Opeens breekt voor het Spaanse Iberia de hemel open

Luchtvaartmaatschappij Iberia stond er beroerd voor, maar sinds de fusie met British Airways gaat het opmerkelijk goed. „Dit is het begin”, zegt topman Gallego.

Wie had vier jaar geleden gedacht dat het Spaanse Iberia nog eens honderden miljoenen winst zou maken en vrijwel altijd op tijd zou vliegen? Jeff Kennedy, topman van FlightStats (een bedrijf dat vluchtgegevens verzamelt), spreekt afgelopen maandag bij de overhandiging van de prijs voor ‘de meest punctuele vliegtuigmaatschappij van Europa’ zijn waardering uit. „Alleen de beste maatschappijen dingen mee. Als je niet op allerlei onderdelen goed scoort, kom je nooit in de buurt. Iberia mag trots op zichzelf zijn”, stelt de Amerikaan Kennedy.

En Iberia ís trots op zichzelf. De hoogste baas Luis Gallego (Madrid, 1969) lichtte deze week in Casa América in Madrid de jaarcijfers toe, met over 2015 een winst van 247 miljoen euro. „Als je bedenkt dat we in 2012 nog bijna een miljoen euro per dag verlies leden, dan kun je wel nagaan hoe blij we met dit resultaat zijn. Maar we zijn er nog niet. Dit is het begin. Iberia wil doorgroeien. Latijns-Amerika blijft onze belangrijkste markt, maar we slaan ook onze vleugels verder uit in Afrika en Azië”, kondigt Gallego aan. Vanaf oktober gaat Iberia op Tokio vliegen, en mogelijk vanaf eind dit jaar ook op Shanghai.

Reorganisatie

Hoe anders stond Iberia er vier jaar geleden voor. De maatschappij zat zwaar in de problemen en scoorde over de gehele linie onder de maat. Na de fusie in 2010 met British Airways, waardoor Iberia onderdeel werd van de International Airlines Group (IAG), werd noodgedwongen het mes in de bedrijfsvoering gezet.

Van de 20.000 werknemers verloren er 3.800 hun baan. Piloten en ander personeel werden fors gekort op hun salaris. Iberia kwam in het nieuws door stakingen en verzet, waarbij zelfs de oproerpolitie in actie moest komen op de gloednieuwe terminal 4 van het vliegveld Barajas bij Madrid, de thuisbasis.

Iberia zat aan alle kanten klem: onvoldoende kwaliteit om te concurreren met bedrijven als Lufthansa en Air France-KLM, en niet opgewassen tegen prijsvechters als Ryanair en easyJet.

„We zaten precies in het midden”, legt Gallego uit. „En juist op die positie wil je niet zitten. Iberia was een zieke patiënt op weg om te sterven. Er moest worden gesneden om te overleven. Het brandstofgebruik beslaat eenderde van alle uitgaven. Dat móest naar beneden. Personeel moest meer uren maken en het aantal directeuren werd teruggebracht van tachtig naar tweeënveertig.”

De maatschappij stopte met tal van onrendabele bestemmingen, zoals Puerto Rico, Santo Domingo, Montevideo en Cuba. Zelfs de dagelijkse vluchten tussen Madrid en Amsterdam werden geschrapt. „Dat soort beslissingen neem je met pijn in het hart. Maar we stonden met de rug tegen de muur. Soms zaten die vluchten wel vol, maar waren de kosten simpelweg hoger dan de inkomsten. We willen alleen bestemmingen aandoen als ze wat opleveren. Gelukkig vliegen we nu weer op bijna al die bestemmingen. Sinds 2014 zijn er dertig routes bijgekomen.”

Toen Iberia eenmaal een solide financiële basis had gelegd, werd met hulp van IAG in de toekomst geïnvesteerd. In Madrid werd een fonkelnieuw hoofdgebouw geopend, alle logo’s werden veranderd en Iberia Express werd in de markt gezet om de strijd met prijsvechters aan te gaan.

Nieuwe vliegtuigen

Op vrijwel alle Spaanse luchthavens is de bagageafhandeling en de catering van de vliegtuigen volledig in handen van Iberia gebracht. En de vloot werd gemoderniseerd: zeventien vliegtuigen zijn volledig gerenoveerd, tot 2017 komen er eenentwintig nieuwe toestellen bij, en daarna tot 2021 nog eens zestien. Air France-KLM staat nu voor de vraag of het in navolging van Iberia ook vooral moet inzetten op productiviteitsverhoging.

Iberia heeft een groot deel van het succes te danken aan IAG, waar verder ook Air Lingus en de Spaanse prijsvechter Vueling onder vallen. IAG maakte vorige week bekend dat de groep in 2015 bijna 1,5 miljard euro (inclusief de 247 miljoen van Iberia) winst heeft geboekt.

Verder profiteert de Spaanse maatschappij van de almaar groeiende stroom toeristen naar Spanje en van de dalende olieprijs. Zo kwam er in januari van dit jaar een recordaantal van 3,5 miljoen bezoekers naar het Zuid-Europese land. Maar liefst 11,2 procent meer dan in 2015.

Latijns-Amerika

Volgens het gerenommeerde maandblad Actualidad Económica „ligt de hemel open” voor Iberia. Ivan San Félix van investeringsmaatschappij Renta 4, stelt in dat blad dat „de herstructurering van Iberia zeer geslaagd is”. Wel is hij van mening dat Iberia Express een grotere rol zal moeten gaan spelen. De prijsvechter beschikt nu over twintig toestellen en dat is volgens hem te weinig om uit te groeien tot een serieuze speler in dit marktsegment.

Het jaar 2016 staat voor Iberia vooral in het teken van de connecties met Latijns-Amerika. Op 22 september is het zeventig jaar geleden dat het eerste toestel van Madrid via drie tussenstops naar Buenos Aires vloog. Inmiddels vliegt Iberia op meer dan twintig steden in Latijns-Amerika.

Nieuwe toestellen krijgen namen als Oaxaca, Buenos Aires, América Latina en La Habana. „We waren de eerste maatschappij die van Europa naar Zuid-Amerika vloog. We hebben nu veruit de sterkste positie. Dat willen we zo houden en zo mogelijk verder uitbreiden. En hopelijk op tijd”, zegt Gallego met een knipoog naar Jeff Kennedy, die op de bijeenkomst in Madrid een half uur te laat begon.