Slecht onderwijs: veel dyslexie

Het aantal gevallen van dyslexie in het onderwijs neemt sterk toe. Aan de meeste vormen ervan is iets te doen door veel oefenen. „Maar de meeste leerkrachten in groep 3 of 4 hebben een hekel aan oefenen.”

Op basisschool Het Kofschip in Zevenaar wordt een effectieve spellingmethode gegeven, weinig leerlingen hebben last van dyslexie. Foto David van Dam

Leren spellen komt in basisschool Het Kofschip in Zevenaar neer op veel klassikaal oefenen, telkens opnieuw. Met de leraar gewoon voor de hele klas. Geen indeling in groepjes. Een goede routine is nodig om het groeiende aantal leesproblemen en de epidemie van dyslexieverklaringen in Nederland in te dammen. „Soms is het nodig om met kinderen extra te oefenen, niet een keer maar tien keer. Als je goed les geeft, is de kans dat kinderen leesproblemen ontwikkelen praktisch nihil”, zegt Anna Bosman, hoogleraar Dynamiek van leren en ontwikkeling aan de Radboud Universiteit.

Maar er wordt vaak niet goed les gegeven, weet Kees Vernooy, emeritus lector effectief taal- en leesonderwijs. De Pisatest van 2012 registreerde dat ruim 14 procent van de 15-jarigen in Nederland functioneel ongeletterd is. „Uit internationaal onderzoek blijkt dat de meeste leesproblemen zijn toe te schrijven aan de kwaliteit van de instructie en niet aan oorzaken bij het kind”, aldus Vernooy. „Recent onderzoek van mij toont dat 30 procent van de kinderen in groep 3 niet goed leert lezen. Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt. Ouders uit de middenklasse en hoger zorgen er dan voor dat hun kind een dyslexieverklaring krijgt.”

Sinds 2009, toen dyslexie eerst in de zorgverzekering en later in de gemeentezorg kwam, krijgt 6,5 procent van het aantal basisschoolkinderen extra therapie voor dyslexie. Dat is bijna twee keer zo hoog als de 3,6 procent die was voorzien. De diagnose kost tegen de 1.400 euro, de behandeling 4.000 euro. De school kan beter helpen. Uit onderzoek van de universiteit van Amsterdam en van Bosman blijkt dat goed lesgeven en preventief begeleiden de leesproblemen en dus het beroep op de zorg flink kan verminderen.

‘Ik hoor -luk, ik schrijf -lijk’

Laura Beishuizen, leerkracht aan groep 5 van het Kofschip herhaalt elke dag spellingsles. „Het woord ‘vervelend’, waar eindigt dat op?”, vraagt ze bij de behandeling van het zojuist opgeschreven dictee. „Zeg de regel nog maar eens”. Alle 35 leerlingen dreunen tegelijk: „Als ik aan het eind een ‘tuh’ hoor, moet ik het woord langer maken. Dan hoor ik, of ik een ‘tuh’ of een ‘duh’ moet schrijven.” Vervelende dus.

De kinderen vinden spelling niet vervelend. In eensgezind ritme herhalen ze de regels. Ook als ze niet hoeven omdat ze al goed genoeg zijn, doen ze graag mee. Over het achtervoegsel van het woord ‘behoorlijk’ bijvoorbeeld: „Ik hoor -luk, ik schrijf -lijk’’. Ze zeggen de regels graag hardop. In groep 3 hadden ze de armgebaren geleerd voor klanken. Het lijkt wel doventaal. Enthousiast zwaaiden ze tegelijkertijd met handen en armen. Als ze wat verder zijn hoeft het niet meer en wordt het spelritueel vereenvoudigd.

Dat samen klassikaal herhalen van het zelfde beleeft een kleine comeback. Ondanks de tijdgeest van zelf leren „op maat”. Het rapport Ons Onderwijs 2032 van de commissie-Schnabel zegt niets over spellen, weinig over lezen en gaat al gauw over op Engels als tweede taal in het basisonderwijs. Maar bij sport is trainen vanzelfsprekend dus waarom bij spelling niet? In de hele klas krijgt iedereen alleen het goede antwoord te horen en dat helpt de achterblijvers. Volgens Maria Grob, schooldirecteur van Het Kofschip, komen kinderen met de diagnose dyslexie beter mee. In de klas van Beishuizen haalt nu iedereen een voldoende voor taal. Voor het invoeren was dat niet zo. En de citoscore van de school is bovengemiddeld. Volgens Grob moeten kinderen het oefenen volhouden. Helaas ziet ze leerlingen op de middelbare school weer wegzakken. Als de basisschool in de hogere klassen niet meer oefent, is er al eerder sprake van terugval.

Bosman onderzoekt de op Het Kofschip gehanteerde methodiek van de orthopedagoge José Schraven. „Ik vind het een groot probleem dat er ook wordt gesproken over een leesstoornis. Die is nergens in de hersenen aangetoond”, zegt Bosman. „We hebben ook geen zwemstoornis of fietsstoornis. Het is niet zo dat ze niet kunnen lezen, maar ze lezen trager. Ouders hebben daar moeite mee. Als het probleem van hun kind dan wordt toegeschreven aan een stoornis, is er niets aan te doen. Maar het is eerder zo dat je met de diagnose dyslexie juist extra veel moet oefenen.”

Epidemie

Inmiddels groeit de epidemie van dyslexie in het middelbaar en in het hoger onderwijs. Sinds 2000 zijn er voor dyslectici speciale voorzieningen of extra tijd voor het eindexamen. Tussen 15 procent voor het vmbo en 6 procent van de leerlingen voor het vwo maakt er gebruik van. Zulke maatregelen zijn moeilijk terug te draaien. Het college van toetsing en examens trok na grote politieke druk het verbod op de spelcorrector in voor dyslectici bij het eindexamen.

Aan het hoger onderwijs is het aantal verzoeken om speciale voorzieningen uitgegroeid tot zo’n 13 procent van het aantal studenten, meer dan twee keer zoveel als bij het eindexamen vwo. Het tv-programma Rambam liet onlangs zien hoe gemakkelijk met simuleren verklaringen zijn los te peuteren van adviesbureautjes. Ze wisten er zelfs een op naam te laten zetten van minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA). Het Kwaliteitsinstituut Dyslexie heeft drie jaar geleden al een aantal malafide bureaus aangepakt maar dat was kennelijk niet genoeg. Adriana Bus, hoogleraar leerproblemen aan de universiteit van Leiden sprak in haar inaugurele rede van „pseudo-dyslecten”.

De in leesproblemen gespecialiseerde Aryan van der Leij, hoogleraar aan de universiteit van Amsterdam, vindt dat een plafond van vier procent van de basisschoolleerlingen voor individuele therapie moet gelden. Maar de speciale voorzieningen bij tentamens kunnen ruimer zijn, want die kosten weinig. De verlenging van een tentamen of een examen zou dan voor iedereen moeten gelden. Degenen zonder leesproblemen kunnen desgewenst eerder weg. Zijn collega-hoogleraar aan de UvA, Peter de Jong, is het met hem eens. „De zwakste zes à zeven procent leest zo slecht dat het een handicap wordt”, zegt hij.

Volksgezondheid

Wetenschappers zijn het niet eens over de vraag of dyslexie een aparte stoornis is dan wel een andere uitdrukking voor slecht kunnen lezen. Volgens Van der Leij is het een „neurobiologische stoornis’’ die valt onder de volksgezondheid. „De ernstigste vormen van dyslexie kunnen niet worden opgelost door het onderwijs’’, zegt hij. „Veel ouders en kinderen hebben er baat bij gehad dat het onder de zorgverzekering valt”. Daarin verschilt hij van mening met zijn collega Bosman en anderen die vinden dat de school alle leesproblemen moet aanpakken.

Van der Leij is het wel met Bosman eens dat leesproblemen kunnen worden verminderd met veel en herhaald oefenen. „Je moet het geautomatiseerd kennen”, zegt hij. „Iedereen die ooit in koor heeft gezongen, weet dat je gemakkelijker leert, als je samen zingt. Maar de meeste leerkrachten in groep 3 of 4 hebben een hekel aan oefenen’’.

Met de Universiteit van Amsterdam heeft Van der Leij de methodiek Bouw! ontwikkeld, waar kinderen die veel minder letterkennis hebben dan de anderen al halverwege groep 2 mee kunnen beginnen. Tot en met groep 4. Preventief. Niet met de hele klas maar individueel. De kinderen kunnen op de computer oefenen met een volwassene erbij die hen begeleidt en meteen corrigeert. „Het kan op elk moment, ook gedurende de zomervakantie”, zegt Van der Leij. Wel twee studies hebben de werking van de methodiek aangetoond. Het aantal dyslectici was half zo groot als dat in de controlegroep zonder Bouwmethodiek.

Na het dictee begint groep vijf van het Kofschip in Zevenaar aan de tafels. Op een whiteboard verschijnen de opgaven, 2 maal 3, 6 maal 8, 8 maal 3. Op zes ballonnetjes komen mogelijke uitkomsten naar boven. Leerlingen roepen vrijwel tegelijk de goede uitkomst. Het gaat sneller en sneller, herhalen, herhalen, zodat het een automatisme wordt. Dat is nuttig, want naast dyslexie dreigt dyscalculie.