Het is nog lang niet af

Feministe van het eerste uur Gloria Steinem is 81 en mengt zich nog steeds in het publieke debat. Naast Hillary Clinton kunnen ook Miley Cyrus en Beyoncé op haar steun rekenen.

Gloria Steinem werkte in 1963 elf dagen undercover als Playboy Bunny in Hugh Hefner’s Playboy Club in New YorkFoto Bettmann/ Corbis/ HH

Bij de Amerikaanse feministe Gloria Steinem (81) gaat het ook altijd even over haar uiterlijk.

Neem deze beginzinnen uit een van de zeldzame Nederlandse interviews met haar, in Vrij Nederland van 26 december 1987: „Gloria Steinem is 53 jaar nu en even mooi, slank en vol energie als in de beginjaren van het Amerikaanse feminisme. Haar lange blonde haar is iets korter en in plaats van die bril zonder randen, haar handelsmerk in de jaren zeventig, zet ze nu af en toe een half brilletje met een schildpadmontuur laag op haar neus.”

Bijna een kwart eeuw later, 13 november 2011, schrijft Rachel Cooke in The Observer: „Gloria Steinem is still glamourous, wildly so. At 77, she remains tiny of waist and big of hair.”

Altijd even dat uiterlijk, daarna pas volgt de inhoud. Rachel Cooke, die haar opzocht in haar appartement in New York: „Her looks, let’s get them out of the way first. She smiles.” Want Gloria Steinem wéét dat het zo werkt. Vriendelijk, alsof het onderwerp niet al honderd keer voorbij is gekomen, geeft ze het antwoord dat ze altijd paraat heeft. Toen ze nog onbekend was, zeiden mensen dat ze er best leuk uitzag. En toen ze een bekend feministe was geworden, zeiden ze opeens: wat ben je mooi. Als om te benadrukken dat het één niet samen kon gaan met het ander. Of dat haar succes te danken was aan haar uiterlijk. Ze kan er nog steeds om lachen.

Daar gaat het ook altijd even over: dat ze zo vriendelijk is en zo geduldig, hoe druk ze ook altijd is, nog steeds. Bij het bezoek van Rachel Cooke is ze bezig met een documentaire ter gelegenheid van veertig jaar Ms. Magazine. En met het schrijven van haar boek, een terugblik op haar leven van onderweg zijn om lezingen te geven, fondsen te werven, actie te voeren. Dat boek, My life on the Road, kwam eind vorig jaar uit.

Ook voor een journalist die ze niet kent, van een krant waar ze nog nooit van heeft gehoord, neemt ze de tijd om de vragen te beantwoorden die we haar mailen. Er is geen vraag bij over haar uiterlijk, wel één over mode. Omdat Diane van Furstenberg als gastredacteur voor dit nummer een portret wilde van Gloria Steinem, die zij in 2014 de ‘DVF Lifetime Leadership Award’ toekende, lijkt de vraag niet ongepast.

Het belang van mode voor Gloria Steinem? „Mode staat voor de voortdurend veranderende stijl van een cultuur, terwijl stijl de expressie is van een uniek individu.”

Over haar eigen stijl laat ze zich niet uit. Vogue schreef naar aanleiding van het uitkomen van My life on the Road: „Coltruien, jeans met wijde pijpen, opvallende broekriemen, suède jurken, oversized motorjacks: al haar kledingstukken zijn in lijn met onze huidige passie voor de seventies.”

So far uiterlijk en mode. Wie is Gloria Steinem en wat is haar betekenis voor het feminisme?

Samen met enkele andere vrouwen richt Gloria Steinem in januari 1972 Ms. Magazine op, net als het Nederlandse Opzij (dat in datzelfde jaar voor het eerst verschijnt) bedoeld als podium voor de vrouwenbeweging. Gloria Steinem is dan 37 en werkt als journalist voor New York Magazine. Dankzij een artikel waarvoor ze undercover ging als Playboy Bunny, maar vooral door haar publieke bekentenis dat ze een abortus onderging, heeft ze dan al een zekere reputatie. Ze houdt lezingen en zit in commissies.

Met de naam van hun blad willen de oprichters van Ms. Magazine het verschil opheffen tussen hoe mannen en hoe vrouwen worden aangesproken. Bij mister of mr. weet je niet of een man wel of niet is getrouwd, bij miss en mrs. weet je dat wel. Alsof je een contactadvertentie voor je naam zet.

De 300.000 exemplaren van het eerste nummer van Ms. Magazine zijn binnen een week uitverkocht. Nog datzelfde jaar, in oktober, publiceren ze een coververhaal over abortus, inclusief een lijst van 5.000 vrouwen, onder wie enkele bekende, die openlijk zeggen dat ze een abortus hebben ondergaan – „en zich niet schamen voor hun beslissing”.

De naam van het blad is gevestigd. In de decennia die volgen wordt Gloria Steinem een van de bekendste gezichten van het feminisme in de VS. Nog steeds voert ze actief campagne, onlangs nog voor Hillary Clinton, waarbij ze jonge vrouwen opriep niet achter Bernie Sanders te gaan staan, ook al zitten in zijn team de meeste leuke, jonge mannen. „When you’re young, you’re thinking: ‘Where are the boys? The boys are with Bernie.’” Het kwam haar op veel kritiek te staan – alsof vrouwen dergelijke keuzes alleen maar maakten op basis van dit soort argumenten.

Dat meisje doet alsof ze kan schrijven

My life on the Road begint met het verhaal van haar jeugd: een vader die zijn gezin een groot deel van het jaar in een camper door het land liet reizen, terwijl hij met de inkoop en verkoop van van alles voor een inkomen probeerde te zorgen, haar moeder die daar doodongelukkig van werd en van hem scheidde, zijzelf die jarenlang niet naar school ging, lezen leerde van de verkeersborden en na de scheiding bij haar moeder introk.

Zelf is Gloria Steinem pas getrouwd toen ze 66 was, in 2000. Tot dan werd er geschreven over haar minnaars, vanaf dat moment over hoe ze haar principes toch nog had verraden. Haar man overleed drie jaar na het huwelijk.

Over trouwen zegt ze vaak dat ze het eerst uitstelde, en daarna niet meer wilde omdat je dan je eigen naam kwijtraakte. Dankzij het feminisme is dat tegenwoordig anders. En dankzij het huwelijk kreeg haar Zuid-Afrikaanse man een green card, wat voor haar een belangrijke overweging was.

En kinderen? Wat vindt ze ervan dat ze die nooit heeft gekregen? Haar antwoord in de mail: „Ik zorgde als kind voor mijn moeder, zo’n soort verantwoordelijkheid wilde ik niet opnieuw. En niet iedereen met een baarmoeder is een moeder, net zoals niet iedereen met stembanden zanger is.”

Wat je over haar te weten komt in het boek: ze is geen geboren spreekster, ze is er de eerste jaren zelfs doodsbang voor. Verder: ze gelooft dat echte verandering alleen van onderop kan komen, van de vrouwen die het betreft. Naar hen luistert ze, hun verhalen gebruikt ze. Ze went zich aan net zo te praten en te schrijven als die vrouwen: niet dogmatisch, niet academisch, maar in eenvoudige woorden en met gebruik van voorbeelden en anekdotes.

Wat je vooral leest: hoe anders de tijd was waarin alle verworvenheden van het feminisme nog moesten komen.

En Gloria Steinem was overal bij.

Bij de March on Washington (1963) van Martin Luther King loopt ze op met een zwarte vrouw die haar vertelt over haar vroegere kantoorbaan, waarbij een scherm haar scheidde van haar blanke collega’s. Diezelfde vrouw wijst haar erop dat op het podium met sprekers deze dag maar één vrouw zit, die overigens het woord niet neemt. Vijftig jaar later is Gloria Steinem opnieuw bij het Lincoln Memorial. En de tijden zijn veranderd: Bernice King spreekt, Oprah Winfrey spreekt, Caroline Kennedy spreekt.

In 1971 houdt ze een toespraak op Harvard Law School. Een paar feiten uit die tijd: de Ladies Day, de enige dag dat vrouwen de collegezaal in mogen, is nog maar een paar jaar afgeschaft, niet meer dan 7 procent van de studenten is vrouw, alle docenten zijn blank en man. Wanneer ze haar toespraak beëindigt met de uitspraak „politics don’t begin in Washington, politics begin with those who are oppressed right here”, staat een woedende hoogleraar op om haar minutenlang te vertellen dat ze zich volledig vergist.

Of neem de tijd dat ze nog als journalist politieke bijeenkomsten versloeg, vaak als enige vrouw. Ze interviewde John F. Kennedy’s speechwriter, zat in het vliegtuig met Richard Nixon en met Robert Kennedy. Die laatste volgde ze ook een campagnedag lang in New York, net als Gay Telese, een journalist, en romanschrijver Saul Bellow. Wanneer ze aan het einde van die dag met z’n drieën een taxi nemen en zij tussen Telese en Bellow op de achterbank zit, buigt Telese zich naar Bellow over („as if I were neither talking nor present”) en zegt: „Weet je dat er elk jaar een meisje naar New York komt dat er leuk uitziet en doet alsof ze kan schrijven? Dit jaar is Gloria dat meisje.” Ze praten verder, zonder zich nog iets van haar aanwezigheid aan te trekken.

Ergens in de jaren zeventig, ze is al zo bekend dat mensen haar herkennen, luncht ze in een café waar de bediening bestaat uit een stuk of zeven vrouwen. Onderbetaald, denkt ze, met waarschijnlijk als excuus dat de fooien dat goedmaken. De manager bezweert van niet, als ze ernaar vraagt: hier werken alleen goedbetaalde, supertevreden serveersters.

Terug op de redactie krijgt ze een brief van die serveersters, die haar om te beginnen bedanken voor wat ze doet voor vrouwen (zulke brieven krijgt ze heel veel). Het loon is inderdaad erg laag, schrijven ze, en daarnaast spoort de manager hen aan om een beetje te flirten met mannelijke bezoekers, zodat die meer uitgeven en terugkomen. Ook goed voor jullie, zegt hij erbij: meer fooi.

Bijna veertig jaar later, in 2014, is Linda Joy Traitz een van de vrouwen die getuigen tegen Bill Cosby. Ze was serveerster in datzelfde café, waarvan hij mede-eigenaar was. Hij kwam er vaak en bood serveersters dan een lift naar huis aan.

Woedende activisten

In vijftig jaar heeft het feminisme veel bereikt, vindt Gloria Steinem. Maar af is het nog lang niet, zegt ze ook.

Wat vindt ze de belangrijkste issues, toen en nu?

Het antwoord zou abortus kunnen zijn. Het boek over haar leven heeft ze opgedragen aan de abortusarts die haar destijds hielp. En in het verhaal valt steeds weer de openlijk vijandige tegenkracht op van de anti-abortusbeweging. Regelmatig moet een zaal waar zij een lezing geeft, worden ontruimd, omdat er een bommelding is van een anti-abortusgroep. Een andere keer klinkt uit luidsprekers: ‘Gloria Steinem is een moordenaar!’

In 2008 ontmoet ze George Tiller, een van de weinige Amerikaanse artsen die bereid is late abortussen uit te voeren. Eerder schoot een vrouwelijke demonstrant hem in beide armen, waar hij van hersteld is. Hij vertelt over zijn werk in de abortuskliniek en waarom hij daarmee doorgaat. Een jaar later wordt Tiller door het hoofd geschoten, op een zondag in de kerk waar hij altijd met zijn gezin naartoe gaat. Hij overlijdt. En dit wordt dan gedaan, schrijft Gloria Steinem, „in de naam van mensen die pro-life zijn”.

Dus, is abortus inderdaad het belangrijkste issue? Ze antwoordt in de mail: „Veilige en legale abortus is zeker belangrijk, maar het issue is groter. Het recht van vrouwen om zelf te beslissen over het wel of niet krijgen van een kind is een fundamenteel mensenrecht. Pas als vrouwen vrij kunnen beslissen of en wanneer ze een kind krijgen, beschikken ze over hun eigen gezondheid, over hun eigen opleiding, over of ze wel of niet gaan werken.”

En waar zou ze zich voor inzetten als ze nu jong was? „Lena Dunham, bekend van de dramaserie Girls, is een mooi voorbeeld van wat je nu kunt doen. Ze geeft vrouwen kracht door hun verhalen door te vertellen. Andere jonge feministen zetten zich in voor minder hoge studieschulden of ze ageren tegen seksuele agressie op universiteiten en in het leger. Je kiest voor dat wat jou het meeste pijn doet. En waarvan je weet: daar kan ik iets aan veranderen.”