Boskalis graaft geul tussen Denemarken en Duitsland

Baggeraars Boskalis en Van Oord en bouwer BAM werken mee aan de aanleg van een onderzeese tunnel.

Twee consortia met daarin drie grote Nederlandse bedrijven zijn uitgekozen voor de aanleg van een onderzeese tunnel die Denemarken met Duitsland moet verbinden. Met het project is een totaalbedrag van 6 miljard euro gemoeid. Dat meldde Femern, een dochteronderneming van het Deense staatsbedrijf Sund & Bælt Holding vrijdag.

De baggeraars Boskalis en Van Oord werken mee aan het graven van de geul waar de 18 kilometer lange tunnel in wordt afgezonken, en bij de benodigde landaanwinning. Daarmee is voor elk van de twee bedrijven een som van 300 miljoen euro gemoeid. Ook ingenieursbedrijf Sweco, eigenaar van het Nederlandse Grontmij, is bij dat deel van de werkzaamheden betrokken, net als de Duitse bouwers Hochtief en Ed. Züblin.

Bij de bouw van de tunnel zelf en de toegangswegen is onder meer BAM betrokken, samen met branchegenoten uit Denemarken, België, Duitsland en Frankrijk. Het bouwbedrijf maakte niet bekend welk bedrag daarmee gemoeid is, maar persbureau ANP citeert ingewijden die zeggen dat het om 3 miljard euro gaat. Een kwart van dat bedrag zou naar BAM gaan.

Sleephopperzuigers

Bij het baggeren zullen Boskalis en Van Oord onder andere sleephopperzuigers, backhoes en grab dredgers gebruiken. Het gebaggerde materiaal zal worden hergebruikt voor de aanleg van een nieuw recreatie- en natuurgebied aan de Deense kant van de Fehmarnbelt. Het consortium zal ook een nieuwe werkhaven aanleggen waar de tunnelaannemers een werf zullen bouwen voor de fabricage van de tunneldelen. De tunnel wordt opgebouwd uit 89 voorgefabriceerde betonnen elementen die worden ingegraven.

De Fehmarnbelt-verbinding wordt de langste verkeers- en spoortunnel ter wereld. Naast een dubbele spoorlijn wordt in de tunnel een vierbaansweg aangelegd. De aanleg van de tunnel is nog afhankelijk van een aantal Duitse milieuvergunningen. Die worden niet voor 2017 verwacht.