Radioflitsen komen van verre explosie

De ene ‘snelle radioflits’ is de andere niet. Tot die conclusie komt een internationaal team van astronomen, onder wie Jason Hessels van van het Nederlandse instituut voor radioastronomie ASTRON, na de ontdekking van een object dat sinds 2012 in totaal elf korte uitbarstingen van radiostraling geproduceerd blijkt te hebben. Sommige van die radioflitsen traden binnen een minuut van elkaar op.

De flitsen werden (achteraf!) opgemerkt in gegevens van de radioschotel bij Arecibo op Puerto Rico. Die telescoop, met een diameter van 350 meter, heeft een hangend platform, waar de radio-ontvanger aan is bevestigd.

Snelle radioflitsen, die maximaal enkele milliseconden duren, zijn nog niet zo lang bekend. De eerste werd pas in 2007 ontdekt in gegevens die al zes jaar daarvóór waren verzameld met de 64-meter radiotelescoop bij Parkes, Australië. Hun oorzaak staat nog niet vast, maar ze lijken steevast afkomstig te zijn van bronnen ver buiten onze Melkweg.

Tot nu toe was van elke bron maar één radioflits waargenomen. Daaruit leidden astronomen af dat de flitsen ontstaan bij eenmalige, catastrofale verschijnselen, zoals supernova-explosies of botsingen tussen compacte sterrestanten. De nieuwe ontdekking, die deze week in Nature is gepubliceerd, wijst er echter op dat ook niet-catastrofale verschijnselen zulke flitsen kunnen genereren.

De ontdekkers van de herhalende ‘radioflitser’, die de aanduiding FRB 121102 heeft gekregen, zoeken de oorzaak bij een recent gevormde pulsar – het snel rondtollende, compacte overblijfsel van een supernova-explosie. De flitsen van FRB 121102 vertonen namelijk overeenkomsten met de ‘superpulsen’ die de Krab-pulsar in onze eigen Melkweg geregeld produceert.