‘Binnenstad wordt echt niet beter van gratis parkeren’

Terugdringen van auto’s is niet slecht voor de handel, betogen Stefan Klingens en Dirk Schennink.

De auto was jarenlang een graag geziene gast in de modernistische Rotterdamse binnenstad. Maar de gemeente wil het stadshart van Rotterdam aantrekkelijker maken en daarvoor moet het verkeer- en parkeerbeleid op de schop. Minder ruimte voor de auto en meer voor andere vormen van vervoer. Terecht? Sommigen vinden van niet. Vorige week stuurde Detailhandel Nederland een brandbrief naar alle Nederlandse gemeenten met het pleidooi om de parkeertarieven te verlagen, om zo de noodlijdende binnensteden er weer bovenop te helpen. Gratis of goedkoop parkeren, het klinkt interessant, maar wordt de Rotterdamse binnenstad daar echt beter van? Daar kunnen we kort over zijn: nee.

Het publiek hecht vooral waarde aan attractiefactoren, zoals beleving, een goed en divers aanbod van winkel- en horecavoorzieningen en een hoge verblijfskwaliteit. Weerstandsfactoren als betaald parkeren en parkeerlocatie zijn van ondergeschikt belang. Daarnaast brengt gratis parkeren ook overlast voor omwonenden met zich mee. Bezoekers aan de stad strijden om het laatste gratis plekje, waardoor voor de auto van bewoners geen plaats meer is.

Een bezoek aan de binnenstad wordt steeds meer gezien als een beleving. Op veel plekken in het Rotterdamse centrum is deze beleving nu nog ondermaats. Brede boulevards zoals Blaak en Coolsingel kennen een hoge autodominantie, van voornamelijk doorgaand verkeer, en een lage verblijfskwaliteit. Hierdoor ontstaan harde scheidingen binnen het centrum. Door de auto minder dominant te maken en de buitenruimte te verbeteren, zorgt de gemeente voor verbinding tussen gebieden. Daardoor ontstaat een aantrekkelijk aaneengesloten gebied. Een plek waar mensen meer geld uitgeven. Ondernemers worden daar beter van!

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat ondernemers het aantal mensen dat per auto de binnenstad bezoekt schromelijk overschatten. Zo komt op de Rotterdamse Meent slechts 20 procent van de bezoekers met de auto, terwijl de ondernemers dit aandeel inschatten op meer dan 50 procent. Een grotere focus op de voetganger en de fietser en vermindering van het aantal parkeerplaatsen op straat, zoals de gemeente in het onlangs verschenen Stedelijk Verkeersplan voorziet, is dus een goede en logische ontwikkeling.

De moderne wederopbouwstad Rotterdam moet nu zorgen dat het ook in de 21e eeuw de stad van de toekomst blijft. Daar hoort een centrum bij waar het goed toeven is voor het langzame verkeer en waar de auto welkom blijft, maar wel een stuk minder aanwezig dan die jarenlang is geweest.

Econoom Dirk Schennink en stadsgeograaf Stefan Klingens zijn lid van RTM XL, een publieksplatform over de ontwikkeling van Rotterdam.