Pussy Riots Nadja geeft oprui-les

‘Handleiding voor een revolutie’ van Nadja Tolokonnikova, lid van punkrockband Pussy Riot, is een ijzersterk, opruiend boek. Zonder angst voor straf zet ze haar protesten voort tegen de dictatuur onder de Russische president Poetin.

Nadja in de clip ‘Tsjaika’, als corrupte Russische officier van justitie die klaarkomt onder het portret van Poetin.

Het kenmerk van een écht mooie vrouw is, volgens Verlaine, dat zij niet elke dag helemaal dezelfde is, en niet helemaal een ander. Volgens dit criterium is Nadjezjda Tolokonnikova, van Pussy Riot, een prachtige vrouw. En daarom niet alleen: zij is ook een authentieke heldin, die voortgaat met protesten en provocaties tegen de dictatuur van Vladimir Poetin en consorten – en als daar een straf op volgt, is het jammer. Ze zat al twee jaar kamp uit.

Hoe verschillend ze eruit kan zien, viel me op bij de foto op de omslag van haar deze week in Duitsland verschenen, autobiografische boek Anleitung für eine Revolution – ik weet niet waarom, maar de Duitse editie is de eerste. Afgedrukt is een jeugdfoto van de in 1989 in het noordelijke Norilsk geboren Nadja Tolokonnikova, nog met een soort babyvet en gehuld in wat een schooluniform lijkt. Alleen haar mond en neus vertonen overeenkomst met de femme fatale in de onlangs in San Francisco gedraaide clip Tsjaika, waarin ze een corrupte Russische officier van justitie speelt, die klaarkomt onder het portret van beschermheer Poetin.

Effect van clip en boek is eender. Waar, volgens opiniepeilingen tenminste, Russen zich in meerderheid neerleggen bij een halfnaakt te paard rondrijdende president die de helft van het land aan zijn vriendjes heeft weggegeven, die de Franse kaas uit de winkels heeft laten halen om vaderlandslievende gevoelens aan te wakkeren, revanchistische oorlogen voert, zorgt dat er in Rusland weer onversneden politieke processen worden gevoerd en vrijwel alle media inzet voor de verbreiding van een fascistoïde propaganda over Ruslands grootheid, verleden en eigenheid, zegt een enkeling, zoals Nadja, ‘nee’.

Haar ‘Handleiding voor een revolutie’ is zonder meer een van de meest rebelse boeken die ik ooit gelezen heb. Het is een verzameling korte teksten, beginnend met een vrolijke schildering van de seks in het vrouwenkamp waar ze twee jaar opgesloten heeft gezeten, omdat ze met de vriendinnen van Pussy Riot een regime-kritisch liedje in de kathedraal van Moskou had willen zingen. Die, overigens prachtige schildering van de vrouwelijke gevangenen en hun diverse eigenaardigheden, seksueel of anderszins, is grote literatuur.

Doe het onmogelijke

En zo gaat het door, volgens de collagemethode: een mozaïek van verhalen over de performances van Pussy Riot (compleet met liedteksten), verhalen over haar schijnproces en het kampregime, filosofische bespiegelingen, doorsneden met wijze lessen – de instructies voor de revolutie uit de boektitel dus.

„Macht hebben niet degenen, die over ambten en gevangeniswagens beschikken, maar degenen die hun angst overwinnen.”

„Maak van water wijn. Doe het onmogelijke.”

„Herdefinieer de criteria voor succes. Ga met je kop door de muur.”

„Blijf echt.”

De Handleiding is een ijzersterk, opruiend boek van welhaast negentiende-eeuwse allure, die mijzelf nog het meest aan de memoires van graaf Kropotkin deed denken. En daar komt natuurlijk nog bij dat de auteur weinig gemeen heeft met kunstenaars of intellectuelen in het Westen die de radicaal uithangen. Want Nadja heeft écht gezeten voor haar revolutionaire kunstenaarschap en heeft twee jaar lang dag en nacht politiebroeken moeten naaien in een smerig kamp met walgelijk eten – als ze al niet in hongerstaking was of ziek. Een van de betere fragmenten gaat over wat je voelt als je oververmoeid aan je naaimachine zit en de botte naald je vinger doorboort.

Nadja is niet van plan Rusland verder te mijden, zoals andere uit het kamp vrijgelaten opposanten meestal doen – integendeel, ze heeft in Sotsji en elders al weer actie gevoerd. En de clip Tsjaika is, mocht Poetin een proces aandurven, ook goed voor tientallen jaren kamp. Maar Nadja vraagt zich dat niet af – het hoort erbij als je in Rusland tegen de dictatuur opstaat.

De repressie onder Poetin heeft al eerder kampliteratuur opgeleverd. In My fellow prisoners beschreef de eveneens inmiddels vrijgelaten Michail Chodorkovski ook al de rechteloosheid en de cynische willekeur in het Russische justitieel netwerk en kampsysteem. Maar Nadja is in vele opzichten overtuigender, al was het maar omdat ze niet met geld en macht te maken heeft gehad, alleen met kunst. Opportunisme lijkt haar vreemd. Nadja is een echte heldin. Punk, maar dan heroïsche punk.

Haar politieke analyse van de toestand in Rusland is een vrij eenvoudige: de KGB heeft in de persoon van Poetin de macht in Rusland overgenomen. En beheerst het land in overeenstemming met de cynische moraal en de meedogenloosheid die we van deze instelling onder verschillende namen (Tsjeka, NKVD) kennen. Ter illustratie van de mentaliteit van Poetin en de zijnen vertelt Nadja in haar boek een mop na:

„Een groepje KGB’ers in opleiding heeft het diploma bijna op zak. Nog één opdracht, zegt hun instructeur. In een kamer blijken alle vrouwen van de cursisten opgesloten. Wie is bereid als vrijwilliger met een revolver naar binnen te gaan en alle vrouwen dood te schieten, kan het diploma zo in handen krijgen. Alle cursisten weigeren deze opdracht, op één na. Die gaat naar binnen en achter de deur is tien minuten lang geschreeuw en gebonk te horen. Als de vrijwilliger weer naar buiten komt, zegt hij: jullie hadden me valse patronen gegeven! Ik heb ze een voor een moeten wurgen.”

Geen land om op vakantie te gaan. Eerst wachten op de revolutie.