‘Onbereikbare dromen heb ik niet’

Sjoerd Buisman (67) is beeldhouwer. Hij woont en werkt in Haarlem en heeft een tweede huis in Normandië. ‘Ik noem het mijn zwarte gat.’

Sjoerd: „Het is momenteel heel druk, ik ren van hot naar her. Voor projecten, om tentoonstellingen voor te bereiden. Vorige week nog is een solo-expositie van mij geopend bij galerie Ramakers in Den Haag. Ik ben redelijk stressgevoelig, maar door jarenlange ervaring kan ik er nu goed mee omgaan. Soms ga ik alleen of met mijn vriendin dan even naar mijn huis in Frankrijk om tot rust te komen en nieuwe inspiratie op te doen. Maar dat moet dan wel in die drukke agenda passen.

„Ik heb altijd geweten dat ik kunstenaar wilde worden. Ik kan ook niets anders. Op de kleuterschool werd me al verteld dat ik goed kon tekenen. Van studeren hield ik niet, al heb ik even gedacht dat ik bioloog wilde worden. De natuur heeft me altijd geboeid, mijn hele werk gaat over de natuur, misschien doordat ik ben opgegroeid in de uiterwaarden, bij Gorinchem. Maar ik had geen geduld voor studeren. Ik ging naar de Academie in Rotterdam. Dat heb ik twee jaar volgehouden, maar het was me veel te schools.

„Ik wilde vrij zijn, aan de slag met kunst. Ik ben naar Ateliers ‘63 gegaan in Haarlem. Daar woonde je min of meer intern. Eenmaal per week kwamen de docenten langs, onder wie Jan Dibbets, Ger Lataster en Wessel Couzijn. Dag en nacht ging je om met kunstenaars, dat was een gigantische bron van inspiratie. Ik kreeg al snel aandacht van de buitenwereld en op mijn 23ste stond mijn werk op de Biënnale in Middelheim en op de Jeugdbiënnale in Parijs. Zo is het gaan rollen. Nu staat werk van mij in het House of Parliament in Edinburgh, op de Golan-hoogvlakte, bij particuliere verzamelaars en in musea in binnen- en buitenland.”

„Ik heb altijd goed van mijn werk kunnen leven, al moet ik het nu vooral hebben van particuliere verzamelaars, want musea hebben geen geld meer. Die wachten tot je werk schenkt. Dat werd verhevigd tijdens de economische crisis. Galeries stopten ermee. Dankzij een buffer heb ik het financieel gered. Automatisch ging ik toen wat zuiniger produceren, hout in plaats van brons bijvoorbeeld. En tekeningen maken in plaats van beelden. Nu gaat het financieel weer als vanouds.

Pensioen? Welnee!

„Of ik ooit met pensioen ga? Haha, nee, dat doe je niet als kunstenaar. Het kunstenaarsbestaan is zó leuk… Als ik gepensioneerden hoor praten over hun activiteiten, hun reizen, dan zijn dat vaak zulke schamele verhalen. Over hoe het eten was. Als ik reis, is dat vaak voor mijn werk. Ik heb bijvoorbeeld een expositie gehad in Japan. En ik heb een paar maanden gewerkt in Oostenrijk, Polen, Wales, Schotland, Israël en de VS. Vaak is dat op uitnodiging van een organisatie die een beeld wil. Dat levert geen dik geld op, maar wel een mooie ervaring. Doorgaan met werken is deels een financiële kwestie, maar heeft vooral te maken met het plezier in het werk. In de kunstgeschiedenis zie je maar weinig kunstenaars die met pensioen zijn gegaan. Hun drive is te groot.”

Klaar met de kunstscene

„Ik stop veel geld in mijn werk. Zolang ik het niet heb verkocht, moet ik het voorfinancieren. Mijn huis in Frankrijk, dat vrij groot is, kost ook veel geld. Ik noem het mijn zwarte gat, want het onderhoud ervan is kostbaar. Twintig jaar geleden was ik een beetje klaar met de kunstscene in Nederland, alles was zo voorspelbaar geworden. Ik wilde in de natuur wonen, op een plek met veel grond. Eerst heb ik in Ierland gekeken, maar dat was te ver weg. En te katholiek. Daarna ben ik in het oosten van België gaan zoeken. Uiteindelijk vond ik iets betaalbaars in Normandië, een huis waar veel aan moest worden opgeknapt. De tuin was een romantische, maar verloederde Engelse landschapstuin.

„Ik zie het niet als een vakantiehuis, het is echt mijn belangrijkste thuis. Helaas ben ik door alle drukte meer in Nederland dan in Normandië. Ik hoop dat die balans ooit doorslaat naar de andere kant. Toch zou ik niet permanent in Frankrijk willen wonen, intellectueel kom ik daar op het platteland niet aan mijn trekken. Al kan ik daar wel weer in de tuin werken. Al snoeiend en schoffelend gaat mijn brein dan aan de slag met materialen die tot kunst kunnen leiden.”

Niets onbereikbaars

„Ik zou best meer geld willen hebben om het onderhoud aan mijn huis in Frankrijk te kunnen uitbesteden en zo meer tijd over te houden voor kunst. Je ziet dat regelmatig bij kunstenaars: dat ze meer gaan produceren als ze meer succes hebben. Niet-kunstenaars gaan vaak juist minder werken als ze succesvol zijn. Die kopen een villa of een dure auto.

„Qua dromen heb ik niets onbereikbaars in mijn hoofd, ik ben tamelijk gelukkig. Ik zou alleen graag willen dat mijn leven tweemaal zo lang zou duren, om te genieten, kunstreizen te maken met mijn partner bijvoorbeeld. Op mijn leeftijd overlijden er soms vrienden of ze gaan iets mankeren. Dan ga je je realiseren dat het leven eigenlijk te kort is.”