Waar de RET-trams slapen

Ze zitten schuin achter me. Zij probeert hem al drie haltes lang het concept ‘babyshower’ uit te leggen, maar hij is hardnekkig ongeïnteresseerd. Af en toe bromt hij wat bij wijze van antwoord, maar zij laat zich niet van de wijs brengen en houdt stug vol. „Hartstikke leuk! Heb je meteen alles wat je nodig hebt.”

Ik luister mee terwijl tram 8 zich een weg door het oude Noorden baant, door de Zaagmolenstraat waar fietsers langs het raam scheren, naar de Soetendaalseweg waar lijn 4 en 8 kruisen. Het stel stapt uit, nog altijd langs elkaar heen luisterend.

Onder het oplettend oog van een paar begeleiders klautert er een groep kinderen de tram in. „Pas op. Snel zitten, jongens.” Het incheckapparaat piept als een bezetene. De kinderen kwebbelen vrolijk, opgewonden; een ritje met de tram is nog een avontuur, geen tijdrovende manier om van A naar B te komen.

We gaan onder de snelweg door en onder station Noord, het Muizengaatje. Dan linksaf de lange Kleiweg in. Het is druk op straat, de scholen hebben vakantie, de mensen doen boodschappen tussen de buien door. Smaragd, Koraal, Robijn, de zijstraten hebben namen uit een kinderboek.

„Komen jullie?” roept een begeleidster. De kinderen verzamelen zich, de hoofden worden geteld. „Niet gelijk rennen!” Ze wachten braaf op de vluchtheuvel tot de kust veilig is, dan steken ze met stuiterende rugtasjes huppelend de straat over.

Het is ineens erg stil in de tram. De conducteur loopt fluitend naar voren, rekt zich uit. We zijn er. De Kleiweg loopt nog verder door, maar hier stopt de rit. Bij een hek waarachter de remise is gevestigd, daar slaapt het materieel van de RET. Aan de overkant van de eindhalte zit huiskamercafé ‘t Halve Maatje, een begrip in de buurt. Een café waar je je ogen uitkijkt. Van het plafond tot de vloer hangen platen, straatnaamborden en andere kroegparafernalia.

Ik loop door naar de spoorwegovergang, de oude Hofpleinlijn, waar de huizen verder van elkaar af staan, tuinen groter worden en het stadsgevoel verdwijnt. De slagbomen komen niet in beweging. Ik kijk goed om me heen. Links, rechts, en nog een keer naar links. De kust is veilig. Ik steek over.