De kaarsenmaker uit de Donkerstraat

Still uit film ‘de Klimmer’

Hij wilde licht verspreiden. Tientallen jaren runde Ruud Snel, die eind vorige maand op 67-jarige leeftijd overleed, een kaarsenwinkel in het centrum van de stad Utrecht. Zijn bekendste kaars was een in was gegoten versie van de Dom, een ontwerp uit 1982. Tourbaas Christian Prudhomme kreeg de Domkaars vorig jaar nog cadeau bij de start van de Tour de France in Utrecht.

De kaarsen maakte Snel zelf, in een atelier achter zijn winkel. Vanuit zijn woning boven de winkel ging de gehandicapte Snel elke dag met de traplift naar beneden om aan het werk te gaan. Toen dat de laatste maanden niet meer lukte, sliep hij beneden tussen zijn kaarsen.

Zijn hele leven zat Ruud Snel in een rolstoel. Zijn moeder kreeg borstkanker tijdens de zwangerschap en moest bestraald worden. Ze overleed een half jaar na de geboorte.

Ruud Snel groeit op bij zijn tante en in de Sint Maartenskliniek in Nijmegen. Hij woont daarna negen jaar bij zijn vader en gaat op zijn twintigste zelfstanding wonen. In 1969 opent hij met hulp van vrienden en familie de kaarsenwinkel: ‘Ruuds Waskit’. Cabaretier en Utrechter Herman van Veen opent de winkel, die tien jaar later verhuist naar de Donkerstraat in het centrum van de stad. De winkel gaat ‘Happy Heart Candles’ heten, naar de stichting die Snel opzet om „de minder bedeelden zo lang mogelijk mobiel te houden”.

Jeugdvriend Léon van Esch leert Snel kennen op vakantie in Katwijk, waar beide families een huisje hadden. „Als we naar het strand gingen om daar een feestje te geven, sleurden we hem op onze nek mee.” Hij was een opgewekte en optimistische man, zegt Van Esch. „Als je hem tegenkwam was hij altijd in voor een biertje.”

Ruud Snel wist mensen makkelijk voor zich te winnen. Een grote club vrienden en vriendinnen stond voor hem klaar. Van Esch: „Hij liet zien dat je ondanks allerlei handicaps veel kunt bereiken. Dat maakte hem bijzonder.” Snel haalde zijn rijbewijs en in de jaren negentig beklom hij op handen en voeten de Dom, wat werd vastgelegd in de film De Klimmer.

In een laatste interview met het AD kondigt Ruud Snel zijn dood aan. Zijn hart is versleten en zijn lijf is op. „Het heeft zo hard moeten werken. Nu mag het gaan rusten.”