Een lijk uit de kast, een ander te gaan

Wie belegt er nog in een bank? En wie steekt zijn geld in een levensverzekeraar? Het zijn slechte tijden voor bedrijven die het van rentemarges of beleggingen moeten hebben.

Bibberen, vluchten of verzekeren

Nog 77 procent te gaan, dus. De Nederlandse staat meldde vrijdag dat zij nog 23 procent van de aandelen van ABN Amro bezit. Een beetje laat, dat had op 24 november al gemoeten van toezichthouder AFM, maar toch. Gaat die resterende 77 procent straks van de hand tegen een goede prijs? Beleggers betaalden bij de beursgang 17,90 euro per aandeel. Dat was aan de lage kant. Gezien de koersontwikkeling in de weken daarna was een hogere prijs gerechtvaardigd geweest. Op 4 januari piekte ABN Amro op 20,99 euro.

Het argument tegen een hoge introductiekoers destijds was dat het wat lager in de markt zetten van het aandeel een mild gunstige koersontwikkeling zou geven. Daardoor zou, zo was het plan, de verkoop van de volgende plukken aan beleggers soepeler kunnen verlopen – en tegen een betere prijs dan 17,90.

Het spierinkje werd uitgegooid om een kabeljauw te vangen. Maar na de angstige eerste maanden van 2016 staan de zaken er anders voor. Het aandeel ABN Amro zakte op 12 februari naar 16 euro en herstelde sindsdien weer wat, naar 18,69 op vrijdag. Geen milde, maar een ruige koersontwikkeling dus. En zeer onzekere vooruitzichten.

Koop je eigen hypotheek ...

Sinds de beursgang verlaagde de Europese Centrale Bank in december zijn laagste rentetarief naar een negatieve waarde. Dat is slecht voor banken: hun rentemarges slinken snel.

Bill Gross, de voormalige topbeleggers van obligatiefonds Pimco die na een conflict vertrok naar de Amerikaanse investeerder Janus, zei deze week in een brief aan zijn beleggers weinig vertrouwen meer te hebben in banken als belegging. Zij worden, zo zei Gross, een soort van nutsbedrijven met lage marges. Hij haalde nogal tot de verbeelding sprekende voorbeelden aan. De koers van Citigroup, de Amerikaanse bank, was 500 dollar in 2007 en nu nog 38 dollar. Credit Suisse: 70 dollar toen, 13 dollar nu. Deutsche Bank: 130 dollar toen, 16 dollar nu. Om daar een Nederlands voorbeeld aan toe te voegen: ING, 36 euro toen, 11 euro nu (en nog 85 euro eind 2000, trouwens).

Deutsche Bank zag zich vorige maand gedwongen om zijn eigen solvabiliteit publiekelijk te benadrukken – en kondigde om die boodschap kracht bij te zetten de inkoop van eigen leningen aan. Hoewel de beschikbaarheid van gratis geld zo’n exercitie ook gewoon heel winstgevend kan maken. Stel je voor dat je zo je eigen hypotheekschuld zou kunnen terugkopen met een korting van 25 procent!

... met andermans geld

Nu zou je die lage koersen van banken kunnen zien als een schreeuwend koopadvies. Maar wie weet zijn ze, Bill Gross volgend, inderdaad wel een teken dat de wereld voor banken voorgoed veranderd is. De explosie van krediet heeft de wereldeconomie de afgelopen decennia opgestuwd met een illusie van economische groei. Nu er daardoor tegelijk een spaar- en een schuldenberg is ontstaan, en daarmee ook een financiële sector van ridicule omvang, kan de economie de eerstvolgende tijd in het teken staan van het afgraven van de geldberg. Voor wie van het ontstaan van dit probleem meer wil weten: lees Other People’s Money, het voortreffelijke boek (2015) van John Kay, hoogleraar aan de London School of Economics, verbonden aan Oxford en columnist van de Financial Times. Verplicht leesvoer voor de deelnemers aan het plenaire debat volgende week in de Tweede kamer over het ‘Burgerinitiatief Ons Geld’ – de luidruchtige beweging die een totale hervorming van het financiële stelsel aankaart.

De fixatie op banken is begrijpelijk, en de problemen daar zijn nog lang niet voorbij. Neel Kashkari, de nieuwe topman van de Federal Reserve van Minnosota, heeft opgeroepen tot een verdere schaalverkleining van de bancaire sector. Mervyn King, topman van de Britse centrale bank tussen 2003 en 2013, zei deze week dat zonder verdere hervorming van de banksector een nieuwe financiële crisis onvermijdelijk is. Maar er is nóg een sector van belang, die tot nu toe grotendeels onder de radar bleef.

Je geld of je leven

Verzekeraars, en dan in het bijzonder levensverzekeraars, hebben vaak vaste verplichtingen tegenover hun polishouders. En een deel daarvan is gebaseerd op een verwacht rendement dat nog maar uiterst moeilijk te halen valt. Geen wonder dat ook deze sector op steeds meer belangstelling mag rekenen – zie de ruzie tussen bestuur en aandeelhouder Highfields over de vermogensversterking van Delta Lloyd deze week.

Dat wordt alleen nog maar erger. Afgelopen maandag daalde de rente op tienjarige Duitse staatsleningen kort naar 0,1 procent. Aanleiding was de deflatie die in de eurozone bleek te zijn teruggekeerd in februari. Beleggers vluchtten alvast in Duitse staatsschuld, vooral met het oog op aanstaande donderdag. Dan vergadert de Europese Centrale Bank, en de verwachting van analisten is dat op zijn minst de al negatieve depositorente zal worden verlaagd van -0,3 procent naar -0,5 procent.

Dat zijn geen stappen die nopen tot het offensief beleggen in een levensverzekeraar. Of in een bank. Minister Dijsselbloem had méér kunnen, en moeten, vragen voor ABN Amro.