DNB: Nederlandse economie moet af van kolen, olie en gas

Nederland moet investeren in duurzaamheid, zegt De Nederlandsche Bank. Er dreigt een ‘koolstofzeepbel’.

Nederland op kop bij productie kolen en gas in Europa

Het Energieakkoord, waarin afspraken zijn gemaakt over duurzame energie, moet fors worden aangescherpt. Dat stelt De Nederlandsche Bank (DNB) in het rapport Tijd voor Transitie, dat deze vrijdag aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.

Volgens DNB-directielid Job Swank zal dat voor de Nederlandse economie „een geweldige inspanning” worden, want „we lopen achter als het gaat om de invoer van duurzame energie en het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen”, zo zegt hij in een interview met NRC.

Dat komt vooral door de petrochemische industrie, het wegtransport en de glastuinbouw – sectoren die zwaar leunen op fossiele brandstoffen. Swank wijst erop dat de klimaattop in december in Parijs de wereldwijde ambities voor het terugdringen van broeikasgassen heeft vergroot: kort na het midden van de eeuw moet de economie ‘klimaatneutraal’ zijn.

Volgens DNB moet de Nederlandse economie in de komende decennia af van kolen, olie en uiteindelijk ook gas. „Dat zal die [energie-intensieve] industrieën behoorlijk raken.”

De overheid moet daarbij het voortouw nemen, zegt Swank. Anders doet alleen de markt zijn werk. „En dat leidt tot externe effecten die niet beheersbaar en niet acceptabel zijn.”

Gevaar voor een koolstofzeepbel

Met het rapport reageert DNB ook op het toenemende risico van een ‘koolstofzeepbel’, de kans dat beleggingen in bedrijven die afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen hun waarde verliezen onder druk van een strenger klimaatbeleid. Dinsdag spreekt DNB-president Klaas Knot hierover in een hoorzitting van de Tweede Kamer.

Swank erkent dat zo’n carbon bubble boven de markt hangt, maar noemt het risico op dit moment „beheersbaar”. De pensioenfondsen lopen het grootste gevaar. Zij hebben ongeveer 5,4 procent van hun vermogen in fossiele brandstoffen belegd. Als je daar de ‘CO2-intensieve sectoren’ (zoals de chemie en de glastuinbouw) bij optelt, gaat het om bijna 12,5 procent – tegen bijna 10 procent bij banken en ongeveer 4,5 procent bij verzekeraars „Dat zijn nog steeds geen schrikbarende percentages, maar ze zijn wel significant.”

Een voorwaarde om de risico’s van deze beleggingen binnen de perken te houden is dat heel snel wordt begonnen met een aanscherping van het beleid. „Hoe langer je wacht hoe groter de kans dat er grote schokken aan de economie worden toegebracht”, aldus Swank.

De Nederlandsche Bank pleit voor invoering van een hogere koolstofprijs. Dat zal niet eenvoudig zijn, want die prijs wordt op Europees niveau bepaald, via het zogeheten emissiehandelssysteem ETS. Dat systeem werkt slecht. Op basis van de huidige emissiehandel kost de uitstoot van een ton kooldioxide nu nauwelijks 8 euro.

Volgens Swank is een bodemprijs van zo’n 30 euro nodig. Om gas te laten concurreren met de veel goedkopere steenkool zou waarschijnlijk een prijs van 40 euro nodig zijn. „We moeten een CO2-prijs hebben die gaat bijten. Zoals het systeem nu werkt, speelt de koolstofprijs geen enkele rol bij investeringsbeslissingen.”