Weldadig lekker – dit verdient meer gasten

Foto Maurice Boyer

Dit zou zomaar een nostalgisch stukje kunnen worden: Carels is namelijk weer open! Carels was in mijn jonge jaren, de jaren tachtig, een begrip in de stad. Tot de sluiting in 2006 serveerde het eetcafé annex restaurant in de Pijp bovengemiddeld goed eten, klassieke gerechten uit de Franse keuken in een warme, donkerbruine omgeving. De stemming was uitbundig, de barmannen uitgesproken en aan het einde van de avond leek het binnen op een schilderij van Bruegel. Jan en alleman, jong en oud, buurt en toerist kwamen bij Carels over de vloer – hier werd het woord ‘gezellig’ uitgevonden. De afgelopen jaren kreeg de zaak steeds andere namen. The Dutch.co werd een zeperd en ook brasserie Frans was geen succes. En nu is Carels dus weer gewoon Carels.

Op de avond dat wij zouden komen eten, blijkt er een ‘gouwe ouwe avond’ te zijn: de krasse knarren van Carels van ooit kropen achter de bar om hun vrolijke kunstje nog eens te laten zien. We verplaatsen onze reservering naar een ‘gewone’ Carels-avond; per slot van rekening willen we weten wat er van Carels is geworden.

We beginnen maar meteen met het interieur. Het ziet er niet meer uit als toen, het is jonger geworden. Donkerbruin hout werd Franse brasseriestijl, de zaak is min of meer strak getrokken zonder een toevlucht te nemen tot die vermaledijde loungebanken of de witte kwast. Nu pas zien we hoe groot Carels eigenlijk is. We zitten bijna moederziel alleen in deze grote, smaakvolle zaak – waar zijn alle mensen gebleven?

De kaart is er nog steeds een van Franse klassiekers en we ontdekken zelfs een paar gouwe ouwe gerechten van de oude Carels-kaart. We proosten met een glaasje champagne (Billecart Saumon ‘Brut Reserve’, 11,-) en kiezen voor kreeftenbisque met crème fraîche en dragon (10,50) en gekonfijte boerderijkip (9,50) vooraf, Chateaubriand met seizoensgroenten (per twee personen, 27,50 p.p.) als hoofdgerecht en een kaasplateau (11,-) en tarte tatin met vanilleijs (6,50) als dessert. Hoe klassiek wil je het hebben? De kreeftenbisque is heerlijk: goed gevuld, volle smaak, misschien had een extra druppel cognac die smaak wat meer geprononceerd, maar alla. De kip is mals, beetje vettig maar dan in de goede zin, en komt met bitterfrisse witlof en roodlof; erg lekker. Dan het pièce de résistance van de avond, de Chateaubriand. Ooit werd in Carels dit gerecht met roquefortsaus geserveerd, maar daar zijn ze (gelukkig) vanaf gestapt; nu komt het met de eigen jus. Het vlees is zeer mals, precies goed in 3 centimeter dikke plakken gesneden, de jus is verrukkelijk. Er komen verschillende gerechten bij, zoals aardappeltjes gekookt in de schil, prima friet en gegratineerde witlof.

Klassiek als we al bezig zijn, drinken we een fijne Pomerol uit de Bordeaux (Chateau La Croix Romane, 41,-), stevig en vertrouwd. Ten slotte komt de kaasplank met membrillo (kweeperen) en rozijnbrood – het meisje in de bediening spiekt de kaasnamen van haar handpalm, heel lief – en de tarte tatin smaakt gewoon zoals ie hoort te smaken. Het eten bij Carels is dik in orde, weliswaar nauwelijks avontuurlijk of verrassend, maar weldadig lekker.

Net als we mes en vork neerleggen, bereikt ons het bericht dat kok Ricardo van Ede de nieuwe chef van Carels wordt. Het is zijn zoveelste avontuur van de afgelopen jaren. Na Neva (in de Hermitage), Nevel en Hoogendam (beide bij het Westerdok) strijkt hij dus in de Pijp neer. Wat betreft het eten kan het met zijn komst alleen maar nog beter worden, nu alleen hopen dat hij even blijft tot de loop er echt in zit. Carels verdient meer gasten, we hopen op de dag dat de gasten hier weer met de benen buiten hangen. Of, om met Lena alias Georgina Verbaan uit het ’t Schaep met de 5 Pooten te spreken: gesellig!