Kapel met negen levens wordt weer gebedsruimte

Het lot kan grillig zijn. Twee eeuwen wapenopslag had de voorheen katholieke Mariakapel overleefd toen in 1877 een jongen een bijennest wilde uitroken – brand. Weg bijen, weg kapel. Hoewel, de muren stonden nog en de Gereformeerde Kerk kocht het gebouw, waarna het jongerencentrum zou worden en nu kunstruimte en artist-in-residency. Aan de kale witte muren van de kapel in het pittoreske Hoorn is de rijke geschiedenis – ook ex-boksschool bijvoorbeeld – niet af te zien. 

Daarom gingen kunstenaars Sunette Viljoen en Blaine Western, samen te gast, op archeologisch onderzoek uit. Hun ontdekkingen exposeren ze in de kapel, op de website, op fotoposters van architectonische details die ze in Hoorn verspreiden. Ze ontdekten een vergelijkbare kapel twee straten verderop, onzichtbaar achter deuren en andere panden, met wel nog een onafgefikte houtenkapconstructie. Zo ongeveer moet die Mariakapel eruit hebben gezien. Viljoen en Western besloten die twee te combineren: op de site staan duofoto’s van deze Ceciliakapel en Mariakapel, maar zonder uitleg te cryptisch om echt te communiceren.

Maar in de Mariakapel zelf pakt het mysterie beter uit. Een nagebouwde boog van de kap uit de Ceciliakapel, ondersteboven, als visuele echo, heeft er dezelfde verstilde schoonheid als de film die Viljoen en Western maakten van een 16de-eeuws drinkglas uit het Westfries museum: langzaam tast de camera het ribbelige glas af. Elk gevoel van tijd verdwijnt, film en object worden één. Dit liturgische beeld en de monumentale daksculptuur veranderen de kapel, na zijn negen levens, weer in een spirituele gebedsruimte. Even dan. Tot de volgende exposant aantreedt.