Hulp is in Syrië een oorlogswapen

Sinds zaterdag geldt in Syrië een wapenstilstand. Met het bestand zou ook een hulpoperatie op gang komen. De VN zeggen iedereen in nood te willen helpen. Maar de praktijk is anders. 

Een konvooi van de Rode Halve Maan komt aan in Ghouta, een belegerde voorstad van Damascus. Foto AMER ALMOHIBANY/AFP

Geen van de kinderen zag er gezond uit. Ze waren bleek en mager. Sommigen konden nauwelijks praten of staan. Anderen hadden zwarte tanden en bloedend tandvlees: de impact van een gebrek aan voeding was duidelijk. De jongsten zijn er het slechtst aan toe. Een meisje van achttien maanden, verschrompeld door een gebrek aan eten, zag er nog beduidend jonger uit dan ze was.”

Zo beschreef de Syrische Abeer Pamuk, van de internationale hulporganisatie SOS Kinderdorpen in de Britse krant The Guardian haar bezoek aan Madaya in januari. Het stadje was toen zowat het symbool geworden van de belegeringen in Syrië, een oorlogstactiek die door de Amerikaanse minister John Kerry (Buitenlandse Zaken) wordt omschreven als surrender or starve: geef je over of verhonger. 

Een konvooi van het Rode Kruis moet wachten voordat het Madaya in mag. Foto Louai Beshara/AFP 

Madaya was en is extra pijnlijk, want in het stadje in de bergen bij Libanon zitten haast uitsluitend burgers, geen moslimextremisten of gematigde rebellen. Die zijn er wel in het nabijgelegen Zabadani, maar de vrouwen en kinderen van daar kregen vrije doorgang naar Madaya. Waarna het Syrische regime en zijn bondgenoten van de Libanese Hezbollah ook daar het net sloten, zodat Madaya nu een openluchtgevangenis is.

Half januari kwam er voedselhulp van de VN, nadat foto’s uit Madaya voor ophef hadden gezorgd. Het bleek ook dat het VN-kantoor in de Syrische hoofdstad Damascus, een half uurtje rijden verderop, al maanden wist dat er honger rondwaarde in Madaya en Zabadani. De inwoners aten toen soep van gras en kruiden, de katten waren al verorberd.

Sinds vorig weekeinde een ‘staken van de vijandelijkheden’ inging in Syrië, wachten de inwoners van de belegerde stadjes opnieuw op de beloofde voedselhulp, die deel uitmaakt van de internationale afspraken rond het bestand. Alleen: die hulp laat alweer op zich wachten.

Want hulp is een oorlogswapen in Syrië.

Aan de oorlog in Syrië lijkt geen einde te komen. Wat is er nu precies aan de hand? Lees hier de tien vragen over Syrië die je niet durfde te stellen

„De prijzen zijn deze week wat gedaald na de aankondiging dat de VN voedsel zouden leveren”, zegt Dania (21) telefonisch vanuit Madaya. „Maandag kostte een kilo groenten nog 50.000 lira (150 euro). Ik betaal nu vijf keer zo veel voor groenten als voor de huur van mijn flat. De hulp was aangekondigd voor vandaag (woensdag), maar het is nu avond en we wachten nog altijd.” Het is alsof er een systeem in zit, zegt ze.

„Ze willen dat we net niet verhongeren. Maar intussen zijn er wel al meer dan vijftig mensen bezweken.”

Halverwege ons gesprek krijgt Dania het even moeilijk. „Iedereen hier is verzwakt na acht maanden honger”, zucht ze. „En ik ben twee maanden zwanger. De VN leveren ook alleen blikvoer. Dat houdt ons even in leven, maar iedereen kampt met een gebrek aan vitaminen. We lopen hier met 35.000 mensen verdwaasd rond en iedereen heeft de hele tijd jeuk.”

Landmijnen rond de stad

Aan de omsingeling ontsnappen is voor haar ook geen optie. „Madaya is omgeven door checkpoints van Hezbollah”, zegt Dania, die vroeger scheikunde studeerde in Damascus. „Niemand mag eruit, ook vrouwen, kinderen of gewonden niet. Er liggen landmijnen rond de stad, scherpschutters schieten op iedereen die probeert te ontsnappen, of voedsel wil binnenbrengen.”

Een jongetje wacht aan de hand van zijn moeder op noodhulp in Madaya. Foto Omar Sanadiki/Reuters

Dania heeft geprobeerd te ontsnappen, maar het lukte niet. „Ik heb de moed niet om het nog eens te proberen”, zegt ze. „Als je het al overleeft, word je gearresteerd en beland je in hun cellen.” Een rapport van een VN-onderzoekscommissie stelde in februari nog dat de „massale sterfte van gevangenen” in de cellen van het regime „suggereert dat de Syrische regering verantwoordelijk is voor daden die neerkomen op uitroeiing, een misdaad tegen de menselijkheid”.

Volgens de VN zitten er in Syrië bijna een half miljoen mensen ingesloten zoals Dania, in achttien belegerde steden. De Nederlandse ngo Pax en de denktank The Syria Institute kwamen op een veel hoger aantal uit: ruim een miljoen belegerde Syriërs, in bijna vijftig steden en dorpen. Van al die belegeringen zijn er maar drie die niet door het Syrische regime of zijn bondgenoten worden uitgevoerd.

Het gaat om de oostelijke stad Deir es-Zor, die wordt belaagd door Islamitische Staat (IS). Daarnaast zijn er de shi’itische dorpen Fuaa en Kefraya in de westelijke provincie Idlib. De belegering van Madaya wordt door het regime en Hezbollah vaak uitgespeeld als wisselgeld voor die van Fuaa en Kefraya.

Het verschil is dat het Syrische regime ‘zijn’ drie belegerde gebieden kan bevoorraden via de lucht. Ook is er meer handel mogelijk met het ommeland. Een graadmeter zijn de prijzen van goederen: een kilo rijst kostte in januari in Kefraya omgerekend iets meer dan 1 euro, in Deir es-Zor zo’n 5 euro, en in Madaya 230 euro.

Met het nieuwe bestand zou ook een grote hulpoperatie op gang komen. Naast het staken van de vijandelijkheden maken voedselleveranties door de VN-kantoren in Damascus en vanuit de buurlanden deel uit van de afspraken. „En toch zien we deze week nauwelijks iets bewegen”, zegt Henrietta McMicking van The Syria Campaign, een ngo die de belegeringen van nabij volgt.

Containers in niemandsland

Een voedseldropping uit de lucht voor Deir es-Zor ging vorig weekeinde mis: van de 21 gedropte containers kwamen er 17 blijkbaar terecht in het niemandsland tussen IS en de omsingelde troepen van het regime. Nu zijn ze spoorloos. 

Ruim miljoen belegerde Syriërs in bijna vijftig steden en dorpen

Een hulpkonvooi naar Moadamiyeh, een door het regime belegerde buitenwijk van Damascus, arriveerde maandag wel. Maar een truck met babyvoeding werd tegengehouden door het leger, zo stellen lokale inwoners. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) liet weten dat Syrische functionarissen de levering van medisch materiaal „hadden geweigerd”.

„Hulp leveren aan die stadjes zou eenvoudig moeten zijn”, zegt McMicking. „Er zijn drie resoluties van de VN-Veiligheidsraad, ook goedgekeurd door Rusland, die zeggen dat hulp ongehinderd naar de betroffenen moet gaan. De voorraden van de VN in Damascus zitten vol genoeg, op een half uurtje rijden van honderdduizenden mensen die worden belegerd. De VN hebben ook geen toestemming van het regime nodig. Ze moeten gewoon zeggen: ‘Jongens, zondag vertrekt ons konvooi.’ En toch gebeurt dat niet.”

Sinds januari rolt een golf van kritiek over die VN heen. Als goede bureaucraten wil de top van de VN en van aanverwante organisaties – zoals het Wereldvoedselprogramma en de WHO – goede relaties behouden met het regime, zo klinkt het. Anders kan het regime vervelend doen met visa voor internationaal personeel en vergunningen die officieel nochtans niet nodig zouden moeten zijn.

Volgens een VN-woordvoerder in Damascus „leveren we hulp aan iedereen in nood”. Maar de praktijk is anders. Terwijl de internationale kritiek in februari aanzwol, kwam daar nog opmerkelijk nieuws bij: de vrouw van de Syrische viceminister van Buitenlandse Zaken bleek door de WHO aangesteld als expert voor de psychische gezondheid van vluchtelingen.

„Er zijn geruchten over spanningen tussen de VN in Damascus en de VN in de buurlanden”, zegt McMicking. „Je zou denken dat je als wereldorganisatie orde op zaken stelt in de lokale organisatie in Damascus en die hulpleveringen erdoor jakkert. Er is nu zelfs een bestand! We zien niets daarvan gebeuren, integendeel. Ze lijken voortdurend te capituleren voor de eisen van de Syrische regering.

Voor het VN-kantoor in Damascus hebben de relaties met het regime duidelijk een hogere prioriteit dan de noden van de Syrische burgers.”