Column

Verdwenen

‘Het is de nachtmerrie van elke ouder”, zei Marije Slijkerman, moeder van de vermiste Sophia, dinsdag tegen Humberto Tan in RTL Late Night. „Vooral van de ouders met kinderen in de leeftijdsfase van 18 tot 25, die alleen de wereld intrekken. De meesten komen gewoon weer terug…”

Ik zat er met een sterk gevoel van plaatsvervangende machteloosheid naar te kijken. Verdwijningen maken dat in je los, misschien nog wel meer dan moorden of ontvoeringen. Verdwijningen hebben iets totalitairs, het zijn de wreedste beschikkingen van een ongrijpbaar noodlot. Iemand lijkt niet meer te bestaan, maar of het ook werkelijk zo is? De familieleden die nog wel bestaan moeten maar afwachten of zij ook échte nabestaanden zijn. Hoe lang? Misschien wel de rest van hun leven.

Marije Slijkerman en haar man Gerard hadden twee maanden „in verdoving” doorgebracht na het bericht van de vermissing. Wat te doen? Toen waren ze, mede op advies van vrienden, aan de slag gegaan. Ze lieten een website bouwen (www.findsophia.org) en richtten een stichting op voor een inzamelingsactie, want er is veel geld nodig voor de financiering van hun opsporingsonderzoek in Afrika.

De foto’s op de website laten een mooie, tengere jonge vrouw zien. Op 30 augustus 2015 vertrekt Sophia als 21-jarige medisch studente voor een stage van acht weken naar een ziekenhuis in Kampala, de hoofdstad van Oeganda. Haar moeder komt haar daar in oktober opzoeken. Sophia genoot van haar verblijf in Kampala, en vooral van haar werk in het ziekenhuis.

Sophia neemt op 22 oktober, de laatste dag van haar stage, afscheid van de mensen in het ziekenhuis en vertrekt met enkele vrouwelijke reisgenoten voor een rondreis door Oeganda. Op 28 oktober komen ze tegen zessen aan in Murchison Falls National Park bij hun nachtverblijf, een centrum voor studenten. Ze halen hun spullen uit de auto, Sophia zegt naar de wc te gaan, een apart gebouwtje, even verderop. Dat is de laatste keer dat ze is gezien.

Er wordt binnen een kwartier alarm geslagen en een zoektocht begonnen met hulp van parkwachters, de dagen daarna ook met politie en speurhonden, zowel op het land als in de rivier dichtbij het nachtverblijf. Een week later zal ook een Nederlands politieteam met een drone zoeken. Alles tevergeefs, moet Marije Slijkerman constateren; zij was twee dagen na de vermissing in het park gearriveerd.

Gerard Koetsier zegt achteraf over dit eerste onderzoek: „Hier geraadpleegde forensisch specialisten zeggen dat er niet echt adequaat is gezocht.” De familie wil nu een grondiger onderzoek met meer technische hulpmiddelen.

Wat kan er gebeurd zijn? Er zijn tal van scenario’s denkbaar, maar ze blijven allemaal in de speculatieve sfeer hangen. Harde feiten zijn er weinig. Op de oever zijn spulletjes van haar gevonden: een waterfles, reepjes stof van een broek. Verder ontbreekt elk spoor. Er waren geen tekenen van een aanval door een wild dier, ook is niet bewezen dat zij het water is ingegaan.

Misschien wilde ze het park uitlopen, opperde haar moeder op tv. Sophia was in die periode overprikkeld, iets waar ze vaker mee kampte. Ze werd dan oververmoeid én overactief, schrijft haar moeder op de website.

Voorlopig is deze verdwijning, zoals zoveel verdwijningen, één groot tragisch raadsel.