6 mei besluit krijgsraad over Decembermoorden

Volgens een advocaat van de nabestaanden wordt de zaak vooruit geschoven.

(VLNR) Advocaten Stanley Marica, Marja Vos en Hugo Essed, die de nabestaanden bijstaan, in de rechtszaal in Paramaribo. Foto ANP/PETER VAN MAELE

De Surinaamse krijgsraad zal op 6 mei bepalen of en hoe president Desi Bouterse en 24 andere verdachten vervolgd zal worden voor de Decembermoorden van 1982. Daarbij zal inhoudelijk op de zaak worden ingegaan. Dat heeft de voorzitter van de krijgsraad vrijdag bepaald tijdens de eerste zitting in het proces sinds 2012.

Op 8 december 1982 werden vijftien tegenstanders van het regime van toenmalig legerleider Bouterse in Fort Zeelandia gemarteld en vermoord. De daders zijn nooit veroordeeld en de zaak ligt in Suriname zeer gevoelig. Bouterse heeft altijd iedere betrokkenheid ontkend, maar verklaarde eerder wel ‘politiek verantwoordelijk’ te zijn.

In 2007 kwam het pas tot een proces, maar dat werd in 2012 stilgelegd toen een omstreden amnestiewet door het parlement werd aangenomen. Daardoor gingen de verdachten van de Decembermoorden vrijuit. De zaak werd vervolgens geschorst om de wet te laten toetsen door het Constitutioneel Hof. In Suriname is dat hof echter nog steeds niet opgericht.

Op verzoek van de nabestaanden van de slachtoffers gaf vorig jaar de hoogste rechter aan het OM opdracht om toch de vervolging te hervatten. Op het uitstel van vrijdag is door familieleden van de betrokken teleurgesteld gereageerd. “Weer hetzelfde van hetzelfde,” aldus advocaat Hugo Essed tegenover het ANP die de nabestaanden vertegenwoordigt. Er zou volgens hem sprake zijn van een truc om de zaak weer vooruit te schuiven.