Sexting: het fietsenhok is nu online

De politie chat met jongeren over de risico’s van seksueel misbruik via het internet. „Ook zonder hoofd ben je herkenbaar.”

„STUUR EENS EEN FOTO VAN JE POES... Hoe reageer jij? Zijn jouw naaktfoto’s gedeeld of heb je een andere vraag over sexting of seksueel misbruik? Chat vanavond met zedenrechercheurs.”

De oproep staat op de site vraaghetdepolitie.nl. En wijkagent Kristian Harmelink van politiebureau Segbroek in Den Haag heeft het bericht nog even op Twitter en Instagram gezet. Samen met drie zedenexperts zal hij vanavond jongeren te woord staan via een speciale chat. Iedereen die een vraag heeft over seksueel misbruik is welkom.

18.30 uur. Harmelink zit achter zijn laptop op het politiebureau

Harmelink coördineert vanavond. Er is een chatroom waar jongeren met elkaar en de politie kunnen praten. En er zijn privéchats mogelijk met zedenrechercheurs. Vaak gaan de vragen over digitaal misbruik, weet Harmelink. Dus over naaktfoto’s die de school rond gaan, over mannen die afspraakjes willen via internet, leerlingen die dreigen met geweld of afpersing als er geen sexy filmpje verstuurd wordt. „Of vriendinnen die je Instagram hebben gehackt en je naam veranderen in ‘ik ben een hoer’.”

Harmelink ziet het allemaal voorbijkomen in zijn dagelijks werk. Als wijkagent bezoekt hij ook geregeld negen middelbare scholen in de omgeving. Elke maand is er op een school wel een geval van sexting – leerlingen die seksueel getinte foto’s maken en delen.

Wat is zijn advies aan de slachtoffers? Als het gebeurd is, kun je aangifte doen of een melding maken, legt hij uit. „Ik kan ook gesprekken voeren met alle betrokkenen en zeggen dat ze ermee moeten stoppen.” Er zijn leerlingen die, vanwege hun cultuur, geen aangifte willen doen. Ze zijn bang dat het thuisfront achter de gebeurtenissen komt. Dan zit er volgens Harmelink soms niets anders op dan „door de zure appel heen te bijten” en „met steun van mensen om de scholier heen te wachten tot het gebeuren overwaait.” Meestal duurt het één of twee weken en dan heeft niemand het op school er nog over, zegt hij. Harmelink houdt contact met slachtoffers.

19.00 uur. De chat start

De drie zedenrechercheurs zitten niet bij Harmelink aan het bureau maar bedienen de knoppen vanuit andere locaties in het land. De eerste chatter komt binnen. „O nee”, zegt Harmelink. „Die kennen we, die komt alleen rotzooi trappen.” De chatter kraamt een half uur onzin uit. Harmelink zet de bezoeker op non-actief en krijgt een bericht: „Ik wil in de chat, eikel!”

Al gauw volgen serieuze berichten. Iemand (blijkbaar een ouder) vraagt: „Een jongen heeft aan mijn dochter (11) naaktfoto’s gevraagd. Wat moet ik doen?” Iemand anders stuurt: „Hoe lang kun je aangifte doen van zedenmisdrijf?” En weer iemand typt: „Maar wat als het nu niet met mij gebeurt thuis maar wel met iemand anders?”

De chatters verdwijnen vanuit de algemene chatroom naar privégesprekken met de zedenexperts. Een van hen is Thessa Kranendonk. Via de telefoon vertelt ze over de chat waarmee ze drie jaar geleden begon – toen nog sporadisch. „Ik wilde een manier vinden om jongeren voor te lichten en de drempel naar de politie te verlagen”, zegt ze. Sinds een jaar wordt de zedenchat één keer in de twee maanden gehouden.

De zedenrechercheurs leggen slachtoffers uit hoe ze aangifte kunnen doen. Vaak verwijzen ze door naar de juiste hulpverlening. „Maar je fungeert ook als luisterend oor”, zegt Kranendonk. „Zodat jongeren zich gesteund voelen.” Soms leiden de chats tot zaken.

Het is begrijpelijk dat tieners foto’s naar elkaar sturen, zegt Kranendonk. „Het hoort bij een normale seksuele ontwikkeling. Vroeger liet je elkaar ook wat zien. Alleen deed je dat in het fietsenhok en niet via de telefoon. Leerlingen kunnen de consequenties van hun daden niet overzien. Via de chats proberen we ze bewust te maken van de risico’s.”

20.00 uur. Een discussie begint

Wat vinden jullie van #geenhoofd, de sextingcampagne van BNN, vraagt Harmelink. Presentators van het programma Spuiten en Slikken roepen daarbij jongeren op om vooral niet hun hoofd op een naaktfoto te zetten. Chatters laten weten dat ze het een goede actie vinden. Harmelink stuurt terug dat dat nog te bezien valt. Zonder je hoofd kun je nog steeds herkenbaar zijn, tikt hij.

Naast de zedenchats houdt de politie elke dinsdag en donderdag chats over algemene zaken. Er zijn ook thema-avonden, over drugs, kindermishandeling of radicalisering. Tijdens deze chats loggen er wel 40 tot 50 mensen in, bij de reguliere chats zijn dat er zo’n 15 man, zegt Harmelink. Vanavond stond de teller op 30.

21.00 uur. De chat is beëindigd

Kranendonk vertelt dat ze net een meisje sprak dat vertelde over naaktfoto’s die ze onder dwang had gemaakt en had verstuurd. „Dat was drie jaar geleden, en ze zat er nog steeds mee. Ik heb haar doorverwezen naar de hulpverlening.” Daarna kwam iemand die wilde weten waarom loverboys doen wat ze doen. „Ik legde uit wat ik zelf denk: dat deze jongens zelf beschadigd zijn, geld willen verdienen en geen enkel respect hebben.”

    • Juliette Vasterman