'Ridder' Alex Pastoor is op zijn plek bij Sparta

De trainer staat met Sparta op de drempel van de eredivisie. Hij mijdt de gebaande paden, werkt samen met Defensie en put inspiratie uit Keltische cultuur. „Ik wil wel 500 jaar oud worden.”

Foto Andreas Terlaak/NRC

Voor een trainer met een fascinatie voor ridders heeft hij op Het Kasteel de best denkbare werkomgeving gevonden. „Als ik een presentatie geef, sluit ik altijd af met een plaatje van een zwaard”, zegt Alex Pastoor. „Ridders staan ergens voor. Ze vechten voor hun idealen. Zo ben ik ook.”

De 49-jarige trainer van Sparta is in stadion Het Kasteel aangeschoven voor een gesprek dat niet alleen over voetbal zou gaan. Ja, dat had gekund. Over Sparta, het nakende kampioenschap en zijn wil om duurzaam te presteren, gericht op de langere termijn. Maar de man die op koers ligt om de Rotterdamse club na zes jaar terug te brengen naar de eredivisie, schroomt niet om uit te weiden over zijn andere interesses.

Vanuit zijn werk op Spangen belandt hij bij zijn gezin in het Noord-Hollandse Groet, via Ierse kastelen komt hij uit bij de Schotse patriot William Wallace en aan de hand van de ontdekkingsdrift van presentatrice Floortje Dessing – „fantastisch programma” – merkt hij op dat hij later wel in Canada zou willen wonen, mits zijn vrouw dat net zo graag wil als hij. „Ik weet niet hoe en wanneer, maar ik wil het wel.”

Is het nog te volgen? Pastoor zegt het later zelf: „Hoe ik denk, werk en zaken wil beïnvloeden, dat ontstaat vanuit het labyrint in mijn hoofd. Dat kun je niet altijd uitleggen. Als je dit hoort boven een uitsmijter met een kop koffie, zou je kunnen denken: waar heeft die gozer het over? Haal een paar punten en houd je smoel. Dat snap ik wel. Maar dit is wel hoe ik mijn leven leef.”

Sinds eind 2014 is Pastoor trainer van Sparta, waarmee hij met negen punten voorsprong aan kop gaat in de eerste divisie. Daarvoor werkte hij kortstondig in de technische staf bij AZ, dat hem ontsloeg omdat de club hem ervan verdacht dat hij aan de pers had gelekt dat Marco van Basten zou terugtreden als hoofdtrainer. Later bleek dat onwaar, toen zijn vertrek al onomkeerbaar was. Maar de pijn was al geleden.

Ontslag leert relativeren

Omdat Pastoor eerder was ontslagen door NEC, is hij bekend met de keerzijde van zijn vak. Bestuurders verlangen soms onrealistische prestaties, zegt hij. Ook bij Sparta. De wens om te promoveren was er zo groot dat het volgens hem onnatuurlijke vormen aannam. „Het beleid was: allemaal nieuwe spelers kopen en als het niet lukte, ging de trainer eruit. En dat vijf jaar lang. Vandaar dat ik hier bleef roepen dat ik voor hetzelfde geld na drie maanden weer weg was. Want dat is het voordeel als je twee keer bent ontslagen: je gaat relativeren. Flauw? Ja, maar zo is het soms wel. Nu is de club eindelijk zover dat ze geen datum koppelen aan de promotie. Op een gegeven moment kun je dan het bewijs leveren dat dat de juiste vorm van bedrijfsvoering is. De punten staan misschien niet altijd aan jouw kant, maar dat het elftal ontegenzeggelijk goed is gaan functioneren, is een feit.”

Vanzelf gaat het niet. De voormalige profvoetballer heeft een gedrevenheid die hem in de greep houdt van zijn vak. Innerlijke rust? Af en toe. Maar vaak, als hij de materie wil loslaten, borrelt er vanzelf weer wat op.

„Je kunt je bestaan als trainer zo hectisch maken als je zelf wilt. Maar ik wil een goede trainer zijn. Ik heb ambitie, werklust en ben perfectionistisch. Samen kan dat een dodelijke cocktail zijn. Is het niet voor jezelf, dan wel voor je gezin. Het is net als met je huis: het werk is nooit af. Kijk ik met mijn zoontje naar voetbal – hij doet niets liever – zie ik precies gebeuren waar we het bij Sparta al een week over hebben. Voor je het weet stuur ik een middenvelder een appje, en even later heb ik al mijn middenvelders geappt.”

„Ik kan heel moeilijk afstand nemen van alle dingen die mijn leven beheersen. Thuis een boek lezen kan ik amper. Ben ik te energiek voor, of ik val juist in slaap omdat de kaars op is. Terwijl ik juist in zoveel dingen geïnteresseerd ben. Echt, ik zou wel 500 jaar oud willen worden.”

Dit is de doener in Alex Pastoor. Een bezig baasje dat zijn spaarzame vrije dagen invult met tuinieren, familiebezigheden of een rit op de motor. Collega Gertjan Verbeek leende hem ooit zijn Harley Davidson na zijn ontslag bij NEC. Stap op en je vergeet je zorgen, zei Verbeek. Het klopte. Pastoor heeft inmiddels zelf een Harley en weet hij maar al te goed dat het rijden zo intensief is, dat het onmogelijk is aan andere zaken te denken.

Familieman koestert comfortzone

Na NEC zat de trainer bijna een half jaar thuis. Zonder tegenzin. Hij deed analyses voor Fox Sports en trainde voor de marathon. Tot Slavia Praag hem benaderde. Het was maart 2014 en de club zocht een trainer om het seizoen af te maken. Hij twijfelde. Drie maanden alleen op reis was veel voor een familieman die zijn comfortzone koestert. Aan de andere kant: was het geen mooie kans?

Het voetbal was, ondanks het niet al te hoge niveau, verrijkend, de lege hotelkamer een verschrikking. „Elke keer kom je alleen thuis. Er zullen mensen zijn die zeggen: doe niet zo zielig en verdien je geld. Maar ik miste mijn gezin.”

Pastoor maakte van de nood een deugd. Alles wat hij meemaakte, beschreef hij in een dagboek met foto’s. Zoals hij al jaren opschrijft wat hem bezighoudt. Vroeger schreef hij al in het bulletin van zijn zaalvoetbalclub en overwoog hij journalist te worden. Nu schrijft hij voor zichzelf over gevoelens. Zielenroerselen. Ook in Tsjechië.

„Ik zag zoveel mogelijk wedstrijden, verdiepte me in de cultuur en reed het hele land door. Als liefhebber van kastelen was dat geen straf, er zijn er veel in Tsjechië. Met een vriend ben ik ook nog in Theresienstadt geweest, voordat we ’s avonds een wedstrijd bezochten. Nou, zo’n concentratiekamp gaat je niet in de koude kleren zitten. Gecombineerd met mijn heimwee leverde dat mooie stukjes op. Als ik dat nu teruglees, zijn dat emotionele momenten.”

In zijn werk is Pastoor geen man van de gebaande paden. Eerder is hij een uitvinder die nimmer tevreden is met zijn creatie. Dat is ook zijn makke, zegt-ie: hij is slecht in het vieren van succes. Maar misschien is dat ook wel zijn kracht. Dat tomeloze, het sparren met experts, het nog meer willen weten van een tegenstander en de vragenlijsten die hij zijn spelers soms laat invullen. Zijn voormalige trainer Leo Steegman noemt hem een slimme vent die hij geen knollen voor citroenen kon verkopen.

Pastoor zag hoe Steegman er alles aan deed om in de huid van zijn spelers te kruipen. Dat probeert hij zelf ook. „Ik wil weten wie hun vader en moeder zijn, of die nog bij elkaar zijn, hebben ze broertjes of zusjes, welke film kijken ze, welk boek lezen ze? Dat kan heel verbindend werken. Als iemand ergens mee zit, wil je ook kunnen zeggen: ga lekker naar huis. Intermenselijke relaties zorgen ervoor dat je synergie hebt.” 

Foto Andreas Terlaak/NRC

Leren van Defensie

Ook een idee van Pastoor: de samenwerking tussen Sparta en het wervings- en selectiebureau van het ministerie van Defensie. Natuurlijk, een gevecht op leven en dood is wat anders dan een strijd om drie punten, dat weet hij ook, maar toch ziet hij parallellen. „We kunnen van elkaar leren. In beide werelden heb je te maken met onvoorziene gebeurtenissen. Hoe reageer je daarop?”

Als trainer van Excelsior probeerde Pastoor zijn spelers eens te motiveren met een krantenartikel over onlusten in Noord-Afrika. Onderweg naar de uitwedstrijd tegen Ajax las hij in de krant over brandhaarden in Marokko, Tunesië en Libië, waarna hij voor zich zag hoe zijn spelers ten strijde zouden trekken als William Wallace uit de film Braveheart. Hij hing het artikel op de kleedkamerdeur in de Arena. „Ik ben gefascineerd door de Keltische cultuur. Braveheart is een film waarin een minderheid van Schotten met lef en een goed plan de Engelsen bestreed. Wij konden dat ook. Dat krantenstuk gebruikte ik om onze situatie af te zetten tegen de situatie daar. Anders dan in al die brandhaarden hadden we niks te verliezen tegen een grote club als Ajax.”

Niet veel later ontving hij een e-mail van een Nederlander die een boerderij onderhield in Ierland. De man vond het mooi dat de trainer geboeid was door de Keltische cultuur. Het bleek te klikken. Zozeer dat Pastoor met zijn oudste dochter naar Ierland toog om daar een paar dagen te logeren op de boerderij. Het gezelschap trok de heuvels in, bezocht ruïnes, kastelen en verdedigingstorens. „Op de een of andere manier vind ik dat geweldig. Ierland, Noord-Engeland, Schotland, IJsland, de Faeröer. Vooral de geschiedenis. Dat mystieke, het rauwe, de taal. Het trekt me enorm. In mijn hoofd komt die tijd tot leven.”