Drumcomputer– fetisjist

Kai Hugo (28), beter bekend als Palmbomen II, is even over uit Los Angeles. In de Lichtkring, een leegstaand bejaardencentrum in Utrecht, werkt hij aan zijn live set. Hij trekt zijn donkerblauwe capuchon nog eens diep over zijn verwaaide surferskrullen. Hugo is snipverkouden, vanwege het belabberde weer in Nederland. Hij loopt door de gangen met ziekenhuislucht naar een tafel vol drumcomputers, synthesizers en effect-modules die met roze tape aan elkaar zijn geplakt.

Het is zijn mobiele studio, die hij opvouwt en meeneemt in het vliegtuig. Hij maakt er al zijn tracks mee, thuis in Los Angeles of hier in Nederland. In feite neemt hij zo zijn hele studio mee naar Zeezoutfestival, zaterdag in Amsterdam.

De drumcomputerfetisjist die doorbrak als deel van de zonnige synthpopband Palmbomen, speelt er nu, onder de naam Palmbomen II, een meer club georiënteerde live set. Overheerste in het geluid van de band nog de Sunset Boulevard-vibes, als solo-project heeft zijn muziek een wat donkere klank gekregen. Maar eigenlijk is hij altijd al op zoek geweest naar die mix van blij en treurig, zegt Hugo.

Vroeger ging hij vaak naar Tropicana in Rotterdam. De kunstpalmbomen in het zwemparadijs symboliseren voor hem een manier van zoeken naar geluk waarvan een vakantie in Spanje de allerhoogste variant is. Burgerlijk wil hij het niet noemen. „Ik vind het ook een eerlijke en pretentieloze manier. Ergens vind ik het ook wel leuk om naar Centerparcs te gaan.”

Zijn laatste EP Center Parcs, die vrijdag verscheen, nam hij dan ook op in het bungalowpark, met beste vriend Betonkust. In de videoclip zien we vier stellen in felgekleurde eighties trainingspakken die quadrupel-datend een weekendje bijtanken met seks en bier. De video is een soort VHS-verslag a la New Kids, inclusief permakrullen en rattensnorretjes, maar dan echt – Hugo vond de beelden op internet. „Mensen denken altijd dat mijn muziek ironisch bedoeld is, maar dat is het juist niet. Ik probeer een bepaalde sfeer te vangen.”

Het is een sfeer die terugkomt in de vier video’s die hij afgelopen jaar uitbracht van zijn vorig jaar verschenen album Palmbomen II. We zien mysterieuze personages gefilmd met een grofkorrelige camera die een jaren tachtig sfeer oproepen. Hugo filmde, regisseerde en bedacht alles zelf. De jaren tachtig spreken hem aan vanwege de beperkingen uit die tijd die hij ook zichzelf oplegt: hij gebruikt geen laptop, alleen drumcomputers, synthesizers en een tape-deck. Daarmee maakt hij, altijd binnen een dag, een track. Hij past het achteraf nooit aan. Het klinische van computermuziek heeft hem altijd tegengestaan. Liever kiest hij een rauwe, eerlijke manier van werken, en zoekt hij zijn geluk in een bungalowpark. Dat hoor je terug in zijn down tempo house met ruis. Het klinkt blij, mysterieus en treurig tegelijk.