Deze mannen zijn op zoek naar vrouwen

Het aandeel vrouwelijke hoogleraren aan Nederlandse universiteiten, nu slechts 17 procent, moet omhoog. Dat wil de minister en dat willen de universiteiten. Maar hoe?

Arthur Mol

Ongeveer 1 op de 6 Nederlandse hoogleraren is een vrouw. Daarmee staat Nederland op de 24ste plaats in Europa; alleen Litouwen, Tsjechië en Cyprus hebben verhoudingsgewijs minder vrouwelijke hoogleraren.

Als de groei in het aandeel vrouwelijke hoogleraren in het huidige tempo doorzet, heeft Nederland pas in 2055 evenveel mannen als vrouwen op hoogleraarsposities.

Dat schreef het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) eind vorig jaar in de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2015. De cijfers zijn uit 2014. De meeste Nederlandse onderzoeksuniversiteiten streven ernaar om in 2020 een kwart vrouwelijke hoogleraren te hebben, schreven ze vorige maand aan minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA).

Daar streven ze niet alleen naar omdat het moet van de minister. Dat er bij elke volgende stap op de carrièreladder meer vrouwen dan mannen afvallen, is een verspilling van vrouwelijk talent en kapitaal. De gemiddelde kwaliteit van onderzoekers zou stijgen als universiteiten de beste mensen zouden behouden, inclusief de talentvolste vrouwen. Diversiteit is ook goed omdat verschillende typen mensen verschillende dingen willen onderzoeken en problemen op verschillende manieren aanpakken.

En het is natuurlijk onrechtvaardig als vrouwen minder carrièrekansen hebben dan mannen, terwijl ze even goed zijn in hun werk. Dat is ook een somber vooruitzicht voor meisjes en jonge vrouwen die overwegen de wetenschap in te gaan.

Elke universiteit is anders

De situatie verschilt per universiteit en elke universiteit is een zelfstandige werkgever, die ‘het vrouwenprobleem’ zelf moet zien aan te pakken. Technische universiteiten hebben het bijvoorbeeld traditioneel moeilijk om vrouwen aan zich te binden, maar de technische universiteiten hadden volgens de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2015 niet eens de laagste scores. Waar komen de verschillen nog meer vandaan en wat doen universiteiten om hun streefcijfers voor 2020 te halen?

We spraken er drie rectores magnifici over: Carel Stolker van de Universiteit Leiden, de onderzoeksuniversiteit met het hoogste percentage vrouwelijke hoogleraren; Arthur Mol van Wageningen UR, onderaan geëindigd in de meest recente Monitor; en Karel Luyben van de Technische Universiteit Delft.

Inderdaad: alle drie mannen. Dymph van den Boom werd in 2007 de eerste vrouwelijke rector magnificus in Nederland, aan de Universiteit van Amsterdam. Samen met Anja Oskamp van de Open Universiteit vormt zij de 14 procent vrouwelijke rectores magnifici die Nederland telt. Eén op de zeven: nog net iets minder dan het aandeel vrouwen onder de hoogleraren.