Een stadshond kon je familie verraden

Deze Bosnisch-Amerikaanse schrijver blinkt uit in autobiografische non-fictie over zijn jeugd in Sarajevo en zijn jaren als immigrant in Amerika. Ze vormen de fascinerende basis voor de fictie die hij eerder schreef.

Over zijn lotgevallen als student in Sarajevo kort voor het uitbreken van de Joegoslavië-oorlog in 1991 en als immigrant in Amerika publiceerde de Bosnische schrijver Aleksandar Hemon (Sarajevo, 1964) in 2000 de tragikomische verhalenbundel Questions about Bruno (Wat is er toch met Bruno). In een klap was hij wereldberoemd. Het onlangs verschenen Het boek van mijn levens is de non-fictievariant van die verhalen. Opnieuw vertelt Hemon over zijn leven. En opnieuw doet hij dat met wrange humor.

Het boek van mijn levens wemelt van de mooie hoofdstukken. Ze gaan over het verlies van identiteit en de moeizame integratie van migranten in een nieuwe wereld. Hemon laat zich ineens kennen als Nabokovs professor Pnin in zakformaat, zo sterk is zijn zintuig voor het zich anders voelen in de Nieuwe Wereld. Een mooi voorbeeld daarvan is zijn zoektocht naar ingrediënten voor borsjt, de bietensoep die hij thuis in Bosnië at. ‘Het cruciale ingrediënt van de volmaakte borsjt is een grote, hongerige familie.’

Zijn ouders neemt Hemon uitvoerig de maat. In Canada zijn ze geobsedeerd door de wijze waarop ze van de Canadezen verschillen. Ze beseffen dat ze er nooit echt bij zullen horen, omdat ze anders koken, anders met hun kinderen omgaan, zich anders kleden. Het is typisch migrantengedrag, dat verdwijnt zodra hun nazaten zich mengen met autochtonen. Jammer is dat de Nederlandse vertaling regelmatig wemelt van de storende anglicismen.

Decadente schoften

De indrukwekkendste delen van het boek spelen zich af in Bosnië. Zoals in het relaas van Hemons wilde studententijd in Sarajevo en zijn eerste baantjes bij de radio en een tijdschrift, een paar jaar voor het uitbreken van de oorlog. Op een dag organiseert hij met zijn medestudenten een ‘nazicocktailparty’. Voor die performance laten ze zich inspireren door de patriottisch-correcte speelfilms van het socialistische Joegoslavië, waarin nazi’s als hooghartige, decadente schoften worden neergezet. Hemon beschrijft hier hoe de verwende jeugd van zijn generatie, die was opgegroeid in ‘het comfort van het socialisme’, ineens slachtoffer werd van het systeem waarin afwijkingen van de officiële leer taboe waren. Na afloop van het feest, waar swastika’s van mayonaise de banken sieren en Nietzsches Ecce Homo wordt verbrand, moet hij ineens bij de Staatsveiligheidsdienst komen, die alles van het feestje blijkt af te weten. Hij krijgt te horen dat hij in het vervolg onder toezicht van de Partij zal staan en begrijpt vanaf dat moment Kafka.

Dat de oorlog, die vier jaar zou duren, voor veel gezinnen ontwrichtende gevolgen had, weet Hemon in Het boek van mijn levens erg goed te beschrijven. Zoals aan de hand van zijn vriend Veba, die in het Bosnische leger vecht, terwijl zijn sullige vader als onderofficier een wapendepot van het Servische leger moet bewaken. Aan de hand van die vader en zoon, die ondanks het bloedige geweld niet minder van elkaar houden, laat Hemon zien dat de etnische scheidslijnen in Bosnië helemaal niet zo duidelijk waren als de hysterische leider van de Bosnische Serven, Radovan Karadzic, deed voorkomen. Over hem oordeelt Hemon vernietigend: ‘zijn ware en enige thuis was de hel die hij voor anderen creëerde’.

Het mooiste hoofdstuk gaat over de Ierse setter Mek, de hond van Hemons ouders. Aan het begin van de oorlog vluchten ze naar het geboortedorp van Hemons vader in noordwest-Bosnië, waar konvooien dronken Servische soldaten langskomen onderweg naar etnische zuiveringen of het front. Mek wordt er ernstig ziek als gevolg van tekenbeten. Voor een levensreddende injectie moet hij naar een stad worden gebracht, die in Servische handen is.

En dan volgt een prachtige scène, waarin de vader de hond per tractor en laadwagen naar die stad brengt. Onderweg komen ze Servische legertrucks tegen, waaruit soldaten op de zieke hond neerkijken. Precies op dat moment besef je hoe bang die vader moet zijn geweest. Want een Ierse setter is een stadshond en Mek zou wel eens kunnen verraden dat de Hemons uit Sarajevo komen en tot het vijandige kamp behoren. Zo laat Hemon in een paar zinnen het onderscheid verdampen tussen fictie en non-fictie en wordt het echte leven literatuur.