Ook kwaliteit van sterven is belangrijk

illustraties Cyprian Koscielniak

Yvo Smulders stelt in zijn opiniestuk in NRC van 27 februari dat het bizar is dat veel artsen niet gereanimeerd willen worden.

Ik ben het met hem eens dat het van de situatie afhangt wat de vooruitzichten zijn na een geslaagde reanimatie.

Echter, bij de zin „Indien tijdens een behandelfase elke dood een welkome verlossing is, is er immers sowieso te lang doorbehandeld” doet hij een deel van de patiënten tekort.

Hoe leg ik dit uit aan bijvoorbeeld een man, eind vijftig, nog vol in het leven maar met uitgezaaide longkanker?

Een ziekte met een prognose van gemiddeld negen maanden. Chemotherapie kan wezenlijke verlichting van klachten als kortademigheid en pijn geven, maar geen genezing en de levensduur wordt er niet beter van. Behandel ik deze patiënt dan te lang door?

In gesprekken met hem over al dan niet te behandelen bespreek ik het te verwachten effect, maar ook wanneer te stoppen en wat te doen in geval van een hartstilstand.

De kans dat hij reanimatie overleeft is er, maar zelden zonder restverschijnselen, en daarnaast gaat de ziekte onverminderd voort.

Bij palliatieve behandeling draagt een weloverwogen niet-reanimerenbeleid niet alleen bij aan kwaliteit van leven, maar ook aan kwaliteit van sterven.