Alle zzp'ers aan het modelcontract

Weg met de omslachtige arbeidsverklaring VAR, zzp’ers en opdrachtgevers sluiten straks modelcontracten af. Waar moeten ze bij de nieuwe regeling op letten?

Illustratie Mariette Twilt

Het was een jaarlijks routineklus voor veel zzp’ers, de aanvraag van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Een schatting maken van het aantal opdrachtgevers, te maken uren en inkomsten per jaar, om te bewijzen dat je echt zelfstandig en niet in vaste dienst bent.

Het klusje hoeft niet meer. Vanaf 1 mei vervangen modelovereenkomsten de VAR. De Belastingdienst zegt dat deze modelcontracten beter te controleren zijn. Ook kan de opdrachtgever achteraf makkelijker aansprakelijk worden gesteld voor het inzetten van goedkope ‘schijnzelfstandigen’ in verkapte loondienst.

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en opdrachtgevers maken in het modelcontract onderling afspraken over de aard van de samenwerking: wordt het werk gedaan in loondienst of is de opdrachtnemer zzp’er? Ze kunnen daarvoor modelovereenkomsten van de site van de Belastingdienst gebruiken.

Een contract per opdrachtgever afsluiten lijkt veel werk, maar per mail afspreken volgens welke modelovereenkomst je werkt is al genoeg, zegt een woordvoerder van de Belastingdienst. Voorbeelden van overeenkomsten, al voor een groot deel ingevuld, staan op de website.

Waar moeten zzp’ers op letten om te voorkomen dat ze achteraf loonbelasting en sociale premies moeten betalen?

Het is voor zzp’ers vooral belangrijk duidelijk te zijn over de zelfstandige manier van werken. Een zelfstandige bepaalt zelf hoe en op welk moment hij zijn werk doet. Blijkt dat niet zo te zijn, dan moeten alsnog loonbelasting en premies betaald worden. Aan de regels voor zelfstandigheid van zzp’ers verandert inhoudelijk niets. Hij of zij regelt bij ziekte zelf vervanging, koopt zelf wat hij nodig heeft voor zijn werk en is zelf aanspreekpunt voor klachten.

Fiscaal risico

Vooral zzp’ers met veel opdrachtgevers, zoals tolken of acteurs lopen een fiscaal risico, zegt Josien van Breda van FNV Zelfstandigen.

Ondernemers met veel verschillende activiteiten kunnen per opdracht een ander dienstverband krijgen.

Denk aan loondienst, uitzendwerk, of betaling per klus. „Dat is bijvoorbeeld onvoordelig voor de zelfstandigenaftrek. Om in aanmerking te komen voor de aftrek (meer dan 7.000 euro per jaar) moeten ondernemers het grootste deel van hun werkweek aan hun bedrijf besteden, met een minimum van 1.225 uur per jaar.

Ook opdrachtgevers moeten opletten. Ze zijn vanaf 1 mei samen met zzp’ers verantwoordelijk voor de inhoud en naleving van het contract en lopen meer risico. De VAR gaf hun veel ruimte om loonheffing en werkgeversverzekeringen te ontlopen ten koste van de zzp’er. Dat is niet langer zo, zegt Wouter van Twillert van belastingadvieskantoor Lentink in Huizen. „Nu moeten ze samen beoordelen wat voor overeenkomst bij het werk past.”

Een overeenkomst is overigens niet verplicht. Het biedt zekerheid dat achteraf geen loonbelasting en premies betaald hoeven worden. Van Breda: „Als de kassa stuk is en gerepareerd moet, is er geen risico dat de kassamonteur in vaste dienst is. Bij het inhuren van een verkoopmedewerker voor de kassa is een overeenkomst wel wenselijk.”

Toch werknemer?

Een ander risico is dat zzp’ers – gewend aan de VAR – niet bewust nadenken over hun werksituatie. Zij moeten nu kiezen tussen meerdere opdrachtgevers of een dienstverband, volgens Van Breda. „Neem een zzp’er die als projectleider is binnengehaald bij een groot bedrijf. Eerst verlengde hij zijn contract op papier, daarna per mail, mondeling of zelfs stilzwijgend. Intussen werkt hij al tien jaar bij dezelfde opdrachtgever en is hij niet meer te onderscheiden van een werknemer.

„De VAR is vijftien jaar nauwelijks gehandhaafd. Nu komen vragen bovendrijven: mag je langer dan twee jaar bij een opdrachtgever werkzaam zijn? Hoe zit het met te accepteren protocollen van de werkgever? En moet je als zzp’er in de bouw nu zelf voor je bouwhelm zorgen?” Het zijn vragen waarop de rechtspraak het komende jaar antwoord moet geven.

Om zzp’ers aan de situatie te laten wennen is de Belastingdienst in het eerste jaar van de nieuwe regeling soepel in het toepassen van de regels. Dat komt de fiscus zelf ook goed uit, want die moet nog zo’n 1.400 ingediende overeenkomsten goedkeuren. De achterstand wordt snel ingelopen, verwacht de Belastingdienst. Tot mei 2017 geeft de fiscus geen boetes, maar alleen voorlichting.