij mij, als je zoiets professioneel meemaakt. Het heeft jarenlang mijn reflectie op het ‘zijn van strafrechter’ sterk beïnvloed. Of ik er ook echt ánders door ben gaan werken kan ik moeilijk beoordelen.”

Begrijpt u dat burgers bevorderingen tot raadsheer, advocaat-generaal, EHRM-lid en nu zelfs PG vreemd vinden, na zo’n fout?

„Ja, dat kan ik begrijpen – je hebt een onterechte veroordeling staan, als rechter. Maar het systeem is dat de rechter op basis van regels tot een oordeel komt. Dat kan fout zijn, maar dan biedt het systeem mogelijkheid tot correctie. Soms blijkt dat niet te werken, maar dat kan je de individuele rechter niet aanwrijven. Die heeft beslist op basis van het dossier, op wat de zitting hem bracht. Zijn verantwoordelijkheid reikt tot zóver. Een rechter kan ernstige fouten maken in een zaak die goed afloopt. En héél goed werken in een zaak die verkeerd afloopt. Het is heel moeilijk om aan de hand van de uitslag, achteraf te bepalen wat de kwaliteit van het werk was. Maar dat we hier tekortschoten staat vast.”

Moet dat consequenties hebben voor een individuele rechter?

„Het is niet de rechter zelf die daar een oordeel over vormt. Als professional probeer je je werk voort te zetten, op een zo goed mogelijke manier. Anderen beoordelen dan of dat nog mag, of dat niet meer mag, of hoe lang dat niet meer mag.”

Dus je moet als burger de feilbaarheid van het strafrechtsysteem accepteren. Rechters maken fouten, correctiemechanismen falen.

„Voor mij staat voorop dat we de uiterste inspanning moeten leveren om te voorkomen dat mensen onschuldig worden veroordeeld. In Nederland hebben we een uitstekend systeem, met een hoge professionaliteit onder rechters. Maar onfeilbaar is het niet. Vergelijken is altijd gevaarlijk, maar alleen op autoloze zondagen worden geen verkeersfouten gemaakt.”

Zult u als ‘ervaringsdeskundige’ strenger oordelen over dwalingen? Of bent u daarom juist milder?

„Ik denk niet dat ik het beter kan omdat ik heb ervaren hoe zoiets kan gaan. Ik ben me er wel heel bewust van. Ik zit er ook niet in als een kruisvaarder die iets goed te maken heeft – dat zou niet goed zijn. De rechtsorde heeft hier een agenda, niet ikzelf.”

U beslist straks ook over disciplinaire maatregelen tegen rechters.

„Dat moet je niet koppelen aan dwalingen. Disciplinaire maatregelen gaan over de kantjes eraflopen of grote onderlinge problemen op het werk. Wanneer rechters oordelen en dat oordeel blijkt later anders te hebben moeten luiden dan wil dat niet zeggen dat er niet naar eer en geweten is gewerkt. Als een rechter voortdurend zou proberen te vermijden zich ooit te moeten verantwoorden voor een professionele fout, dan hebben we pas écht een probleem. Dat moeten we niet hebben. We moeten rechters hebben die hun verantwoordelijkheid willen nemen en daar verantwoording voor willen afleggen in het vonnis.”

Er is onrust onder rechters over werkdruk, verlies aan autonomie, schaalvergroting. Is dat serieus?

„Dat is een ernstig probleem. Als er eisen worden gesteld die onverenigbaar zijn met het professioneel uitoefenen van je vak, dan zijn er risico’s voor de kwaliteit van de rechtspraak. Je moet fris en helder kunnen kijken zonder dat je al in de zenuwen zit of je de volgende zaak op tijd afkrijgt.”

Heeft de Rechtspraak budget tekort?

„Kijk, de zorg heeft te weinig geld, het onderwijs, politie, defensie – het is makkelijk om in dat koor mee te roepen, voordat ik zelf enige verantwoordelijkheid heb.”

U mag dit tot uw zeventigste doen. Wat wilt u bereiken?

„Ik heb niet een visioen of een heilstaat voor ogen – deze functie is vooral reactief. De beginselen van de rechtsstaat dienen, de ‘rule of law’. Ervoor zorgen dat burgers toegang hebben tot het recht, dat de rechtspraak tijdig antwoordt, op een heldere manier. Dat de erkenning er is dat er dingen fout kunnen gaan en de mogelijkheid om dat te herstellen. Dat is het werk. Ik hoop dat ze over acht jaar zeggen dat ik dat goed gedaan heb.”