Column

Wim gaat weg

Wim Pijbes stapt op bij het Rijksmuseum. Na een kleine acht jaar Rijks wordt de directeur elders directeur. Niet bij een museum van wereldklasse in New York of Berlijn, maar dicht bij huis, in Wassenaar. Hij krijgt daar de leiding over een privé-museum dat nog niet bestaat: Museum Voorlinden, waar de particuliere moderne-kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh zijn collectie tentoon zal stellen. Die onverwachte carrière-switch én het feit dat Museum Voorlinden nog niet af is, doen in het klein denken aan Pijbes’ aantreden bij het Rijksmuseum. Ook toen gingen de wenkbrauwen omhoog: dat deze op evenementen beluste directeur van de Rotterdamse Kunsthal overstapte naar ’s lands belangrijkste en eerbiedwaardigste museum, deed het ergste vrezen. Op 1 juli 2008 trad Pijbes aan bij een museum dat niet af was en eigenlijk nauwelijks meer bestond. Het Rijks lag letterlijk en figuurlijk in puin, door een slepende renovatie die steeds meer tijd en steeds meer budget eiste. Via de documentaire Het nieuwe Rijksmuseum zag Nederland hoe Pijbes dat aanpakte. Fel en onwaarschijnlijk voortvarend. De slag om de fietstunnel verloor hij. Maar hij won de slag om de te elfder ure in een andere tint te schilderen wanden van de eregalerij.

Wim Pijbes overtrof de verwachtingen. Hij sleepte het publiek bij miljoenen ‘zijn’ museum in, en bracht aan de man dat ‘oude’ kunst niet ouderwets is, integendeel. Vanaf het begin van zijn directoraat mikte hij op een wat hem betreft volslagen logisch verband tussen de kunst van vroeger en die van nu. De eerste ‘stunt’ in dat opzicht was het exposeren van de diamanten schedel van Damien Hirst – begeleid door een tentoonstelling van eeuwenoude vanitas-schilderijen die hij Hirst liet selecteren uit de Rijks-collectie.

Dat Pijbes zijn vertrek zo plotseling aankondigt, bevreemdt. Immers, er dient zich in de vroege zomer een veel beter moment aan, als Rembrandts dubbelportret van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit voor het eerst in het Rijks te zien zal zijn.

Weer een grote gebeurtenis voor het museum, die aan Pijbes te danken is en waarmee zijn al te proactief opereren bij de verwerving gladgestreken zal worden.

Het dubbelportret had het hoogtepunt kunnen markeren waarop een goed bestuurder afscheid neemt en voorttrekt. Pijbes heeft echter anders besloten.

Inmiddels is het speculeren over zijn opvolging begonnen.

Laat er voor de benijdenswaardigste museumfunctie van Nederland niet gezocht worden naar een Pijbes-II. Laat de keuze vallen op een volslagen onverwachte opvolger – net als de vorige keer.