Kamerjassen, overhemden en stropdassen. Op de catwalk loopt zij in zijn kleren

Het grote modethema van de laatste tijd is gender-bending: het vervagen van de grenzen tussen de seksen en daarmee het onderscheid tussen vrouwen- en mannenkleding. Dat spitste zich vooral toe op het vervrouwelijken van de mannenmode. Andersom ging het tot nu toe eigenlijk niet verder dan een voorliefde voor platte veterschoenen.

Nu is het dragen van mannenkleren door vrouwen natuurlijk niks nieuws. Al eeuwenlang lenen vrouwen uit de garderobe van mannen. Maar de laatste jaren is het pak voor vrouwen zo in de vergetelheid geraakt – ook op de werkvloer geven de vrouwen massaal de voorkeur aan een jurk – dat je bijna zou vergeten hoe goed, en hoe sexy, een vrouw er in mannenkleren uit kan zien.

Misschien daarom dat het pak, dat in Parijs een terugkeer maakte op de catwalk, er weer zo fris en verrassend uitzag. Om te beginnen en vooral in de show van Dries Van Noten, woensdagmiddag een van de eerste van de Parijse vrouwenmodeweek voor najaar 2016.

De verhouding tussen schrijver Gabriele d’Annunzio en de rijke adellijke vrouwelijke dandy Luisa Casati, aan het begin van de vorige eeuw, was het uitgangspunt van de rijke, decadente collectie, waarin klassiek mannelijke stukken als pakken, kamerjassen, overhemden, stropdassen, clubblazers, smokingjasjes de overhand hadden – denk: zij in zijn kleren.

Soms waren die uitgevoerd in een klassieke stof als een Prince of Wales-ruit of donkerrood fluweel, vaak ook in bijvoorbeeld een panterprint; Casati hield luipaarden als huisdieren. Casati’s liefde voor parels (die ze droeg op een verder naakt lichaam) vertaalde Van Noten naar een soort nethemden gemaakt van parelsnoeren. Ook om de hak van een paar fluwelen laarsjes waren parelkettinkjes te vinden.

Ook zonder deze achtergrondinformatie was de show sterk. Er zijn weinig ontwerpers die erin slagen al zo lang – dertig jaar inmiddels – hun eigen handschrift trouw te blijven zonder ouderwets te worden.

Dat geldt niet helemaal voor John Galliano, die nu een jaar de leiding heeft over Maison Margiela (voorheen Maison Martin Margiela). Al is het hem wel gelukt een balans te vinden tussen de conceptuele grondslagen van het modehuis en zijn eigen romantische handschrift. Experimentele kleding – een rok van lange vesten, een kledingstuk dat half jurk is en half poloshirt, een trui samengesteld uit drie andere– op z’n Galliano’s gedragen met schoenen met zeer hoge plateauzolen en een theatrale make-up. Een ander terugkerend element waren glanzende feestkleren en legerjassen. De show was speels en afwisselend, maar het geheel voelde niet dwingend modern aan.

Het huis Christian Dior zit op dit moment zonder hoofdontwerper. De collectie werd daarom ontworpen door, zoals dat heet ‘het team’. Dat heeft natuurlijk een onmogelijke opdracht: de lat ligt voor een merk als Dior hoog, maar de collectie mag niet te uitgesproken zijn; nieuwe wegen inslaan is voorbehouden aan een hoofdontwerper. De collectie was dan ook veilig en braaf: keurige jassen, jurken en deux-pièces, met hier en daar een borduursel, een bontje of een Simons-achtig asymmetrisch accent.

Een tussendoortje omdat het modesysteem nu eenmaal een halfjaarlijkse show eist, en dat waarschijnlijk snel weer is vergeten zodra de nieuwe creative director is benoemd. Onbegrijpelijk alleen dat Dior ervoor koos een spectaculaire tent met spiegelende buitenmuren en een space-age interieur te laten bouwen voor de show. Een wat soberder decor was passender geweest.