‘Ik heb geleerd nooit een slachtoffer te zijn’

Het leven van Diane von Furstenberg is als een roman: huwelijken met een prins en een mediamagnaat, een eigen modemerk dat toppen en dalen kende. Ze groeide op bij een moeder met een oorlogstrauma. „Dankzij haar ben ik sterk.”

Diane von Furstenbergs gezicht met de opvallende jukbeenderen heeft net genoeg rimpels om haar claim dat ze geen ingrepen heeft laten doen, geloofwaardig te maken. Foto Jesse Frohman

De twee eigenaren van de boekhandel kunnen het nog steeds bijna niet geloven. Diane von Furstenberg is een icoon, ze had „stadions en concerthallen” kunnen vullen, maar ze koos hun bescheiden autorenbuchhandlung berlin (sic) als de plek om Die Frau, die ich sein wollte, de Duitse vertaling van haar autobiografie The Woman I Wanted to Be in Berlijn te presenteren.

Een droom is in vervulling gegaan, vertellen ze het zaaltje, waar bijna alleen vrouwen zitten, een aantal in wrapdress, het beroemdste ontwerp van Von Furstenberg. Een jurk die, zoals een van de boekwinkeleigenaren weet te vertellen, „het lichaam van een vrouw omhelst en haar zelfvertrouwen geeft” en die „veel meer is dan design of mode: het is een attitude.” De tientallen vrouwen in het publiek, de meesten eerder vijftig dan dertig jaar, dragen die van hen met een coltrui of T-shirt eronder: het diepe decolleté is voor hen blijkbaar net te veel attitude.

Met Barry Diller in Studio 54, in 1977. Foto Rose Hartman.

Von Furstenberg (69) is een indrukwekkende verschijning. Haar bruinrode haar kleurt prachtig bij haar gebruinde huid; ze brengt elk jaar een paar maanden door op het jacht van haar echtgenoot, mediamiljardair Barry Diller. (De Eos, een van de grootste zeiljachten ter wereld, heeft een boegbeeld dat naar haar is gemodelleerd). Haar gezicht met de opvallende jukbeenderen heeft net genoeg rimpels om haar claim dat ze geen ingrepen heeft laten doen, geloofwaardig te maken. Ze draagt een kort, losvallend zwart zijden jurkje met een wit motief uit eigen collectie, opgefleurd met flink wat armbanden, ringen en kettingen. Haar voeten zijn gestoken in enkellaarsjes met hoge hakken. Na meer dan veertig jaar in de VS heeft de in België geboren ontwerpster nog altijd geen Amerikaans accent. Het is ook niet Frans, eerder een soort onbestemd Europees.

Na een kort interview leest ze een fragment voor uit haar boek en is er tijd voor vragen uit het publiek.

„U vertelt in uw boek dat u nooit naar de voetbalwedstrijden van uw zoon bent gegaan. Had u daar graag meer tijd voor gehad?” Het antwoord is even kort als snedig en geroutineerd: „Zelfs als ik niet had gewerkt, was ik niet naar het voetbalveld gegaan.”

Gelach.

Voor vrouwen is het tegenwoordig al zo’n uitdaging om baan en gezinsleven te combineren, durft een ander. Hoe was dat wel niet voor haar, in een tijd waarin het voor vrouwen helemaal nog niet gebruikelijk was een carrière te hebben? „U had twee jonge kinderen en startte met zoveel power uw bedrijf op.”

„Ik begon een zaak en had twee kinderen en een echtgenoot. Ik hield de zaak en de kinderen, maar niet de echtgenoot.”

Weer gelach.

Een paar uur eerder, in een suite in het statige Hotel Adlon. Von Furstenberg (69) zit op de bank, de tv staat aan. Kom binnen, gebaart ze, zonder op te kijken.

Die ochtend is ze aangekomen uit New York en ze heeft, vertelt ze later, tijdens de vlucht niet kunnen slapen. „Maar ik ben blij dat ik hier ben.” Ze laat een foto zien die ze eerder vandaag op Instagram postte (@dvf – 1,3 miljoen volgers): haar boek in het Duits, gefotografeerd voor haar hotelraam dat uitkijkt op de Brandenburger Tor.

The woman I Wanted to Be vertelt hoe de Brusselse Diane Halfin, dochter van twee joodse immigranten, trouwt met een Duitse prins („De meeste sprookjes eindigen als de hoofdpersoon met een prins trouwt, het mijne begon ermee”), samen met hem naar New York verhuist en daar een zeer succesvol modehuis begint. Hoe zowel haar huwelijk als haar merk snel weer instorten, en hoe ze vervolgens haar bedrijf opnieuw weet op te bouwen en na de nodige avonturen – Richard Gere! Ryan O’Neal! Warren Beatty! – ook weer trouwt, dit keer zonder de naam van haar echtgenoot aan te nemen. Behalve de beschrijving van haar flitsende leven – „De Amerikaanse droom”, aldus de ontwerper zelf – heeft ze het uitgebreid over haar gezin, gezondheid (op haar 47ste kreeg ze kanker) en mijmert ze over schoonheid, de liefde en het enige verwijt dat ze zichzelf maakt.

Von Furstenberg heeft er dan geen spijt van dat ze nooit bij het voetbalveld stond, wel dat ze te weinig oog heeft gehad voor de ziekte van haar dochter Tatiana. Die heeft al sinds haar vroege jeugd problemen met bewegen. Pas in 2014, als ze 43 is, wordt de definitieve diagnose gesteld: de ziekte van Brody, een spierziekte. „Ze klaagde nooit, maar ik vergeef mezelf niet dat ik niet zag hoe erg haar handicap was”, schrijft ze. En: „Op mijn prikbord in mijn huis in Connecticut hangt een briefje dat ze me schreef als klein kind: ‘Mama, je weet eigenlijk niks van me.’ Ik vond het altijd zo lief, maar nu voel ik me verschrikkelijk als ik het lees. Het was een schreeuw om hulp.”

U ontziet uzelf niet, door dat zo op te schrijven.

„Een van mijn kleindochters zegt altijd tegen mij: ‘Jij hebt geen enkele filter.’ Maar er is geen enkel nadeel aan eerlijkheid. Je vermijdt zoveel fouten.”

Het boek lijkt een groter succes dan de biografie die in juli 2015 verscheen, A Life Unwrapped van de Amerikaanse Gioia Diliberto. Dat is gedetailleerder, vooral over Von Furstenbergs liefdesleven en zakelijke problemen, maar vertelt grotendeels hetzelfde verhaal. („Prima”, vindt Von Furstenberg dat boek, waaraan ze zelf meewerkte. „Maar het geeft niet weer hoe ik mijn leven zelf heb ervaren, dus ik ben blij dat ik mijn eigen boek heb geschreven.”)

The Woman I Wanted to Be is niet alleen vertaald in het Duits, maar ook in het Italiaans. Dit jaar worden Chinese, Portugese en Franse edities verwacht.

U publiceerde al eerder een autobiografie, in 1997. Waarom daar niet gewoon een nieuw hoofdstuk aan toegevoegd?

„Mijn vorige boek was vooral een business memoir. Ik had er niet echt mijn hart in gelegd. In dit boek wel. Ik heb eerst weer een aantal gesprekken gevoerd met Linda Bird Francke, een journalist die mij al meer dan veertig jaar kent en die mij ook geholpen heeft bij het eerste boek. Zij heeft een structuur voor me gemaakt en toen ben ik zelf gaan schrijven.”

Was dat moeilijk?

„Het was als therapie; opeens werden me een heleboel dingen duidelijk. Als je ouder wordt, verandert je perspectief op je eigen leven: je wordt meer toeschouwer dan acteur. In het boek praat ik over een foto van mijn moeder met mij die ik al jaren heb en waar ik nooit echt over heb nagedacht. Tijdens het schrijven besefte ik: die foto is genomen in een land waar Duits werd gesproken, en het was nog maar een paar jaar na de oorlog.”

Von Furstenbergs moeder woog 28 kilo toen ze in juni 1945 terugkeerde uit Auschwitz, Ravensbrück en Neustadt-Glewe. Dertien maanden daarvoor was ze uit Brussel weggevoerd op een truck. Ze had nog een briefje voor haar ouders weten te schrijven, dat ze op straat gooide en nog bij hen terechtkwam ook. Daarin stond dat ze niet wist waar ze heen werd gebracht, maar dat ze nooit ongelukkig of alleen zou zijn „omdat God overal is”, en dat ze vertrok met een „glimlach op haar gezicht”. In november 1945 trouwde ze met haar verloofde, die had weten te ontkomen naar Zwitserland. Tegen doktersadvies in werd ze snel zwanger. Diane werd op oudejaarsavond 1946 geboren.

Von Furstenberg beschrijft hoe haar moeder zich vaak huilend terugtrok in haar kamer en hoe streng ze was: als haar dochter iets verkeerds zei, moest ze in de hoek staan. Toen duidelijk werd dat ze bang was in het donker, werd ze opgesloten in een kast. „Angst was geen optie.” Pas nadat Diane’s zes jaar jongere broer was geboren, werd haar moeder wat milder. „Ik heb me pas veel later gerealiseerd dat ze een trauma had”, zegt Von Furstenberg. „Al voelde ik altijd wel aan dat ik me goed moest gedragen om het niet moeilijker voor haar te maken.”

Uw jeugd kan niet gemakkelijk zijn geweest.

„Als ik mijn jeugd in één woord zou moeten samenvatten dan is dat: saai. Het regende altijd. Maar moeilijk: nee. En zelfs als dat zo was, zou ik het nooit toegeven. Als ik iets heb geleerd van mijn moeder, is het om nooit een slachtoffer te zijn. Ik heb geen herinneringen aan negatieve dingen die mij zijn overkomen. Zo verwerk ik dingen nu eenmaal. En ik ben blij dat ze zo streng voor me was. Dankzij haar ben ik sterk.”

Heeft u het ook zo aangepakt met uw kinderen?

„Ik was niet zo hard. Wel pragmatisch. Ik vertelde ze: ‘Je moet verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven, want ik kan doodgaan’. Ik herinner me dat ze gingen huilen en vroegen: ‘Wat bedoel je?’ Ik zei: ‘Ik ben niet van plan dood te gaan, maar het kán gebeuren.’ Ze waren nog klein, toen.”

Er is inmiddels veel bekend over hoe oorlogstrauma’s het leven van de volgende generatie beïnvloeden, en zelfs dat van de generatie erna.

„Sinds ik erover heb geschreven heb ik veel kinderen van overlevenden ontmoet – mensen schrijven me. Er is iets met kinderen van overlevenden. Het zijn zelf overlevers. Als je jong bent, wil je er niet mee bezig zijn. Maar nu onze ouders dood zijn, duwen we het niet meer weg.”

Op haar dertiende werd Diane – een meisje dat zich met haar donkere krullen een buitenbeentje voelde tussen haar vriendinnen met blond, steil haar – naar een Zwitserse kostschool gestuurd, in de buurt van de woonplaats van haar moeders nieuwe, jongere vriend. Twee jaar later gingen haar ouders uit elkaar. Diane ging naar een nieuwe kostschool, in Engeland, en vervolgens naar Madrid en Zwitserland om te studeren.

Op een verjaardagsfeestje in Lausanne ontmoette ze de even oude Egon Prinz von und zu Fürstenberg. De titel kwam van zijn vader, het geld van zijn moeder: Clara Agnelli, van de Italiaanse Fiat-familie; ze was de oudere zus van Gianni. Daarmee begon het jetsetleven van Diane: jachten, verre reizen, societyfeesten. Op haar 22ste, toen Egon zonder haar op wereldreis was gegaan, bleek ze zwanger. In de zomer van 1969 trouwden ze.

Wat vond uw moeder van uw keuze voor een Duitse prins?

„Dat maakte haar niet uit. Ze was dol op hem. Zijzelf verliet mijn vader voor een Duitssprekende Zwitser.”

Uw zoon vond ooit een foto waarop zijn grootvader poseerde met Adolf Hitler, iets wat u overigens niet in uw boek vermeldt.

„Hij schreef een werkstuk over Hitler en kwam die tegen, ja. Maar dat, ik weet niet… Je kunt niet teruggaan in de tijd.”

Diezelfde grootvader, uw schoonvader, vond het een probleem dat zijn zoon met een joods meisje trouwde, schrijft u in uw boek.

„Ik kan dat begrijpen. Het was een andere tijd. Dat was gewoon de manier waarop hij was grootgebracht.”

Als lezer schrik je van die mededeling.

„Het was een andere tijd.”

Was dat de reden dat u na uw huwelijk naar New York verhuisde, ver weg van uw schoonfamilie?

„Misschien onbewust wel.” Herstelt zich: „Nee, ik wilde naar New York omdat Amerika opwindend was. Een nieuw land, waar alles mogelijk was.”

Het stel, dat ‘und zu’ uit de naam liet vallen (de umlaut wordt sindsdien nog maar incidenteel gebruikt, en niet in de naam van het modemerk) was binnen de kortste keren het ‘it-couple’ van New York. Het gaf feesten voor sterren als Yves Saint Laurent en Bernardo Bertolucci, met gasten als Andy Warhol, die Von Furstenberg twee keer zou portretteren, en Mick Jagger. Elke avond was er minstens één cocktailparty, een diner, soms een bal en altijd een afzakkertje in een homobar. „New York was geweldig in die tijd”, zegt Von Furstenberg. „Gevaarlijk, maar ook goedkoop, en dus woonden er een heleboel kunstenaars. Aids bestond nog niet, dus de mensen waren heel vrij – ach, daar weten jullie in Nederland alles van.”

In 1973 stonden de jonge prins en prinses op de cover van New York Magazine. Als kop: The Couple That Has Everything. Is Everything Enough? Het verhaal was geschreven door Linda Bird Francke, de journalist die haar later zou helpen met beide autobiografieën. Egon vertelde in het artikel over zijn biseksualiteit en zijn open huwelijk, Diane vergeleek seks in een huwelijk met „het aanraken van je linkerhand met je rechterhand”. Het verhaal betekende het einde van het huwelijk, al scheidden ze pas officieel in 1983 en bleef het stel tot Egon von Furstenbergs dood aan levercirrose, in 2004, goed bevriend.

Von Furstenberg: „Egon was erg overstuur van het artikel: het heeft het huwelijk kapotgemaakt, blablabla. Maar het was niet het artikel. Het stel dat daarin werd beschreven stond me niet aan, hun imago.”

Was u nooit jaloers in die periode?

„Ik ben niet zo jaloers. Niet echt.”

Voor haar huwelijk had Von Furstenberg een jaar stage gelopen bij een Italiaanse fabrikant, Angelo Ferretti, die onder meer shawls en luxe bedrukte T-shirts maakte.

Toen ze naar New York verhuisde nam ze zo’n honderd, meest tricot jurken mee die ze bij hem had laten maken. Vlak na de geboorte van haar zoon Alexandre liet ze die zien aan Diana Vreeland, de legendarische hoofdredacteur van Vogue. „Wat slim van je en hoe modern”, zou die hebben gezegd over de praktische, maar toch sexy jurken, waarna Von Furstenberg op aanraden van een van Vreelands assistentes een hotelkamer boekte voor haar eerste collectiepresentatie. Haar eerste eigen print was een zwart-wit kettingdessin dat ze nog altijd gebruikt. In 1972 opende ze een eigen showroom en lanceerde ze haar eerste reclamecampagne (met zichzelf als model: ‘Feel like a woman, wear a dress’) en in 1974 lag de wrapdress voor het eerst in de winkel: een tricot jurk met als enige sluiting een strikceintuur in de taille, een jurk die de suggestie wekte dat hij bijna in één beweging uit te trekken was. Eind 1975 verkocht ze 15.000 jurken per week.

Drie jaar na het beruchte verhaal in New York Magazine schreef Bird Francke weer een artikel over haar, het coververhaal van Newsweek. Ditmaal ging het niet over haar privéleven, maar over het succes van de wrapdress, die iedere vrouw leek te dragen, inclusief Gloria Steinem en Betty Ford, al stond niemand hem zo goed als Von Furstenberg zelf. „Iedere vrouw die hem aantrekt, denkt dat ze Diane is”, vertelde een verkoper in het verhaal.

Naast jurken werden er toen ook al schoenen, tassen, bontjassen, make-up, parfum, zonnebrillen en beddengoed onder haar naam verkocht en bracht ze een boek uit met schoonheidsadviezen (Diane von Furstenberg’s Book of Beauty: How to Become a More Attractive, Confident and Sensual Woman). In het artikel laat ze zich ontvallen dat een carrière voor een vrouw „nog steeds een accessoire” was. „Als je slaagde was dat oké”, zegt Von Furstenberg. „Maar zo niet, dan veroordeelde niemand je erom.”

Was dat iets dat u als jong meisje al ambieerde, een carrière?

„Ik heb altijd al onafhankelijk willen zijn. Dat had mijn moeder er bij mij ingeprent. Ik moest voor mezelf kunnen zorgen. Ze zei altijd: ‘Jij bent mijn vrijheidsvlag.’ Mijn geboorte was haar wederopstanding.”

Ook al probeerde ze de zwangerschap aanvankelijk te beëindigen.

„Ach, dat was even een moment. De arts zei dat ze nog te zwak was om kinderen te hebben, dus ze sprong bij mijn vader achter op de motor om zich over de kasseien te laten rijden. Misschien bracht hij later wat pillen voor haar mee en gooide ze die uit het raam. Toen ik zelf voor het eerst zwanger was, overwoog ik ook een abortus. Om dat zelfs nu maar te zeggen, voelt al belachelijk.”

Waarom wilde u dat?

„Ik wilde niet zwanger trouwen. Egon was een fantastische catch. Het zou eruitzien alsof ik het expres had gedaan. Maar hij wilde niets van een abortus weten.”

In 1977 zag Von Furstenberg tijdens haar bezoeken aan warenhuizen dat de rekken verdacht vol hingen. „Iedere vrouw had al minstens twee, vijf, of tien van mijn jurken in de kast hangen.” Kort daarna plaatsten „alle warenhuizen” advertenties in The New York Times waarin bekend werd gemaakt dat de wrapdress in de uitverkoop was. Modekrant Women’s Wear Daily constateerde dat de markt verzadigd was. Niet veel later verkocht Von Furstenberg haar modemerk. Ze concentreerde zich op haar cosmeticalijn, tot ze die in 1983 ook van de hand deed; ze bleek een schuld van tien miljoen dollar bij de bank te hebben. In 1984 kwam ze terug met een duurdere modelijn, Diane, maar die werd geen succes, waarna ze voor een paar jaar naar Parijs verhuisde; de licenties die nog liepen, zorgden voor een royaal inkomen. „Op mijn veertigste was ik een has-been”, schrijft ze in haar boek.

In de jaren negentig krabbelde ze langzaam overeind. In 1992 maakte ze daar debuut op homeshoppingnetwerk QVC, dat Diller op haar aanraden kocht. De eerste collectie van haar Silk Assets, wijde kleren van wasbare zijde, was in twee uur uitverkocht (omzet: 1,3 miljoen dollar). Ze ging ermee door tot eind jaren negentig.

Toen was ze alweer begonnen het modelabel dat haar naam draagt, nieuw leven in te blazen. Jonge, hippe vrouwen, onder wie de vrouw van haar zoon, hadden de wrapdress ontdekt in tweedehands winkels, en ontwerpers als Gianni Versace en Karl Lagerfeld hadden haar geadviseerd de de jurk terug te brengen. In september 1997 herlanceerde ze de wrapdress, die ze twee maanden daarvoor had gepromoot door elke dag een andere te dragen tijdens de haute-coutureshows in Parijs. „Iedereen om haar heen was jaloers op haar jurk”, schreef de toenmalige modecriticus vanThe New York Times.

Op haar vijftigste was ze nog altijd het beste uithangbord voor haar merk, dat sindsdien altijd is blijven bestaan, al werd het bedrijf in de loop der jaren op aandringen van haar zoon, die haar in de biografie van Diliberto „een vreselijke, vreselijke manager” noemt, een paar keer stevig geherstructureerd.

Tijdens het gesprek speelt Von Furstenberg steeds met de zoom van haar jurk, zodat de aandacht wordt gevestigd op haar fraaie, in zwarte panty’s gestoken benen, die voor een niet erg lange vrouw erg lang zijn. Een verleidelijk gebaar dat een soort tweede natuur lijkt te zijn geworden.

Diana the huntress, noemt ze zichzelf niet zonder trots in haar boek. Na haar scheiding leefde ze „het leven van een man in het lichaam van een vrouw”. Als haar kinderen in bed lagen, trok ze haar cowboylaarzen aan en ging ze naar de beroemde discotheek Studio 54. „De beste pick-up place”, zegt ze. The New Yorker beschreef eens hoe Von Furstenberg destijds op de redactie van Rolling Stone ingelijste covers van het blad bestudeerde en telde met hoeveel mensen op die covers ze had geslapen.

Tussen de affaires door was er steeds Barry Diller, die ze ontmoette toen zij 28 was, en hij 33 en het hoofd van een Hollywoodstudio. „Zijn vrienden waren sceptisch”, schrijft ze. „Niemand had hem gekend met een vrouw. Daardoor voelde ik me de bijzonderste vrouw ter wereld.” De relatie was niet exclusief – „Barry stelde geen vragen en ik ook niet”– en Von Furstenberg had nog een aantal langere relaties voor ze in 2001 met Diller in het huwelijk trad. Ze wonen nog steeds niet samen.

In 1980 kreeg ze een relatie met een Braziliaanse man die ze had ontmoet op Bali. Ze hing haar huis vol met Indonesisch textiel en begon zich net als hij te kleden in sarongs, ook in de winter. Met de Italiaanse schrijver en journalist Alain Elkann ging ze vlak na de ontmoeting mee naar Parijs, waar ze een uitgeverijtje begon – specialiteit: in het Frans vertaalde Engelstalige literatuur – en op zijn verzoek platte schoenen en degelijke wollen rokken begon te dragen.

Het verbaast me dat iemand die zo graag onafhankelijk wilde zijn, steeds haar leven zo radicaal omgooit voor een man.

„Mijn kinderen zeiden dat ik helemaal geen persoonlijkheid had, omdat ik steeds veranderde. Maar ik ben mezelf nooit helemaal verloren. Het was steeds de fantasie: de schrijver in Parijs, de jungleman op Bali.”

In 2014 verscheen, naast haar autobiografie, The Journey of a Dress: een koffietafelboek vol foto’s van de expositie in Los Angeles die aan de toen veertigjarige jurk was gewijd. Met heel veel foto’s van haarzelf, en van beroemde vrouwen in de jurk: Paris Hilton, Madonna, Michelle Obama (de first lady kuiste het decolleté met een steekje halverwege), Cybill Shepherd in de film Taxi Driver, Amy Winehouse, politicus Ingrid Betancourt. Voor die laatste was de wrapdress in paars met roze panterprint de eerste jurk die ze kocht na ruim zes jaar gevangenschap door de Colombiaanse guerilla-organisatie FARC.

Altijd weer de wrapdress. Bent u hem nooit beu?

„Er zijn tijden geweest dat hij me tegenstond. Dan dacht ik: het gaat alleen maar over de wrapdress, en ik maak ook zoveel andere dingen. Maar toen ik de expositie in Los Angeles zag, was ik heel trots.”

Draagt u de jurk zelf nog veel?

„Mijn taille is niet meer wat hij was, dus nee, niet echt. Maar eigenlijk heb ik altijd liever mijn overhemdjurken gedragen.”

Beschouwt u zichzelf als een modeontwerper?

„Vroeger niet. Nu wel.”

Want u heeft een klassieker gecreëerd.

I know.”

Hoe is uw positie nu binnen het bedrijf? U werkt al een tijd met creative directors voor de collecties.

„Ik zit in mijn laatste periode. Ik heb vorig jaar een nieuwe, jonge CEO aangesteld die een heel nieuw team om zich heen aan het bouwen is. Hij begrijpt precies wat de boodschap van het merk is: elke vrouw vertellen dat ze de vrouw kan zijn die ze wil zijn, en dat ze daar recht op heeft. Niemand heeft dat zo goed begrepen als hij. Daarom heb ik hem de sleutels van mijn huis gegeven. Over niet al te lange tijd kan ik me terugtrekken.”

Uw jurken maken van vrouwen de vrouwen die ze willen zijn?

„Het zijn tools. Je staat op, je voelt je verschrikkelijk. Je gaat naar je kast en daar vind je een betrouwbare vriendin. Vrouwen gooien mijn jurken niet weg. Ze bewaren ze, omdat ze zelfvertrouwen geven. Ze voelen goed aan, zijn flatteus.”

Ook als je dik bent, echt dik?

„Dan kun je mijn kleren niet dragen.”

In de jaren negentig verkocht u wel kleding in grote maten.

„Op tv, ja. Je hebt geen idee hoe groot die maten waren: XL, XXL, XXXL… Het was oké om te doen. Maar – ik zou dit eigenlijk niet moeten zeggen – ik kan niet geloven dat mensen dik willen zijn. Je kan wat ronder zijn, grote borsten hebben. Maar heel zwaar zijn, is geen keuze.”

Bent u de eigenaar van uw bedrijf?

„Mijn familie. Ik, mijn man en mijn kinderen.”

Wat ligt u meer, de zakelijke kant of de creatieve?

„Ik weet het niet. Ik ben de oprichter. Er is iets met oprichters: die werken met hun instinct. Je bent impulsief, en dat pakt niet altijd goed uit. Mensen vragen mij altijd: ‘Als je toen wist wat je nu weet, wat zou je dan anders hebben gedaan?’ Ik heb altijd een hekel gehad aan die vraag, want ik kon niets bedenken. Maar nu weet ik dat je een businessplan moet maken. Ik deed altijd maar wat.”

Op de televisie, die de hele tijd aan is blijven staan, verschijnen beelden van bootvluchtelingen. „Ik heb zó veel compassie met vluchtelingen”, zegt ze. „Ik steun het International Rescue Committee, dat in 1933 is opgericht door Albert Einstein. Hij was ook een vluchteling. Vluchtelingen zijn vaak de beste mensen. Mijn zoon wil alleen maar artsen die inmigrant zijn. Die werken het hardst.”

Wat gaat u doen als u straks minder betrokken bent bij uw merk?

„Als je succesvol bent, gebeuren er twee dingen. Een, je bent financieel onafhankelijk, en dat is geweldig. En ten tweede: je hebt een stem. Die kun je gebruiken voor mensen die er geen hebben. Ik heb een spelletje: de eerste e-mail die ik in de ochtend verstuur, is er een waarmee ik iemand anders wil helpen.”

Wanneer realiseerde u zich dat u die stem heeft?

„Ik realiseerde het pas echt toen ik een jaar geleden werd gebeld door een Indiase man die de Nobelprijs voor de vrede geeft gewonnen – hij is erg begaan met human trafficking [mensenrechtenactivist Kailash Satyarthi]. Ik zei: ‘Wat kan ik voor u doen?’ Ik heb uw stem nodig’, zei hij. ‘Hoezo mijn stem’, zei ik. ‘U bent de Nobelprijswinnaar.’”

Wat heeft u toen voor hem gedaan?

„O, ik doe een heleboel dingen voor een heleboel mensen. Maar dat was het moment dat ik besefte dat ik echt een stem heb. Dat is iets magisch. Dus dat is waar ik me op wil concentreren in het laatste deel van mijn leven: het gebruiken van die stem.”

    • Milou van Rossum