‘Oud-minister Bot wil graag een afspraak’

Lobbyen In de carrière van Ben Bot lopen diplomatie in dienst van de overheid en commercieel lobbywerk naadloos in elkaar over. Zijn opvolgers hebben hem niet graag over de vloer, maar vinden het moeilijk hem te weigeren. Portret van de methode-Bot.

Illustratie: Gijs Kast

Oud-minister van Buitenlandse Zaken Bernard Bot heeft nooit veel woorden gewijd aan zijn leven als lobbyist na zijn pensionering in 2002. In zijn in november vorig jaar gepubliceerde memoires, Achteraf bezien, schrijft de éminence grise van de Nederlandse diplomatie over zijn jarenlange lobbywerk één zin, op de een na laatste pagina: „Niet lang daarna begon ik als consultant in Den Haag, een functie die ik met veel genoegen vervul tot op de dag van vandaag.” 

Deze terughoudendheid is kenmerkend voor oud-bewindspersonen en oud-Kamerleden als ze hun relatienetwerk verzilveren. Er is weinig transparantie, en de deur tussen politiek en lobby in Nederland draait soepel, constateerde de integriteitswaakhond Transparency International vorig jaar in een rapport.

Ben Bot (78), tegenwoordig bekend als buitenlandcommentator in de media, kwam vorig jaar in opspraak door het lobbywerk dat hij daarnaast doet. Hij bleek bij het Openbaar Ministerie (OM) gelobbyd te hebben voor een uit Libië afkomstige zakenman die verdacht wordt van witwassen, fraude en het wegsluizen van 28,5 miljoen dollar uit Libische staatsfondsen. De oud-minister probeerde op persoonlijk briefpapier het OM te bewegen het bevroren vermogen van de zakenman vrij te geven. Hij verzweeg dat hij dat als ingehuurd lobbyist deed, schreef NRC in juni vorig jaar.

Het roept de vraag op hoe de lobbywereld van Ben Bot eruitziet. Dat hij niet met open vizier werkt, blijkt bij nader onderzoek een kenmerk van wat ‘de methode-Bot’ genoemd zou kunnen worden. Andere kenmerken: als lobbyist is hij betrokken bij dossiers die hij eerder als minister deed, en andersom. Hij gebruikt zijn netwerk dat hij als diplomaat heeft opgebouwd voor zijn commerciële lobbypraktijk. En hij zet zijn in overheidsdienst verworven kennis en expertise ook in tegen diezelfde overheid, als het zo uitkomt.

Bot zelf wilde niet meewerken aan de totstandkoming van dit artikel.

Rio Praaning, een Nederlandse lobbyist in Brussel, weet hoe Bots wereld eruitziet. Van hem kreeg Praaning in 1990 een van zijn eerste opdrachten. Bot was toen secretaris-generaal op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze zijn „altijd goede vrienden gebleven”, zegt hij aan de telefoon.

In 1992 wordt Bot permanent vertegenwoordiger van Nederland bij de Europese Unie, standplaats Brussel. Daar zal zijn relatienetwerk uitdijen. Ook zijn imago als onberispelijk en lenig diplomaat groeit in die jaren.

Als je iemand als Ben aan je zijde hebt om her en der een gesprekje te hebben, dan helpt dat

Oud-topmanager van Gasunie

Als Bot eind 2002 op 65-jarige leeftijd als diplomaat „on his way out is” is, vraagt Praaning hem „een paar klussen op te knappen”. Bot wordt partner bij het lobbykantoor dat Praaning in Brussel runt met ex-journalist Rob Meines (NRC en NOS).

Praaning vertelt dat een van die klussen de uitdieping van de Westerschelde wordt, een dossier dat dan al jaren sleept en voor spanningen zorgt tussen Nederland en België. Vlaanderen wil dat Nederland de vaargeul uitbaggert zodat ook de grootste containerschepen Antwerpen kunnen bereiken. Nederland houdt dat om natuur- en milieuredenen tegen, maar op de achtergrond speelt de concurrentie met de Rotterdamse haven.

Bots opdrachtgever is de haven van Antwerpen. Dat de man die als diplomaat altijd de belangen van Nederland heeft gediend, opeens lobbyt voor een ander land wordt niet door iedereen begrepen, zegt Praaning. Bots steun voor een diepere vaarweg „was immers geen Nederlands belang”. Toch was het tegen Nederland. „Het was staatsrechtelijk immers een volstrekt heldere zaak. Voor Bernard was de kwestie direct duidelijk: Vlaanderen had gelijk.”

Bot is negen maanden lobbyist als premier Jan Peter Balkenende hem in 2003 terugroept. Jaap de Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken, CDA) is benoemd tot secretaris-generaal van de NAVO. Partijgenoot Bot wordt zijn opvolger als minister in Balkenende II.

Met zijn ervaring hoeft Bot zich nauwelijks in te werken. Dat geldt ook voor het Westerschelde-dossier, dat klaar ligt op zijn ministeriële bureau. Zijn eerste buitenlandse officiële bezoeker is de Vlaamse premier Bart Somers die komt ijveren voor een vlot scheepvaartverkeer naar Antwerpen. Iets waar Bot eerder dat jaar nog zelf voor gelobbyd heeft bij de regering waarvan hij nu deel uitmaakt.

Weet Somers dat hij de hand schudt van de oud-lobbyist van de Antwerpse haven? „Ik weet het nu en het zou me verbazen als ik het toen niet wist. Ik vermoed dat in de voorbereiding ongetwijfeld vermeld is dat die man een link had met de haven. Het was natuurlijk een ongelooflijk toeval dat op dat moment een figuur aan de andere kant opdook, op een cruciale post als minister, die de logica van het internationale recht als beleidslijn nam.”

Het betekent een „trendbreuk”, zegt Somers. „Eerder hadden we het gevoel van het kastje naar de muur gestuurd te worden, maar vanaf dat moment kwam het in een stroomversnelling.” Mede dankzij Bot wordt binnen één jaar een voorlopig politiek akkoord bereikt over de verdieping.

Nieuwe liefde

Bot is als minister betrokken bij nog een dossier waarin hij eerder lobbyist was: de liberalisering van de postmarkt.

Voordat hij minister wordt, lobbyt Bot voor postconcern TNT (voorheen TPG). Dat bedrijf heeft een monopolie in Nederland en wil dat het kabinet in Nederland de postmarkt niet helemaal openstelt zolang Fransen en Duitsers hun postmarkt niet ook volledig openen.

Het kabinet, waar hij vanaf 2003 in zit, besluit in april 2006 de liberalisering van de postmarkt uit te stellen. In het kabinet is het een dossier van Economische Zaken, maar ook Buitenlandse Zaken is betrokken, vanwege de Europese dimensie.

De TNT-lobby wordt in Den Haag gedaan door de levenspartner van minister Bot, Ilse Wilczek. De dan 65-jarige Bot heeft de 30-jarige Wilczek leren kennen in het kantoor van Praaning en Meines in Brussel. Als hij naar Den Haag verhuist om minister te worden, krijgt zij een baan bij TNT in Den Haag. Als manager public affairs wordt de nieuwe postwet in Nederland en de liberalisering van de Europese postmarkt haar dossier, het oude werkterrein van haar echtgenoot. Wilczek maakt carrière. In korte tijd wordt ze groepsdirecteur public affairs. Ook een zoon van de minister, Bernard Bot jr., kan aan de slag bij TNT. Hij wordt financieel directeur.

De belangen zijn groot. Voor nieuwe postbedrijven, zoals Sandd, kan het niet snel genoeg gaan met het vrijmaken van de markt. Of het aan de TNT-lobby ligt valt niet hard te maken, maar uiteindelijk legt Sandd het af tegen TNT. Dat heeft toegang tot het hoogste politieke niveau, via de partner van de minister en via lobbykantoor Meines & Partners. Dat is het nieuwe kantoor van oud-journalist Rob Meines. Na een breuk met Rio Praaning is Meines in 2004 voor zichzelf begonnen in Den Haag. De lijntjes tussen het lobbykantoor en het CDA zijn kort. Rob Meines en zijn echtgenote, Rixt Meines-Westra, waren en zijn actief in de partij. Zij is oud-CDA-woordvoerder en sinds 2011 vicevoorzitter van het CDA. Rob Meines bestuurt sinds 2012 een steunstichting van het CDA.

Aanvankelijk lobbyt Meines voor Sandd, maar hij stapt snel over naar TNT. Een toenmalige Sandd-bestuurder: „Het hele CDA-kamp was bij Meines aangesloten. Rob Meines is een vriend van minister Bot, wiens levenspartner lobbyt voor TNT. Voor ons was daarmee de cirkel rond.”

Nicolien van Vroonhoven-Kok, dan CDA-Kamerlid: „Ik had contact met Ilse Wilczek van TNT én de directie van Sandd. Kantoor Meines werkte ook voor TNT, maar die kreeg ik als Kamerlid nooit op bezoek. Zij werkten bovenlangs, via fractievoorzitter Verhagen en premier Balkenende. Dat was niet prettig voor mij als Kamerlid. Ik vond dat de postmarkt opener kon, maar de lobby om dat te voorkomen was sterk.”

Ploumen is boos

Vanaf 1 maart 2007, een week na beëindiging van zijn ministerschap – in Balkenende III – is Ben Bot opnieuw lobbyist. Als partner bij kantoor Meines. Welke klanten de oud-minister heeft? De website van kantoor Meines is er kort over: Bot is „betrokken bij complexe internationale aangelegenheden voor onder andere bedrijven in de scheepsbouwsector, olieopslag en energieterminals”.

Als lobbyist is hij betrokken bij dossiers die hij eerder als minister onder handen had. Zo is hij in 2013 actief voor de Vlissingse scheepswerf Damen Shipyards die een exportvergunning vraagt voor de levering van twee marineschepen aan Indonesië. Als minister gaf hij dezelfde scheepsbouwer zeven jaar eerder zelf een exportvergunning, ook voor twee schepen voor de Indonesische marine. Beide keren is er discussie vanwege de vrees voor mensenrechtenschendingen.

Het scheepsdossier is ook illustratief voor zijn gebrek aan transparantie. Zo meldt Bot zich in december 2014 bij minister Ploumen (Buitenlandse Handel, PvdA). Hij maakt zijn opwachting als voorzitter van de raad van toezicht van het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie, en als voorzitter van de raad van commissarissen van Radio Nederland Wereldomroep. Bot komt om te praten over de politieke situatie in Egypte.

Maar tijdens het gesprek brengt hij ook ter sprake dat scheepsbouwer Damen wil meedoen met een buitenlandse aanbesteding voor marineschepen. Daarvoor heeft Damen van Ploumen een verklaring van geen bezwaar nodig.

Als de verklaring er niet komt, zoekt Bot – die de weg weet binnen het departement – contact met de persoonlijke secretarissen van de ministers Koenders (Buitenlandse Zaken) en Ploumen. Dat Bot daarbij beide secretarissen tegen elkaar uitspeelt irriteert Ploumen. Ze laat het er niet bij zitten. De leiding van Damen krijgt tijdens een ontmoeting met de minister te horen dat een dergelijke lobby niet op prijs gesteld wordt. Sindsdien heeft Bot niet meer aangeklopt bij Ploumen.

Een woordvoerder van Damen zegt: „Ik kan niet ontkennen dat bureau Meines is ingeschakeld.” Verder commentaar geeft Damen niet.

Negentien gesprekken

Ploumen is niet de enige bewindspersoon die Bot over de vloer krijgt. Hij komt gemakkelijk binnen bij oud-collega’s. NRC vroeg aan acht ministeries naar de contacten van de politieke leiding met lobbyist Bot sinds het einde van zijn ministerschap in 2007. Het blijkt te gaan om in totaal negentien gesprekken, met de premiers Balkenende en Rutte, en met tien ministers en staatssecretarissen van Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking, Economische Zaken, Infrastructuur en Milieu, en Binnenlandse Zaken.

Zo maakt Balkenende 29 oktober 2007 tijd vrij voor zijn partijgenoot die dan een half jaar lobbyist is. Het verslag van dat gesprek laat zien hoe Bot commercieel en politiek werk vermengt. Ter sprake komen politieke onderwerpen als de situatie in Iran, Afghanistan, België, Ierland en het Verenigd Koninkrijk, maar ook de verkoop van fregatten door scheepsbouwer Damen aan Marokko en Maleisië, een deal tussen Rusland (Gazprom) en Gasunie, de overname door Gasunie van een gastransportnetwerk in Duitsland en de liberalisering van de postmarkt in Duitsland (van belang voor TNT).

Op Buitenlandse Zaken krijgen zijn opvolgers Verhagen, Rosenthal en Timmermans hem over de vloer. Zo heeft Bot als oud-minister op 19 oktober 2010 een gesprek met Uri Rosenthal (VVD). „Hij vroeg aan het einde van het gesprek of de minister nog een moment had”, aldus een bron binnen het ministerie. „Daarna ging het over de handel en export met onder meer Rusland en Indonesië. Bij hun aantreden worden bewindspersonen gewaarschuwd dat Bot daar een handje van heeft.”

Een van de tien bewindspersonen zegt: „Je kunt het bijna niet weigeren als een oud-collega om een afspraak vraagt. Mijn secretariaat meldde: ‘Oud-minister Bot wil een afspraak.’ Het duurde een half uur. Toen het afgelopen was dacht ik: ‘Ik wil straks nooit in dat soort situaties komen’. Kijk, als je voorzitter wordt van een brancheorganisatie, dan is dat een ander verhaal. Dat is transparant en niet van het ene klusje naar het andere.”

Russisch gas

Ook het verhaal van Bas Eickhout, fractievoorzitter van GroenLinks in het Europees Parlement, toont de methode-Bot. Eickhout krijgt 22 januari 2013 een e-mail van de secretaresse van Bot: „De heer Bernard (Ben) Bot zou graag met u spreken over de landbouw en met name over de financiële perspectieven voor landbouw en fondsstructuren. Het zou fijn zijn, wanneer u deze week een moment heeft voor een telefonisch overleg.”

Eickhout: „Het gesprek ging eerst over landbouw, maar daarna over energie, en vooral over het belang van gas. Het was de tijd dat er in Europa gepraat werd over een energie-unie.”

Dat Bot over gas begint, is niet zo vreemd. Bekend is dat Eickhout voor een Europese energie-unie is om de afhankelijkheid van Russisch gas te beperken. En Bot – die als minister van doen had met de Europese energiemarkt, gaspolitiek en de dialoog met Rusland – verleent achter de schermen diensten aan bedrijven die een goede relatie met de Russen nastreven. Zo wordt hij vanaf 2008 ingehuurd door toenmalig Gasunie-topman Marcel Kramer. Dankzij Kramer doet Gasunie mee met de Nord Stream-pijpleiding. Die brengt gas van Gazprom naar West-Europa. Gazprom loopt aan de leiband van het Kremlin. Gasunie: „De heer Bot heeft ons geholpen beter inzicht te krijgen in de publieke en politieke discussie rond het Nord Stream-project, onder meer in de Oostzee-landen.”

Over de rol van Bot zegt een oud-topmanager van Gasunie: „Hij was er voor het ondersteunen van het beleid dat Gasunie en Gazprom samen door één deur konden blijven gaan. Kijk, Ben heeft natuurlijk gezag en hij kent alle belangrijke voordeuren in Den Haag en daarbuiten. Als je zo iemand aan je zijde hebt om her en der een gesprekje te hebben, dan helpt dat.”

Als oud-minister wordt Bot door de media regelmatig geïnterviewd over het energiebeleid en de verhouding met Rusland. Hij toont zich dan voorstander van goede betrekkingen met dat land, ook na ‘MH17’, de annexatie van de Krim en de oorlog in Oekraïne. Wat in de interviews niet aan bod komt, is dat Bot actief is voor bedrijven die belangen hebben bij zo’n goede relatie met Poetins Rusland.

Onder de radar

Bot heeft nog een groot project onder handen. Net als in het Westerschelde-dossier waardeert niet iedereen daarbij de rol van de oud-minister, omdat die tegen het belang van de Nederlandse Staat ingaat. Vanaf 2008 staat hij Deutsche Bank bij in de aankoop van de Hollandsche Bank-Unie (HBU). Dat is een onderdeel van ABN Amro, de bank die door de Nederlandse Staat gekocht is uit de failliete boedel van Fortis.

Van eurocommissaris Neelie Kroes (Mededinging) moet de Staat HBU doorverkopen. Maar er is slechts één potentiële koper: Deutsche Bank. Dat drukt de verkoopprijs. De Staat zal uiteindelijk 1,1 miljard euro op de deal verliezen. Het leidt tot kritiek van de Tweede Kamer.

ABN Amro bedient zich tijdens de onderhandelingen van eigen medewerkers die lobbyen. Zij staan ingeschreven in het lobbyregister. Maar Bot werkt ‘onder de radar’, ontdekt de ABN Amro-top; via via wordt daar bekend dat de oud-minister zich verhuurt aan de Duitse tegenpartij. Namens Deutsche Bank vraagt Bot de Europese Commissie vast te houden aan de eis tot verkoop van HBU. Bij het ministerie van Financiën heeft hij vijf gesprekken met topambtenaren, onder wie Wouter Raab, die als directeur financieringen & deelnemingen de spil is in de verkoop van HBU namens de Nederlandse Staat.

De lobby van Bot blijft onbekend bij de parlementaire enquêtecommissie Financieel Stelsel die in 2011 de HBU-deal reconstrueert. Commissievoorzitter Jan de Wit (SP): „Ik sta te kijken van de rol die Bot heeft gespeeld. Dat hadden we wel willen weten. Het pleit volgens mij eens te meer voor meer transparantie onder lobbyisten.”

Op 1 april 2010 wordt HBU door ABN Amro overgedragen aan Deutsche Bank. Nog dezelfde dag volgt de benoeming van Bot tot commissaris van Deutsche Bank Nederland. Hij zit zijn termijn niet uit. Op 1 augustus 2013 legt hij zijn commissariaat neer, acht maanden vóór het einde van zijn termijn. Bronnen in de financiële wereld melden dat zijn vertrek volgt na ingrijpen van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Bot zou afgekeurd zijn omdat hij te weinig relevante kennis heeft voor zijn functie als commissaris bij de bank.

Waarom doe je dit nog?

Dat een oud-minister zich voor deze klussen leent, wordt niet door iedereen begrepen. Zulk onbegrip leeft ook bij Tweede Kamerleden die zich buigen over een kwestie op het Caribische eiland Sint Eustatius, sinds 2010 deel van Nederland. Het Amerikaans oliebedrijf NuStar wil er zijn olieopslag fors uitbreiden, hetgeen tot protest leidt bij de bevolking. Tegelijkertijd heeft NuStar een scherp conflict met Nederland, dat een aantrekkelijke fiscale regeling (een winstbelasting van slechts 2 procent) wil afschaffen.

Ben Bot lobbyt voor NuStar in Den Haag. Eerst vóór de uitbreiding, daarna tégen de belastingverhoging. Tegelijk spant NuStar – overigens tevergeefs – een proces aan tegen de Nederlandse Staat.

Hoe pijnlijk het kan worden blijkt als Kamerleden van de commissie voor Koninkrijksrelaties in 2012 een bezoek brengen aan het eiland, waar – anders dan in Nederland – uitgebreid over NuStar is geschreven en waar de lobby door een Nederlandse oud-bewindsman fout is gevallen. De Kamercommissie wordt door boze bewoners onthaald met protestborden. „If Ben Bot sent u, don’t come here”, luidt een opschrift. En bij een ontmoeting met het management van NuStar vinden de verbaasde Kamerleden de oud-minister tegenover zich, aan de zijde van de managers.

Bot blijft daarna zijn opwachting maken bij Kamerleden. Jeroen Recourt (PvdA): „Hij is een gezaghebbend minister geweest, dus als hij wil praten over een relevant onderwerp hou ik de deur niet dicht. Ik dacht achteraf wel: ‘Man, je hebt een mooie carrière gehad. Waarom doe je dit nog?’”

Niet integer

Anne Scheltema Beduin, directeur Transparency International Nederland, constateert dat Bot de regels van zijn eigen lobbykantoor overtreedt. Dat schrijft immers op de website: „Voor onze contacten met derden geldt: onze acties zijn altijd transparant, integer en resultaatgericht.” Scheltema Beduin: „Omdat er geen wettelijke regels zijn waar lobbyisten zich aan moeten houden, is het moeilijk hun gedrag als illegaal te bestempelen. Maar als het kantoor zelf beweert transparant te zijn, moeten ze dat wel naleven. Je moet transparant zijn over namens wie je komt, zeker als je net uit de politiek komt. In dat geval is het namelijk voor de andere kant moeilijk in te schatten of het een collegiaal gesprek is of dat je aan het lobbyen bent.”

Bot laat zien waarom de ‘draaideur’ tussen politiek en lobby een probleem is, vindt ze. „Wij pleiten voor een adempauze van twee jaar voor politici. Ook al beweren sommige lobbyisten dat ze de dingen heel goed kunnen scheiden, bij de burger kan de indruk van belangenverstrengeling ontstaan, en dat schaadt het vertrouwen in de politiek.”

Jaap Jelle Feenstra, voorzitter van lobbyistenorganisatie BVPA, hekelt de methode-Bot. „Wees duidelijk namens welk belang je komt”, zegt hij. „Gebruik een gesprek met de minister waarin je komt sparren over Egypte niet als een dekmantel voor zakelijke belangen. En als je binnenkomt om te praten over landbouw en je brengt het gesprek later op gas, dan is dat niet integer. Er is niets mis met praten over gas, maar zeg dat je dat komt doen. De hedendaagse mores vereisen transparant gedrag. Deze werkwijze is schadelijk voor het imago van de sector. Je mag voor alles lobbyen wat God niet verboden heeft, als je het maar professioneel en integer doet.”