Wat een aap zoal kan betekenen

Oude diersymbolen uit kunst, religie en volkscultuur zijn aan het verdwijnen, vreest Marcel De Cleene. Hij legde ze vast in drie dikke boeken.

Marcel De Cleene: „Een leeuw kan symbool zijn van macht of van agressie. Die ambiguïteit is het patroon.” Foto Wouter van Vooren

In Vlaanderen, vertelt de Gentse bioloog Marcel De Cleene, bestaat de uitdrukking ‘zo doof als een erpel’. „Een erpel is een oud, verder verdwenen woord voor woerd. Men dacht dat de vrouwtjeseenden zo veel kwaakten, dat de mannetjes er doof van werden. Maar tegenwoordig begrijpen veel mensen ‘erpel’ als aardappel. En dus zegt de jongere generatie nu ‘zo doof als een patat’.”

Begrip van oude diersymbolen is aan het verdwijnen, vindt De Cleene. Om die beeldentaal – uit de kunst, religie en volkscultuur – vast te leggen, werkte de gepensioneerde bioloog en universiteitsvoorlichter negen jaar aan het driedelige boek Compendium voor dieren als dragers van cultuur. „Zoals in kerken. Het Lam Gods, ons meesterwerk. De adelaar, het embleem van de evangelist Johannes. Mensen zitten in de kerk in een schatkamer van symbolische verbanden en begrijpen ze niet.”

In ruim 2.600 pagina’s beschrijft hij met co-auteur Jean-Pierre De Keersmaeker de symbolische betekenissen van zoogdieren (van antilope tot zeehond), vogels (van aalscholver tot zwaan) en vissen, reptielen, amfibieën, ongewervelden en fabeldieren (van aal tot zee-egel). Planten zijn eigenlijk De Cleenes specialiteit. Maar juist het dierenboek dat hij nu heeft afgerond, valt op door zijn bijna absurde uitvoerigheid. Alleen al voor de aap trekken De Cleene en De Keersmaeker 24 bladzijden uit. Apen zijn, onder meer, symbool van de duivel (in het christendom), van kunst, schrift en seksualiteit (bij „de oude volken van Midden-Amerika”), van de ziel (in India) en van barbaarsheid (bij de Maya’s). En er zijn themahoofdstukken, zoals over rechtszaken die, vooral in Europa, tegen dieren werden gevoerd.

Het Compendium is een publieksboek waarvoor De Cleene, met uitvoerige bronvermelding, heeft geput uit andere overzichtswerken. „Ieder deelgebied is zo immens. Dit werk is een samenvatting van een samenvatting”, zegt hij in een gesprek in het middeleeuwse klooster dat dienstdoet als ontvangstgebouw van de universiteit. „Ik heb het geschreven omdat ik verwonderd ben door de natuur. Mijn vader wilde dat ik lijstenmaker zou worden, net als hij. Maar ik wilde al bioloog worden toen ik zes jaar was. Biologie gaat om het mysterie van het leven.”

Waarom is dierensymboliek zo rijk?

„Mensen projecteren hun emoties op dieren – zeker een dier dat ons aankijkt, zoals een hond, vinden we sympathiek omdat we iets van onszelf in hen herkennen. Niet voor niets is anima in het Latijn het woord voor ziel.”

Uit uw boek blijkt dat aan elk dier de meest uiteenlopende eigenschappen worden toegekend.

„Ja. Neem apen. In West-Europa, waar apen niet voorkomen, hebben apen een negatieve connotatie. De seksualiteit van apen, hun gebrek aan gêne, was de kerk een doorn in het oog. Bonobo’s – die dieren hebben ik weet niet hoe vaak betrekking. Maar in landen waar apen van nature leven, wisten mensen: apen zijn slim, moeten niet onderschat worden.”

Is de betekenis van een dier in één cultuur of periode wel eenduidig?

„Nee. Welke betekenis aan een dier wordt toegekend, is helemaal afhankelijk van de context. Op graftomben ligt aan de voet van de gebeeldhouwde overleden man vaak een leeuwin of een leeuwenwelp – symbool van moed. Een leeuw kan symbool zijn van macht als hij u verdedigt, maar van agressie als hij u aanvalt.”

Werd u niet moedeloos dat er geen enkel patroon te herkennen viel?

„De ambiguïteit is het patroon. Als dat geen boodschap is! De symbolen verbeelden de ambiguïteit die je bij jezelf moet zien en aanvaarden.”

Moesten mensen, zoals 15de-eeuwse Vlamingen die naar een schilderij keken, een diersymbool niet juist begrijpen?

„De christelijke kerk zal in afbeeldingen eenduidige symbolen hebben willen gebruiken, zodat een grotere groep mensen het begreep. Maar hebben zij het wel begrepen? En wat ís begrijpen?”

U raadpleegde tientallen boeken. Vertrouwde u de bronnen waaruit u putte?

„Ik ken bij de universiteit veel experts die ik kon vragen: wat moet ik lezen? Wat is gevaarlijk om te lezen? Die selectie was de belangrijkste stap. In bronnen zoals het Handwörterbuch des deutschen Aberglaubens – geschreven tussen de twee wereldoorlogen – zou propaganda kunnen zitten. Als je zo’n boek schrijft als het mijne, doe je dat in alle nederigheid. Ik zeg niet: ‘zo is het’, ex cathedra. En ik heb alle bronnen vermeld.”

Ik was wel verbaasd dat u bij elk hoofdstuk ruimte maakte voor diersymboliek in droomuitlegging.

„Ik ook! Het is een terrein waarin ik zeker niet thuis ben. Maar als bekende psychologen, psychotherapeuten, daar boeken over schrijven?” De Cleene citeert onder meer de (overleden) Britse psycholoog David Fontana: omstreden door zijn verdediging van paranormale verschijnselen zoals klopgeesten, maar verbonden aan Cardiff University. „Wie ben ik om zo iemand af te schieten?”

Als universiteitsvoorlichter weet u toch dat ook aan een universiteit niet iedereen op gelijke hoogte staat?

„Zeker. Dat is waar. Toch vind ik het niet onlogisch dat de emoties die mensen bij dieren voelen, ook in dromen optreden. Maar dit is niet het meest wetenschappelijk onderbouwde deel.”

Is er in de moderne cultuur nog wel plaats voor diersymboliek, nu er zoveel wetenschappelijke kennis over dieren bestaat?

„Jazeker. Er worden nog steeds menselijke eigenschappen toegedicht aan dieren. In animatiefilms gebeurt dat doorlopend. Ik ken volwassen vrouwen die met een knuffelbeer slapen. En wat denk je van paarden? Nu nog mag je van veel mensen geen paardenkop zeggen. Een paard heeft een hoofd en benen.”