Ticket voor de Spelen en een zilveren medaille toe

Bij teamsprint moet Europees kampioen Nederland alleen in Nieuw-Zeeland zijn meerdere erkennen.

De benen van drie van de vier renners van de Nederlandse sprintploeg. Foto Eric Feferberg/AFP

Benen als gewapend beton, een bovenlichaam zo mogelijk nog imposanter. Zijn postuur doet denken aan dat van een fenomeen op de houten wielerpiste – sir Chris Hoy, veelvoudig olympisch kampioen. Als Jeffrey Hoogland (22), sinds vorig jaar koning van het Nederlandse baanwielrennen, op de pedalen gaat staan en met elke slag een ruk aan zijn gekromde stuurtje geeft, komt er zoveel kracht vrij dat de lichtste editie van de Koga Kimera op de markt in tweeën zou breken – maar zijn fiets is steviger. Niet per se een jongen die bevestiging nodig heeft, zou je zeggen.

Toch dreef hij zijn ploegmaten tot waanzin, vorig jaar bij het EK baanwielrennen in Grenchen, Zwitserland, waar hij met drie gouden medailles de man van het toernooi werd. „Van iedereen wilde ik weten of ik wel goed genoeg was, of ik me zou kunnen meten met de wereldtop”, zei Hoogland op het middenterrein van de Lee Valley Velodrome in Londen, daags voor het belangrijkste onderdeel op deze WK baanwielrennen. „En vier weken terug begon ik weer, toen we specifiek gingen trainen voor dit toernooi. Ik merkte aan de rest dat ze het nu echt irritant begonnen te vinden. Dus dacht ik: Jeffrey, dit gevoel ken je. Nu kan je stoppen.”

Voor onzekerheid geen plaats bij baanwielrenners met een missie: olympisch goud op de teamsprint. Maar eerst moesten ze zich plaatsen voor Rio: als de Nederlanders woensdag overeind zouden blijven en niet gediskwalificeerd zouden worden, ging dat lukken. Het werd veel meer.

Op hagelnieuwe fietsen – andere kleurstelling, plattere voorvork – reden ‘de drie H’s’ Hugo Haak, Jeffrey Hoogland en Nils van ’t Hoenderdaal in de kwalificatie een daverende teamsprint over 750 meter (43,266 seconden). Nieuw-Zeeland (43,096 seconden) was een fractie sneller. Dat betekende sowieso een zilveren medaille. Alleen in 2005 presteerde ‘de drie T’s’ Theo Bos, Teun Mulder en Tim Veldt dat. En dus werd Rio veiliggesteld, waarmee ook twee plekken op de individuele sprint én de keirin. Dat lukte woensdag ook de vrouwen. Elis Ligtlee en Laurine van Riessen werden zesde, genoeg voor Rio.

Drie uur later de finale. Hugo Haak heeft plaats moeten maken voor Matthijs Büchli. Bondscoach René Wolff wil dat het teamgevoel in tact blijft, dat vier jongens mee bouwen aan een eventuele wereldtitel. Van ’t Hoenderdaal start goed, Hoogland rijdt een sterke ronde en geeft dan in winnende positie af aan Büchli. Daar maken de Nieuw-Zeelanders (43,257), in 2014 wereldkampioen, het verschil. Nederland (43,469) strandt met de regenboogtrui voor het grijpen.

Jeffrey Hoogland, beste van Europa en nu tweede van de wereld. In Rio ligt de ultieme bevestiging.