Wordt Bouterse alsnog veroordeeld?

De strafzaak tegen hoofdverdachte en president Bouterse wordt vrijdag hervat. Nabestaanden van de moorden zijn optimistisch.

Nadat hij in augustus 2015 was beëdigd voor zijn tweede termijn als president van Suriname, nam Desi Bouterse (met sjerp) het defilé af in Paramaribo. Foto Ranu Abhelakh/Reuters

Na een vertraging van drieënhalf jaar wordt deze vrijdag het strafproces over de Decembermoorden in Paramaribo hervat. De strafzaak rondom de executies in 1982 van vijftien tegenstanders van het militaire regime van de toenmalige bevelhebber en huidige president Desi Bouterse, begon in 2007. Maar de zaak werd in 2012 geschorst, nadat het Surinaamse parlement een amnestiewet had aangenomen.

Deze wet regelt dat hoofdverdachte Desi Bouterse en de 25 andere verdachten vrijuit gaan. In december gaf het Hof van Justitie het Openbaar Ministerie de opdracht om de vervolging alsnog op te pakken nadat nabestaanden van slachtoffers hierover een verzoek hadden ingediend.

Nog geen overwinning

In zijn advocatenkantoor in de wijk Combé in het stadshart van Paramaribo werpt advocaat Hugo Essed, die de nabestaanden bijstaat, zijn licht op deze nieuwe fase van de rechtszaak. „Het is een stap dichter bij ons einddoel, dat zeker. Maar het is nog geen overwinning”, zegt hij. „In theorie zou de rechtszaak nu moeten doorgaan waar deze gestopt is en moet de strafeis worden uitgesproken. Maar we weten niet wat er gaat gebeuren of waar de advocaat van de verdachten mee komt.”

Volgens Essed voelen de verdachten zich in het nauw gedreven. Recente uitlatingen van Bouterse, hoofdverdachte in de zaak, die waarschuwde dat „buitenlandse krachten” zouden infiltreren in de Decembermoordenzaak, moeten volgens hem in dat licht worden gezien. „Vergeet niet dat tegenstanders al jaren proberen deze zaak te frustreren. De amnestiewet, waardoor de zaak werd stopgezet, is daar een voorbeeld van”, zegt de advocaat.

Irwin Kanhai, de advocaat van Bouterse en andere verdachten, zei eerder dat er geen wettelijke mogelijkheid is om de rechtszaak voort te zetten en dat de nabestaanden blij worden gemaakt met een dode mus. „We hebben niet de juridische toetsingsmethode om te bepalen of deze zaak door de amnestiewet nog wel kan worden voortgezet”, aldus Kanhai.

Hij doelt op het Constitutioneel Hof, het enige orgaan dat kan bepalen of de grondwet na de aangenomen amnestiewet van 2012 nog ruimte biedt voor de rechtszaak. Alleen: dat hof is in Suriname nog steeds niet opgericht.

Dit zei Bouterse eerder over de Decembermoorden:

Nieuwe strijdlust

Sinds het Hof van Justitie in december opdracht gaf verder te gaan met de zaak hebben de nabestaanden van de vijftien slachtoffers nieuwe hoop. „Je voelt de energie, de nieuwe strijdlust”, zegt ondernemer Henri Behr. Zijn broer journalist Bram Behr, was een van de slachtoffers van de executies in 1982 in Fort Zeelandia. „Onze jaarlijkse herdenking van de moorden was onlangs krachtiger dan ooit. Mensen geloven er weer in, buigen het hoofd niet meer. Er heerst een gevoel van overwinning. Ook jongeren voelen zich meer betrokken bij de herdenking dan voorheen”, vertelt Behr.

De hervatting van het strafproces speelt zich af in een tijd van economische recessie in Suriname. Het land staat er slechter voor dan in 2012, toen de economie bloeide en het presidentschap van Bouterse glorietijden doormaakte. Door de amnestiewet moest een mogelijke veroordeling worden voorkomen en zou de stabiliteit niet worden aangetast, was de gedachte van de voorstanders van de omstreden amnestiewet.

Politiek van aard

Door de recente economische crisis waardoor ook de politiek van Bouterse onder vuur ligt, liggen de kaarten nu anders, denkt Essed. „Natuurlijk speelt het politieke klimaat een rol in deze zaak. De aard van de Decembermoorden is al politiek, want de mensen zijn uit de weg geruimd omdat het militaire regime zijn macht destijds voelde wankelen. De aanpak en berechting is om die reden ook politiek. Nu het Bouterse minder voor de wind gaat zou het me niet verbazen als een deel van de mensen die toen voor de amnestiewet stemden daar nu anders over denken”, aldus Essed.

Eerder deze week beëdigde Bouterse de nieuwe procureur-generaal van Suriname, Roy Baidjnath Panday. Op de vraag van journalisten of het niet vreemd was om door een verdachte te worden beëdigd, gaf Baidjnath Panday aan dat hij een duidelijk onderscheid maakt tussen „de verdachte Desi Bouterse” en „de president Desi Bouterse”, waarmee hij zijn onafhankelijkheid wilde benadrukken. „Deze eed heb ik nu afgelegd in de handen van de president van Suriname, en niet anders”, aldus de nieuwe procureur-generaal.

0d94690d32fd5199a6cca7b6e82939a8