Donald Trump was niet te vermijden

De Amerikaanse Republikeinen maken zich zorgen om de opkomst van Trump, maar hebben dit type politicus sinds de jaren zestig zelf gecreëerd. De zakenwereld speelt daarin een belangrijke rol, zo tonen twee journalisten in hun boeken aan.

Illustratie Gijs Kast

Donald Trump raast als een politieke tornado door de Verenigde Staten en slokt alles op wat in zijn buurt komt. De Republikeinse Partij is tot nu toe het grootste slachtoffer. De opkomst van mediafenomeen, zakenman en eenmansleger Trump is spectaculair. Maar de implosie van de Grand Old Party, een van de oudste politieke partijen ter wereld, is minstens zo adembenemend. De partij van Eisenhower, Lincoln en Reagan is de partij van Trump geworden.

Trump wordt als een natuurverschijnsel gezien – hij overkomt je. Vandaar dat ik aan het begin de tornadometafoor gebruikte. Die wordt de laatste tijd vaak gebruikt door wanhopige Republikeinen. Je kunt vluchten, je kunt schuilen, maar er is niks aan te doen. Val je hem aan op zijn ideeën, dan zorgt hij dat hij de lachers op zijn hand krijgt. Ga je op de man spelen, dan slaat hij nog veel harder terug. Sommige Republikeinse topfiguren beginnen de draai te maken en accepteren Trumps overmacht.

De paniek in de partij is niet gespeeld, maar wel verwonderlijk: Trump is geen natuurverschijnsel. In de eerste plaats omdat er nooit een plan tegen hem verzonnen is. Hij werd gezien als politieke clown, maar onderschat werd dat ook clowns een verkiezing kunnen winnen. Nog verbazingwekkender is hoe weinig zelfreflectie de partij heeft. De Republikeinse Partij heeft niet alleen de weg geplaveid voor een politicus als Trump. Ze heeft ook de richtingsborden geplaatst en bloemen op de weg gestrooid. Trump zelf hoefde er niet zo gek veel meer voor te doen. Zoals commentator Dana Milbank van The Washington Post onlangs schreef: ‘Trump is een monster, maar wel een monster dat de Republikeinen zelf hebben gecreëerd.’

De onvermijdelijkheid van Trumps opmars is beter te begrijpen uit twee recente boeken over de transformatie van rechts. De veelgeprezen Jane Mayer, journalist voor The New Yorker, legt in haar fascinerende Dark Money uit hoe de broers Charles en David Koch, miljardairs uit Kansas, van de Republikeinse Partij een platform voor hun radicale overheidsagenda hebben gemaakt. E.J. Dionne, columnist van The Washington Post, analyseert de radicalisering van de Republikeinse Partij in ideologisch perspectief. Zijn boek Why the Right Went Wrong: Conservatism. From Goldwater to the Tea Party and Beyond betoogt dat Trumps opkomst onvermijdelijk was.

Dionne noemt het proces van rechtse zelfradicalisering de ‘Trumpificatie van de Republikeinse politiek’. Die begon niet in juni 2015, toen Trump met de roltrap in zijn eigen Trump Tower in New York afdaalde en zijn presidentskandidatuur aankondigde. De partij lijdt al decennia onder golven van steeds nóg radicalere denkbeelden. Niemand kan dat stoppen, integendeel. Het wordt alleen maar erger. Na iedere radicale golf, vol valse beloftes en opgehitste woede, volgt een periode van bitterheid en teleurstelling in de achterban, schrijft Dionne. Want politiek betekent nu eenmaal dat je soms je zin niet krijgt. Dat leidt weer tot verdere radicalisering.

Tea Party

Na het debacle van Nixon kwam er ruimte voor de conservatief-populistische agenda van Ronald Reagan. Het presidentschap van George W. Bush gaf zuurstof aan de ideologen van de Tea Party. Het is een prikkelende gedachte, die je niet zo vaak hoort. Dionne ziet de radicalisering van de Republikeinse rechtervleugel dus niet alleen maar als reactie op tijden van Democratische dominantie. De Tea Party, die vlak na Obama’s aantreden begon, was net zo goed een reactie op het gematigde conservatisme van Bush als op Obama zelf.

Dionne begint bij de opmars van presidentskandidaat Barry Goldwater, in 1964. Deze senator uit Arizona verenigde veel ideeën die Republikeinen later zouden herhalen: afkeer van de landelijke overheid, van raciale gelijkheid, en van hoogopgeleide elites. Het maakte Goldwater de sensatie van de Republikeinse voorverkiezingen. Hij blies de favoriet van de partij, Nelson Rockefeller, genadeloos weg. In de verkiezing tegen de Democraat Lyndon Johnson won hij maar zes staten. Maar er zette zich een nieuwe denkrichting vast in de partij. Het conservatieve zuiden, van oudsher een baken van de Democraten, werd een Republikeins bolwerk. Zuidelijke ideeën over ras, overheid en belastingen werden gemeengoed.

Goldwaters tijdelijke succes was een revolte tegen de eigen partijelite, maar ook een reactie op de tijdgeest. Hij bewees niet dat Amerika radicaler werd, hij was de voorman van een angstige minderheid. Er kwam een einde aan verplichte segregatie, de federale overheid groeide, en de zeden veranderden. Diezelfde angsten lagen ten grondslag aan de opkomst van Ronald Reagan in de jaren zeventig. Abortus was gelegaliseerd, echtscheiding kwam vaker voor, Watergate en Vietnam hadden de Republikeinen gekleineerd.

Reagan, diep van binnen een pragmaticus, speelde met plezier de rol van vertolker van onvrede in de achterban. Hij had een dieppessimistisch verhaal over een Amerika in moreel verval, maar verpakte het met optimistische slogans en luchtige toespraakjes. Zo maakte hij het land grimmig genoeg voor een Republikeinse machtsovername in 1980, zonder dat die woede op hem afstraalde. In die zin was hij de leermeester van Donald Trump, die zelfs Reagans slogan Make America Great Again! heeft geleend. De analyse van Reagans plek in de tijdgeest is niet verkeerd, maar mist de diepgang van historicus Rick Perlstein, die het fenomeen-Reagan indrukwekkend beschreef in The Invisible Bridge. Dionne noemt zichzelf een teleurgestelde conservatief, en het lijkt soms of die teleurstelling de overhand krijgt.

Als je Dionne leest, blijft het een raadsel waarom de Republikeinse Partij erin geslaagd is nog altijd het centrum van de macht te blijven. Ga maar na: beide kamers in het Congres zijn in meerderheid Republikeins. Van de vijftig gouverneurs zijn er eenendertig Republikeins. De Congressen van dertig staten zijn volledig Republikeins. En toch verandert Amerika. Het homohuwelijk is ingevoerd, en als het om onderwerpen als migratie, de doodstraf of de rol van religie gaat, wordt Amerika ook steeds progressiever.

De Republikeinse Partij is sinds Goldwater een pad ingeslagen van ideologische zuiverheid. Ideeën over lage belastingen en een kleine overheid, voortkomend uit een instinctief zuidelijk wantrouwen tegen Washington, werden verabsoluteerd. Trump, zelf bij lange na geen partij-ideoloog, is de uiterste stap in dit proces. Hij mengt progressieve en conservatieve ideeën met autocratische retoriek, en is uiteindelijk een chaoskandidaat. Maar de chaos is onontkoombaar als je conservatief Amerika rijp maakt voor radicale anti-overheidsideeën.

Twee broers die daar een hoofdrol in spelen, zijn de miljardairs Charles en David Koch. Hun kapitaal, over generaties verdiend met handel in olie, plastic, papier en chemicaliën, is al decennia de motor achter de Republikeinse transformatie. De broers van Nederlandse afkomst – opa Harry Koch is geboren in Workum – behoren tot de rijkste Amerikanen.

Jane Mayer heeft met Dark Money het beste, en schokkendste boek over het Koch-imperium geschreven. Zakelijke en ideologische belangen liggen bij de broers in elkaars verlengde. Hun politieke agenda komt naadloos overeen met hun economische belangen. De Republikeinse Partij, betoogt Mayer, is niet langer in handen van partijbonzen, maar van geldschieters als de Kochs.

Complottheorieën

De Koch-broers zijn ideologisch gekneed door vader Fred, een van de oprichters van de radicale John Birch Society. Deze groep voedde vanaf 1958 rechts Amerika met complottheorieën over de overheid, communisten en intellectuelen. De groep is gemarginaliseerd, maar de invloed is tot vandaag te merken. De Koch-broers waren geïnteresseerd in politieke invloed om zakelijke doelen te bereiken, maar dachten dat ze te extreem waren voor de Republikeinen. David Koch werd in 1980 running mate van Ed Clark namens de Libertaire Partij. Die verkiezing werd een fiasco, en de broers leerden een belangrijke les: je moet het bestaande politieke stelsel niet uitdagen, maar van binnenuit veranderen.

De Kochs zetten hun geld op twee manieren in. Ze steunen politici, vaak op lokaal niveau, die hun ideeën steunen. Van onderop vergroten ze zo hun invloed. En ze manipuleren het debat door de partij ideologisch te veranderen. Ze richtten denktanks op als het Cato Instituut en de Heritage Foundation. Zo veranderden ze bijvoorbeeld het debat over klimaatverandering. Iedere Republikein die verder wil, praat hun klimaatsceptische mening na. Politici zien de broers slechts als ‘acteurs in een script’, zeiden ze eens. Ze moeten hen napraten, verder zijn ze oninteressant.

De presidentskandidaat die het meest in de pas loopt met de ideeën van de Kochs, is ongetwijfeld Ted Cruz. En toch wordt hij weggeblazen door Donald Trump. De Koch-broers maken zich zorgen om Trump, zeggen ze. Toch houden ze bij deze verkiezing, zeer tegen hun gewoonte in, hun geld op zak. Betekent dat dat hun invloed is uitgespeeld? Misschien is deze verkiezing eerder een win-winsituatie voor de broers.

Mayer maakt in Dark Money goed gedocumenteerd duidelijk dat de ideeën van de broers geworteld zijn in, zoals William F. Buckley het noemde, ‘Anarcho-Totalitarisme’. De politieke elite moest plaatsmaken voor zakenlieden. De rol van de overheid moest zich beperken tot het beschermen van de basisrechten van het individu. Al het overige moest worden losgelaten. Daar zorgt de ultrarijke bovenlaag wel voor. Trump is de verpersoonlijking van dat denken. Anarchistisch én totalitair tegelijk zijn, dat kan deze miljardair ook.