Buren

Ik denk dat maar weinig mensen kunnen zeggen dat ze wel eens wakker schrikken van wolvengehuil. Wij wel dus, want wij wonen al 22 jaar naast Diergaarde Blijdorp. Het is moeilijk te omschrijven wat dat wolvengejammer met je doet, maar ergens diep van binnen worden oeroude instincten aangesproken, zo veel is me inmiddels wel duidelijk. Dat gehuil kan soms wel 20 minuten aanhouden, waar je dus knap zenuwachtig van wordt. Volgens de medewerkers van de dierentuin is er geen reden tot ongerustheid en reageert de roedel soms op een ambulance met sirene bijvoorbeeld.

De Diergaarde en ik zijn overigens goede buren. Ik heb jarenlang een abonnement gehad en kwam er wekelijks met mijn kinderen over de vloer. Zij ook bij ons trouwens, maar we zijn inmiddels gewend geraakt aan de regelmatige ontsnappingen van – meestal onschuldige – dieren.

Zo slingerde er dagenlang een zwarte aap met lange staart (langoer) door de bomen in de Cornelis Muschstraat, die de oppassers met geen mogelijkheid te pakken kregen. Ook wandelde er op een zondagmorgen doodleuk een dikke pelikaan voorbij ons huis en zwemmen er regelmatig ‘tropische’ eenden in de Statensingel. En natuurlijk hebben we ons even achter de oren gekrabd toen gorilla Bokito met gemak over de sloot bleek te kunnen springen, maar de dierentuin heeft ons verzekerd dat alles sindsdien ‘Bokito-proef’ is en we ons geen zorgen meer hoeven maken.

Twee weken geleden heb ik overigens voor het eerst ook fysiek kennis mogen maken met onze buren. Voor een radioreportage moest ik heel vroeg in de ochtend de olifantenoppasser interviewen. Hij stelde een persoonlijk kennismakingsrondje voor in het nachtverblijf, waar de olifanten nog bezig waren aan hun ontbijt. Een voor een kwamen ze me met hun warme slurven voorzichtig betasten en besnuffelen, inclusief de allerkleinste. Het was een magisch moment waarbij de tranen over mijn wangen biggelden van ontroering.

Toch moet ik eerlijk toegeven dat ik me als buur op mijn beurt niet altijd even netjes gedragen heb. Zo ben ik ooit door een dierentuinmedewerker in mijn nekvel gegrepen na een domme actie bij de spitssnuitkrokodillen. Mijn zoontje dacht dat de krokodillen van plastic waren omdat ze nooit bewogen. Ik probeerde ze in actie te krijgen door mijn rode sjaal over de dikke glazen wand te hangen en er uitdagend mee te wapperen, maar werd dus betrapt en terecht streng toegesproken. En dan is er nog iets wat ik nu maar eens moet opbiechten. Ik heb op een ochtend mijn complete guppie-familie (zo’n 40 stuks) verdeeld over vier jampotten in een picknickmand de dierentuin binnen gesmokkeld om ze stiekem te dumpen in de vijver van de Rivierahal. Beste buurtjes van de Diergaarde, bij deze: het spijt me verschrikkelijk!