Grapdwang is helemaal niet zo leuk

Het klinkt leuker dan het is: een hersenbeschadiging die ervoor zorgt dat patiënten niet meer kunnen stoppen met grappen maken. Het drijft de mensen in hun omgeving tot wanhoop, blijkt uit twee nieuwe beschrijvingen van Witzelsucht, grapdwang, die neurologen uit Californië onlangs rapporteerden in The Journal of Neuropsychiatry and Clinical Neurosciences.

De eerste patiënt was een man die twee hersenbloedingen had gehad, elk met een gedragsverandering tot gevolg. Na de eerste, op zijn 59ste, kreeg hij een obsessie voor recycling. Na de tweede, op zijn 64ste, begon de grapdwang. Hij ging zijn vrouw ’s nachts wakker maken om de grappen te vertellen die hij had bedacht. Zij vroeg of hij ze op wilde schrijven, zodat ze door kon slapen. Vijf jaar later kwam hij bij de neurologen met 50 pagina’s simpele woordspelingen en seks- en poepgrappen.

De tweede patiënt was een 57-jarige man die de laatste drie jaar dwangmatig grappen maakte en steeds ongeremder gekke dingen zei. Dat kostte hem zijn baan (hoewel vast ook niet hielp dat hij ongevraagd de computers van zijn collega’s ging defragmenteren). Hij overleed 11 of 12 jaar na het begin van zijn ziekte. Autopsie wees op frontotemporale dementie. Daarbij verschrompelen de frontaalkwabben.

Bij beide patiënten waren de frontaalkwabben links én rechts aangetast, maar de neurologen denken dat beschadiging rechts essentieel is voor grapdwang. Eerdere patiënten hadden rechts tumoren. Door die schade snapt de patiënt zelf ironisch genoeg alleen de simpelste grappen nog.