Column

Een soldaat uit het leger van Ansar

Met dedain kijkt Redouan, IS-aanhanger, om zich heen in het multiculti-café in Amsterdam-West waar we hebben afgesproken. Links en rechts wordt muntthee geserveerd, men dipt Marokkaans brood in pesto. „Sowieso niets uit deze keuken”, schudt hij met zijn wijsvinger. Hij kiest een kale koffie.

Na de geruchten over de executie van acht Nederlandse IS-strijders in Syrië zoeken compagnon Ahmet Olgun en ik hem op. Redouan is de broer van Fahmi, die werd veroordeeld voor lidmaatschap van de Hofstadgroep. Na de arrestatie van zijn broer radicaliseerde hij. Voor Ahmet en mij is hij al jarenlang een gids in de wondere wereld van geestelijk leiders en huiskamerbijeenkomsten.

Om zijn gezin te onderhouden verkoopt Redouan op de markt kinderkleertjes, in zijn vrije tijd maakt hij deel uit van het leger van Ansar, de helpers van de mujahedeen. Dat is een digitaal leger van twitteraars die in het Arabisch berichten van het front verspreiden. Vorige week verstuurde het leger massaal tweets met #Oscars – alleen zaten er geen filmweetjes in, maar onthoofdingsfilmpjes en oorlogstaal. Daarop heeft de Saoedische geheime dienst talloze Twitteraccounts geblokkeerd. Dat gebeurt volgens Redouan aan de lopende band. „Mijn account is al zeker dertig keer afgesloten. Dan zorgt IS voor een nieuw.”

De moord op de Nederlandse brigade heeft hij niet kunnen verifiëren, zegt hij. „Als je doorvraagt, zet IS je op de zwarte lijst. Niet te veel vragen dus.” Hij vindt dat het maar slecht gesteld is met de informatie in Nederland. „Iedereen praat elkaar na bij Pauw of RTL Late Night. Maar wat weten ze echt? Niemand gaat er kijken.”

Zelf heeft hij aardig zicht op het strijdtoneel, vindt hij. Een paar weken geleden heeft IS een nieuw offensief van zelfmoordaanslagen ingezet. Hij toont een filmpje van afgelopen week uit de plaats Tel Abyad aan de Turkse grens. „Ze hebben het centrum een paar uur in handen gehad.”

Je doet of IS wint, zeggen Ahmet en ik. Maar steden worden kapot gebombardeerd, een grote dam staat op breken, elektriciteit valt overal uit. „Wij vechten niet voor grondgebied”, zegt Redouan. „Wij vechten voor de zaak van Allah. Het echte slagveld moet nog komen. Als de grote vijand, het Westen, naar Islamitische Staat komt.”

Hij laat een propagandafilmpje zien van Abu Sharif de Belg, die met zijn dochtertje op een sprookjesachtig meer roeit en de toeschouwers met een zachte tong op de voordelen van het kalifaat wijst.

En wanneer gaat hij zelf, vragen wij. Hij haalt zijn schouders op. Het gaat slecht met zijn vader, zegt hij. „Hij moest vorige week weer naar de Eerste Hulp en nu heeft hij een katheter. Ik zal voor hem moeten zorgen.”

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.