‘In New York stonden ze op hun kop van ons concept’

Amsterdam barst van de bijzondere winkels en vooruitstrevende ondernemers. Startup We Are Public geeft leden toegang tot de beste cultuur van de stad.

De oprichters van We Are Public, Bart Mosch (l.) en Leon Caren. De theaterzalen zijn blij met het initiatief: „Het levert ze nieuw publiek op.” Foto Maurice Boyer

In het kantoor van We Are Public zitten verschillende groepjes mensen te brainstormen en te overleggen. Het gepraat galmt door de holle ruimte. Het kantoor is gevestigd in een voormalig technieklokaal van De School, een gebouw dat in januari werd omgedoopt tot club, café, restaurant en kantoorverzamelgebouw in Amsterdam-West. De grote ramen geven uitzicht op het voorbijrazende verkeer van de A10.

„We zijn hier net naartoe verhuisd”, vertelt oprichter Bas Mosch (42; baard, bril, coltrui) met een glimlach, lopend door de lichte ruimte. „Het is allemaal nog work in progress.” Hij knikt naar de vliering bovenop twee nieuw getimmerde vergaderruimtes. „Daar hebben we knusse overlegruimtes gemaakt.” De rode, luie stoelen die er staan steken fel af tegen de mintgroene achtergrond. „De ruimte hiernaast verbouwen we nog, zodat we daar straks zelf evenementen kunnen organiseren: performances, exposities, workshops.”

We Are Public is een nieuw cultuurlidmaatschap met een origineel aanbod voor kunstliefhebbers in Amsterdam. Een gespecialiseerde redactie selecteert elke maand must see-evenementen voor leden. „Het gaat om voorstellingen buiten de mainstream”, verklaart medeoprichter Leon Caren (37 – ook met baard en coltrui). „Er gebeurt zo onwijs veel in Amsterdam, het aanbod is heel tof, maar mensen weten niet altijd wat goed is, wat de moeite waard is. Zeker als het gaat om genres buiten hun comfortzone. Voor sommige mensen is dat bijvoorbeeld dans. Met het lidmaatschap en de selectie die wij maken, hopen we de stap kleiner te maken. We willen Amsterdammers stimuleren op avontuur te gaan. Zo raken bovendien de stoelen van minder voor de hand liggende stukken gevuld.” Mosch vult aan: „Mensen hebben weinig tijd om cultuur te bezoeken. In de korte tijd die ze hebben, is het moeilijk om iets goeds en origineels te kiezen. Met We Are Public springen we in dat gat. Het is een nieuwe manier van cultuur aanbieden.”

In september 2014 werd We Are Public gelanceerd. Inmiddels telt de onderneming bijna 3.000 leden die voor 15 euro per maand vrij kunnen kiezen uit de selectie van 50 evenementen: muziek, theater, dans, exposities, film, debat, literatuur, architectuur, wetenschap. Bijna alle Amsterdamse zalen zijn aangesloten: Stadsschouwburg, Muziekgebouw aan ’t IJ, de Melkweg, Carré, maar ook kleine zalen als de Brakke Grond en Het Compagnietheater. Twintig redacteuren – vaak zelf jong kunstenaar of curator – zijn verantwoordelijk voor de selectie. Caren: „Zij bevelen stukken aan waar ze zelf nieuwsgierig naar zijn of waarvan ze al weten dat het goed is. Op de website motiveren ze hun keus.”

De leden mogen zoveel voorstellingen bezoeken als ze willen. Per bezoek keert We Are Public 50 procent van de reguliere ticketprijs uit aan de partners. „Vorig jaar hebben we dat percentage elke maand laten fluctueren”, vertelt Mosch. „We hadden nog geen idee hoeveel voorstellingen onze leden zouden bezoeken. Onze partners zijn meegegaan in het experiment. Nu weten we dat leden gemiddeld één keer per maand gaan.”

De theaterzalen zijn blij met het initiatief. „Het levert ze nieuw publiek op”, verklaart Caren. „65 procent van de bezoekers die via We Are Public komt, zou daar zonder de pas niet zijn geweest. Bovendien is ons publiek overwegend jong: twintigers en dertigers; een doelgroep die de zalen graag willen bereiken.”

Eerder zetten Caren en Mosch het kunst- en muziekplatform Subbacultcha op, waarbij leden gratis toegang hadden tot concerten. „We organiseerden er zo’n honderd per jaar en dat liep heel goed. Onze aanname was dat een breder cultuurlidmaatschap ook zou werken. In september 2014 startten we een crowdfundingsactie waarbij we in zeven weken 2.500 leden moesten werven. Dat was een slopend traject. Vorig jaar hebben we 3.000 unieke posters in de stad gehangen met de namen van leden en partners erop. Nu werven we gericht nieuwe leden via onze bestaande achterban, bijvoorbeeld door onze actiefste leden een gratis maandpas te sturen die ze aan hun vrienden kunnen geven. Dat werkt supergoed.”

Zelf hebben de mannen niet veel tijd voor cultuurbezoek. „Wat dat betreft zijn we onze eigen doelgroep”, grapt Mosch. „Daarom is het ook zo handig dat de redacteuren een selectie maken.” Caren bezoekt eens per maand een voorstelling. „Wat ik nieuw heb ontdekt door We Are Public, is dans. In de Schouwburg heb ik een aantal mooie voorstellingen gezien, waaronder The Black Piece, van Ann van den Broek. Dat vond ik heel gaaf.”

Nu het kantoor is verhuisd, en de nieuwe website online is, gaat We Are Public een volgende fase in. „We zijn op een punt dat we weten dat er potentie in zit, het concept slaat aan. Dat is tof. Dit jaar breiden we uit naar Den Haag en naar Brabant. Zelfs het buitenland heeft interesse getoond. We mochten spreken op een conferentie in New York. Daar stond iedereen op z’n kop van ons concept.”